De Hollandsche Schouwburg: Verzet op de drempel van Deportatie.

door Dr. Jacques D. Barth (juni 2023).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Joodse populatie in verschillende landen voorbereid op deportatie naar de verschillende concentratie- en vernietigingskampen. De focus van dit artikel is op de Hollandsche Schouwburg en de mensen die daar hebben gewerkt op de rand van vernietiging.

De Hollandsche Schouwburg (Umschlagplatz Plantage Middenlaan) was een gebouw aan de Plantage Middenlaan dat gedurende de Tweede Wereldoorlog als verzamel- en deportatieplaats van Joden naar de doorgangskampen Westerbork (Judendurchgangslager Westerbork) en Kamp Vught (Konzentrationlager Herzogenbusch) diende waar ruim 45.000 mensen de dood ingestuurd werden.

Van de Hollandsche Schouwburg is het werk van Walter Süskind en zijn helpers bekend als redders van vele kinderen uit de crèche.
Er is echter nauwelijks aandacht geschonken aan de artsen en verpleegkundigen die in de Schouwburg moesten werken. Het is zeker zo dat nieuwe informatie beschikbaar is gekomen om een beeld te schetsen van het reilen en zeilen van de medische staf in de Schouwburg.

Ferdinand Aus der Fünten was diegene die namens de bezetter de deportatie van Joden moest organiseren. Dit geschiedde in samenspraak met de Joodsche Raad. De Joodsche Raad, ingesteld door de Duitsers, was het “Befehlsubermittlungsstelle”, het doorgeefluik, van instructies en voorschriften van de bezetter naar de Joodse bevolking. Voor de Hollandsche Schouwburg werd gekozen nadat de Portugese Synagoge door de bezetter was afgewezen in verband met het moeizaam kunnen verduisteren van de grote ramen. De Hollandsche Schouwburg lag in het centraal in een van de Joodse buurten. SS-Hauptsturmfuhrer Ferdinand Aus der Fünten, was het uitvoerend hoofd van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Hij was een man met ervaring in het zaken doen met een Joodsche Raad. Dit had hij al in Wenen geleerd.

Op 12 februari 1942 werd de Hollandsche Schouwburg in gebruik genomen door de bezetter. De man die verantwoordelijk werd voor de uitvoering was Edwin Sluzker, een Oostenrijks advocaat  die goede contacten wist te onderhouden tussen Professor David Cohen van de Joodsche Raad en SS Hauptsturmfuhrer Ferdinand Aus der Fünten. Hij leidde ook de ‘Expositur’ de verbindingsorganisatie tussen de ‘Zentralstelle’ en de Joodsche Raad. In deze belangrijke uitvoerende organisatie zaten Duitssprekenden.

De Duitse bezetter stelde dat de Joodsche Raad aan de volgende eisen moest voldoen:1. Erfassung sämtlicher Juden; 2. Überwachung des jüdischen Lebens;3. Zentrale Steuerung der Auswanderung.

De Hollandsche Schouwburg was volledig ongeschikt om als verzamelpunt te functioneren. Er stonden stoelen in de grote ruimte, er waren te weinig sanitaire voorzieningen (slechts enkele toiletten en twee wasbakken) en het licht in de open ruimte was altijd aan. De stank van het sanitair was doordringend. Van enige privacy was er geen sprake. Er moest een medische voorziening komen om mensen voor transport te onderzoeken waarbij een persoon ‘Transportfahig’ of ‘Transportunfahig’ kon worden verklaard.

De medische supervisor Dr. J. Arons van de Joodsche Raad benoemde twee Joodse artsen, te weten Dr. Bernard De Vries Robles en Dr. C. J. Roos. Zij kregen de praktisch onmogelijk taak om mensen die in Schouwburg verbleven te begeleiden. De benoeming van de twee werd goedgekeurd door de Joodsche Raad en de bezetter. De coördinatie werd aan advocaat Edwin Sluzker toegewezen.

Edwin Sluzker bepaalde met Aus der Fünten hoeveel mensen op transport moesten. Vervolgens werd er onderhandeld met de Joodsche Raad. Sluzker besprak de situatie met zijn huisarts, Dr. Jo van der Hal, omdat deze zo goed voor zijn moeder zorgde en hij aan Van der Hal duidelijk maakte dat zijn “Sperre” (tijdelijke vrijstelling van transport) ingetrokken zou worden. Reden daarvoor was dat de Joodse Invalide, waar Van der Hal als arts functioneerde, door de Duitsers opgedoekt zou worden. Sluzker zorgde dat hij in de Hollandsche Schouwburg kon gaan werken. Dus toen waren er drie artsen.

De vierde arts, Jeremias Barth, kwam per ongeluk in de Hollandsche Schouwburg terecht. Hij werkte als tandarts en moest een tandprothese afleveren in de Schouwburg. Hij leverde dit af en ontmoette Aus der Fünten. Deze was duidelijk geïnteresseerd in een tandarts. Het feit dat Barth uit Wenen kwam sprak hem aan. Hij gaf toen opdracht aan Sluzker om de een en ander te regelen. De Joodsche Raad en de medische maatschappij hadden geen bezwaar zo lang als hij, Barth, maar geen geld vroeg voor een behandeling. Barth kreeg een kamertje op de tweede verdieping en kon daar per direct beginnen. Barth, die oorspronkelijk uit Galicië in Polen kwam en de Eerste Wereldoorlog in een Joods Regiment als onderdeel van het Habsburgse leger tegen de Russen had gevochten, wist beter dan de wat naïeve Nederlanders hoe je met de Duitsers en Oostenrijkers om moest gaan.

Er werd een ziekenboeg in het belendende perceel met 10-20 bedden geopend. De artsen trachten uitstel te krijgen voor die mensen die op transport moesten. Dit lukte soms voor 24 tot 72 uur maar het was duidelijk dat de aantallen voor het transport moesten kloppen. Dr. Roos en Dr. De Vries Robles deden hun best om er wat van te maken, maar dit lukte maar matig. Korte tijd later werd Dr. Arons op transport gezet naar Kamp Westerbork en verder naar Auschwitz, waar hij vermoord werd.

Dr. Roos dook onder in zijn praktijkpand aan de Weteringschans. Zijn gemengde huwelijk heeft hem geholpen, hij niet al te veel lastiggevallen. Dr. Bernard de Vries Robles werd naar Westerbork getransporteerd waar zijn echtgenote als arts werkte. Dr. Jo van der Hal poogde zoveel als hij kon om te redden wat er te redden viel, maar werd tegengewerkt door de bureaucratie van de Joodsche Raad. Verder liet hij velen in zijn onderzoekkamer komen en liet ze na sluiting (17.00) vrij. Helaas kwamen verreweg de meesten binnen een twee dagen terug naar de Schouwburg om dat hun huis door de Firma Puls en vaak ook door de buren leeggehaald was. Dus zat er voor hen helaas niets anders op dan naar de Schouwburg terug te gaan. Jo van der Hal was wel in staat om enkelen naar zijn praktijk die niet ver van de Schouwburg lag, mee te nemen om ze te helpen met de onderduik. Wegens deze activiteiten werd Jo van der Hal zelfs tweemaal gevangen gezet. Hij ontsnapte uit de Hollandsche Schouwburg en het Oranje Hotel te Scheveningen en ging verder in de onderduik.

Dr. Barth realiseerde zich goed wat de Duitsers voor ogen hadden met Joden. Dat kwam ook door wat Aus der Fünten hem toevertrouwde: ‘jullie Joden zullen toch Ausradiert worden’.

Dr. Barth ontwikkelde een redelijke goede relatie met Aus der Fünten en werd zeker eenmaal gered door deze SS’er. Dr. Barth sprak ook het typische Weense accent met Aus der Fünten en Sluzker waardoor ze wel eens ‘de Weense kliek’ werden genoemd.
Dr. Barth liet soms mensen in zijn kantoor om 16:45 komen omdat hij wist dat om 17:00 precies de wacht stopte. Als tandtechnicus was hij in staat om duplicaat sleutels te maken, om hiermee mensen naar hun onderduikadres te brengen. Deze methode werkte. In 1943 werd hij bij David Cohen geroepen daar deze wilde weten wat er in de Schouwburg gebeurde en hoe Dr. Barth functioneerde. Het onderhoud liep nogal stroef en de (geveinsde) onbekendheid van het lot van Joden in de kampen in het Oosten alarmeerde Barth verder. Dr. Barth maakte toen duidelijk dat hij informatie over de vernietigingskampen had.

Dr. Barth had net een briefkaart ontvangen van zijn zuster uit Polen, waar enkele details over de vervolging in stonden.

Cohen beschuldigde Dr. Barth van het verspreiden van ‘gruwelpropaganda’. Cohen stelde Barth voor om dan maar zelf naar het Oosten te gaan en een rapportage voor de Joodsche Raad te maken. Bij thuiskomst vond Dr. Barth een oproep van de Joodsche Raad om zich voor transport te melden. Ook zijn “Sperre” was ingetrokken. Dezelfde middag is hij met zijn zoontje Peter (6 jaar), in de onderduik gegaan.

 

Samenvatting:
Het functioneren van de Medische Staf in de Hollandsche Schouwburg is een cruciale stap geweest in de deportatie van de Joodse bevolkingsgroep naar het Oosten. Hier is tot op heden weinig aandacht aan besteed. Er zijn mensen gered uit de Schouwburg ondanks de bemoeizucht van de Joodsche Raad.

Het lijkt mij dat de Nederlandse naïviteit en gedrag een rol speelde. Bij Dr. Roos en Dr. De Vries Robles denk ik was dit zeker het geval was, waarbij ook een rol speelde dat de taal en de gebruiken van de bezetter duidelijk vreemd voor hen was.

Ze waren in de gelegenheid om naast medische zorg ook verzet te plegen. Dr. Roos en Dr. de Vries Robles overleefden de oorlog, de laatste in Westerbork. Na de oorlog kwam er een verwijdering tussen hen en de naoorlogse Joodse wereld. Zij waren duidelijk getraumatiseerd. Dr. Arons werd in Auschwitz vermoord.

Dr. Jo van der Hal en Dr. Jeremias Barth redden medegevangenen Dr. Barth organiseerde zelf onderduikplaatsen en leverde de mensen daar af. Ik denk dat het niveau van vertrouwen, tegenover, de Joodsche Raad en de Duitse bezetters een grote rol heeft gespeeld. Dr. Jo van der Hal had het een en ander opgepikt van de twee mannen uit Wenen, Dr. Barth en Edwin Sluzker.

Misschien zijn deze observaties een voorbeeld van Species Holland Judaica.

 

Noten:

1.     The Legacy of Jeremias Barth, a Jewish son of Rzeszow. Medical Review Auschwitz 2018. Maria van Burden-Cahn, Coördinator Antisemitisme, NIOD, Amsterdam, Nederland.
2.     De Hollandsche Schouwburg, Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering. Van Vree, Berg, en Didam (Amsterdam 2013). Hoofdstuk Annemiek Gringold.
3.     Het gebouw der tranen.16 maanden verzamel- en deportatie plaats.
4.     De politiek van het kleinste kwaad. Een geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam,1941-1943. Bart van der Boom, (Amsterdam 2012).
5.     Interview met J.S. Van Der Hal 49624, 2000 getuigen JHM collectie.
6.     Interviews Jo van der Hal. Collectie TreeGenes project 1995.
7.     Stichting Jeremias Barth Foundation (Dagboek – Notities Jeremias Barth)
8.     Hannah van der Ende, Vergeet niet dat je arts ben. Boom Uitgeverij 2015