De onderduik van het gezin van Dick Flesseman

Dick Flesseman ging met zijn gezin in de onderduik in Friesland. Nu is het bijzondere dat hun onderduiklocatie nu (2021) nog steeds te zien is. Wat is het verhaal?

Het gezin Flesseman, bestaande uit vader Jacques Daniël – Dick (Amsterdam, 3 november 1906 – Huizen, 9 januari 1969), moeder Rita van den Bergh (Rotterdam, 4 oktober 1909 – 1995) en de zoons Samuel Ronald (Ronnie) (1933) en Eric (1936), werden op 4 februari 1943 op de Zuider Amstellaan 205-2 ingeschreven en een maand later gingen ze in onderduik. Als een van de ondernemers van ILFRA Flesseman had vader al veelvuldig met de bezetter te maken gehad en had gezien dat zijn onderneming onder een Verwalter geplaatst werd. Hij doorzag het gevaar en Rita en Dick besloten dat onderduiken de enige manier was om het gezin aan de nazi’s te laten ontkomen.

Dick en Rita brachten hun zoons naar de boerderij van Griet en haar vader Hans Boersma in Holwerd. Ronnie en Eric waren toen zes jaar en tien jaar oud, en omdat dat veiliger was doken Dick en Rita op een andere plaats in Holwerd onder, namelijk bij de familie Idsardi aan de Ternaarderweg. De jongens bleven twee jaar op de boerderij en zagen hun ouders in die periode maar een enkele keer. En als er sprake was van een ontmoeting moest deze altijd ’s nachts plaatsvinden. Overdag was te gevaarlijk.

Ronnie en Eric zaten op de boerderij Klein Baarda aan de Mieddyk van Hans en zijn dochter Griet. Hans was gehuwd met Sibbeltje van Dijk, maar zij was voor 1943 overleden en de twee andere kinderen in het gezin, Dirk en Aaltje, waren geëmigreerd naar de Verenigde Staten.
Het bleef echter niet alleen bij de twee jongens, er kwamen nog drie Joodse kinderen in onderduik, Annelies, Nitie en Cor. Hans en Griet onderwezen de kinderen tijdens de onderduik en de kinderen leerden van hen psalmen, rekenen, schrijven en lezen. De meisjes leerden breien. Dit alles moest in het grootste geheim want verraad lag altijd op de loer. Griet en Hans verdeelden hun tijd om op de kinderen te passen. Zo gingen ze niet meer samen naar de kerk, er moest altijd iemand thuis blijven voor de kinderen.

Vanwege de route naar Ameland werd Holwerd door de bezetter niet ‘met rust’ gelaten. Er vonden razzia’s plaats in de omgeving en de kinderen sliepen op die momenten in hooibulten of in het korenveld. Eten voor de zeven mensen, waar er officieel maar twee waren, werd via sluiproutes naar de boerderij gebracht. De onderduik was succesvol en na de bevrijding werden Ronnie en Eric met hun ouders herenigd.

Na de oorlog
Het contact met de onderduikers bleef ook na de oorlog in stand. “Oom” Dick en “tante” Rita kwamen elk jaar in maart naar Holwerd en stonden dan stil bij het begin van de onderduik, in maart 1943. Ook nu nog is er contact tussen de kleinkinderen van Griet en de kleinkinderen van Dick en Rita.

Yad Vasjem
Na een bezoek van de kleinkinderen en verwanten van de Boersma’s aan Yad Vasjem in Jeruzalem wisten ze het zeker dat er een aanvraag voor de Yad Vasjem-onderscheiding moest worden ingediend voor de families Idsardi en Boersma. De onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ werd aangevraagd en toegekend.
De hulp van zowel de familie Boersma als die van de familie Idsardi werd hiermee erkend, maar de onderscheiding hoefde voor de Idsardi’s niet. De onderscheiding voor de Boersma’s zou postuum aan de nazaten in Chicago worden uitgereikt, maar is vooralsnog uitgesteld door de Covid-pandemie.

 

bron:
Stadsarchief Amsterdam, Jacques Daniël Flesseman, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 241.
E-mail Jan Idsardi, 8 november 2021
Marianne Velsink, Vader en dochter hielpen vijf onderduikers in Fries Dagblad, 13 mei 2020
met dank aan Jan Idsardi

gepubliceerd:
19 november 2021

laatst bijgewerkt:
19 november 2021