Duif van der Brink

Artis werd in de oorlog gebruikt als onderduiklocatie. Volgens voormalig directeur Maarten Frankenhuis zelfs door 200 – 300 mensen en zij verbleven voor korte of langere tijd in de dierentuin. Een bekende locatie was de holle apenrots, waar men in kon schuilen op het moment dat er Duitse soldaten in de dierentuin waren. Degene die het langst in de dierentuin was ondergedoken, was Duifje van den Brink.

Duif zat vier jaar lang in Artis ondergedoken en gebruikte verschillende locaties. Ze kwam elke ochtend naar het apenhuis voor haar natje en droogje en kwam dan uit het wolvenhuis waar ze op de zolder haar verstopplek had. Ze werd door twee medewerkers van Artis verzorgd. Voor het apenhuis zat ze op een bankje met mensen te praten, ook met Duitse soldaten. Men had niet door dat ze een Joodse onderduikster was. Volgens Frankenhuis voelde Duifje zich zo veilig dat ze in Artis rondleidingen verzorgde, ook in het Duits. Ze is de bekendste onderduikster geworden.

Van groot belang voor geslaagde onderduiken was Armand Sunier, directeur van 1927 tot 1953. Voor de oorlog uitbrak had hij grote hoeveelheden voedsel opgeslagen dat werd aangevuld met vlees van, onder andere, noodslachtingen.  Van de Duitse marine kreeg Sunier brood, in ruil voor de verzorging van de mascotte die zij hadden geadopteerd, een bruine beer.

Wie Duifje was, is nog niet achterhaald. Het Stadsarchief geeft geen uitsluitsel, haar naam kan ook anders geweest zijn zoals Duif van der Brink, Duif Brink, Duif ter Brink e.d. en naspeuren in kranten en tijdschriften en het archief van Artis geeft geen duidelijkheid. Maar wellicht kunnen lezers van de site helpen door ons te mailen.

 

bron:
Sander van Walsum, Nog steeds worden er onderduikplekken gevonden: twee bijzondere verhalen in De Volkskrant, 4 mei 2017.
Hanneloes Pen, Schuilen bij een ouwe valse ijsbeer in Het Parool, 18 april 2013.
met vriendelijke dank aan Maarten Frankenhuis

laatst bijgewerkt:
23 februari 2020.