Annie Rooselaar

Pieter Fokkes Visser

Geboren te Amsterdam op 10 oktober 1923 en aldaar overleden op 17 april 2008. Ze was de dochter van Mattijs Rooselaar (Amsterdam, 5 maart 1897) en Helena Catharina Jongebloet (Amsterdam, 25 maart 1897). Ze bleef enig kind, mogelijk mee ook door het vroeg overlijden van haar moeder op 18 december 1926. Annie werd genoemd naar haar grootmoeder van vaderszijde: Anna Stad, de echtgenote van haar grootvader Abraham Rooselaar.

Mattijs trouwde opnieuw in 1929 met Dina van Vollenhoven. Annie noemde haar Mamma. Uit dit tweede huwelijk van haar vader werden geen kinderen geboren. Dina was Joods, evenals Mattijs Rooselaar. Hij kwam uit een familie van diamantslijpers en groeide op rond de Oudeschans in Amsterdam. Zelf was Mattijs coupeur in de regenjassenfabriek van Hollandia-Kattenburg aan de overkant van het IJ.

Toen de Duitse bezetters de Joodse Nederlanders met ingang van 3 mei 1942 verplichtten de Jodenster zichtbaar op hun kleding te dragen voldeed Mattijs – plichtsgetrouw als hij was – zonder aarzelen daaraan. Bij een razzia in de fabriek van Hollandia-Kattenburg werd hij met diverse anderen meegenomen. In zijn trouwboekje werd op 31 maart 1943 de volgende aantekening gezet: “Van de hiervoren gemelde echtgenoten is de man overleden in Midden Europa”. Tot nu toe is de plaats of datum van zijn overlijden niet bekend.

Dina van Vollenhoven is vrij snel nadat haar man was opgepakt ondergedoken. Ze kwam terecht bij Klaas en Sietske Bandstra-Visser, een echtpaar zonder kinderen in Oostmahorn. Later kreeg ze onderdak bij de Nederlands Hervormde predikant van Hantum. Annie bleef alleen in Amsterdam achter. Ze heeft nog enige tijd bij een oom en tante doorgebracht, maar toen het eten nagenoeg op was in Amsterdam is ook zij naar het noorden van Friesland getrokken. Ze werd opgevangen bij de familie Zijlstra op een boerderij in Jewier, een gehucht tussen Anjum en Oostmahorn. Vandaaruit bracht ze regelmatig een bezoek aan haar stiefmoeder in Oostmahorn. Het is niet te achterhalen hoe lang Annie op de terp van Jewier is geweest. Zelf heeft ze nooit iets gezegd over haar reis van Amsterdam naar Jewier.

In januari 1945 werd Annie ondergebracht bij een zwager van de familie Bandstra in een boerderij (de Branding) op Schiermonnikoog. De boer, Pieter Visser (red.: grootvader van de schrijver van dit artikel), was weduwnaar van Gaatske Visser-Visser, een zuster van Sietske Bandstra-Visser in Oostmahorn. Er woonden nog drie ongehuwde dochters en een zoon bij hun vader. De dochters geboren in 1921, 1923 en 1924 waren goed gezelschap voor Annie.

Dat het verblijf van Annie op de boerderij aan de Heereweg in de Banckspolder niet ongemerkt is gebleven, blijkt uit het volgende.

Op een goede zondag kwamen Duitse militairen aan de deur om paarden te vorderen. Pake stond dat om diverse redenen niet aan: a. het was zondag; b het was de bezettende macht die om paarden vroeg. Hij stuurde hen door naar een volgende boerderij. De heren zouden zich vergissen. Echter binnen tien minuten waren ze terug. “Wir müssen sein bei dem Bauer wo das Jüdische Mädchen ist”. Dat was even schrikken: de Duitsers waren op dat moment dus op de hoogte. Gelukkig heeft men haar met rust gelaten en ook Pake heeft daarvan voor zoveel bekend geen nadelige gevolgen ondervonden.

Annie bleef op de boerderij in de polder tot juni 1945 was bevrijd. Eind juni ging zij samen met haar stiefmoeder terug naar Amsterdam. Ze troffen hun woning nagenoeg leeg aan. Slechts enkele spulletjes waren niet door anderen uit het huis gehaald. Stiefmoeder en dochter hebben de huishouding weer van de grond af moeten opbouwen.

Annie is daadkrachtig aan de slag gegaan en heeft, gezegend met een goed verstand en een scherpe blik, in de loop van de tijd een goede positie bij een verzekeringsmaatschappij verworven. Ze is altijd ongehuwd gebleven en woonde later in een mooie flat in de wijk Buitenveldert van Amsterdam. Ze reisde veel, maakte cruises en bezocht ook een dochter van de familie Visser in Canada.

In de naoorlogse jaren kwam ze regelmatig naar Schiermonnikoog om haar gastheer te bezoeken. Ze noemde hem “hait”. Ook na zijn overlijden in 1969 bleef ze met verschillende familieleden in contact. In de zomer van 1995 kwam ze voor het laatst naar Noordoost Friesland. Ze logeerde in Kollum en bezocht verschillende plaatsen met een herinnering, zoals Jewier, Oostmahorn en ook Hantum. Er was contact met een lid van de familie Zijlstra. Uiteraard kwam ze een dag naar Schiermonnikoog, waar alle daar wonende kinderen van haar gastheer uit 1945 nog een keer werden bezocht.

Annie was muzikaal en cultureel geïnteresseerd. Ze was een vaste bezoeker van het Koninklijk Concertgebouw Orkest in de hoofdstad. Ze speelde piano en heeft tot kort voor haar overlijden les gehouden. Toen dat niet meer ging werden de rollen omgedraaid. Nu speelde David Manesse – haar pianodocent – voor haar; ook toen ze in een verpleeghuis moest worden opgenomen. Tijdens het afscheid op 24 april 2008 in het crematorium Westerveld te Driehuis speelde hij haar lievelingsmuziek.

aanvullende bron:
stadsarchief Amsterdam, gezinskaart Mattijs Rooselaar
www.joodsmonument.nl, lemma Mattijs Rooselaar (geraadpleegd 18 augustus 2018)