Eduard Gerzon

Bij de zevenstigste verjaardag van Eduard Gerzon verscheen in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 30 september 1932 een verslag over deze ondernemer.

Een man, die na een wisselvallige jeugd – zoon uit een slagersgezin met twaalf kinderen, vrijwel mislukt leerling 1e klasse HBS, bediende in een manufacturenwinkel, employé op een Thüringsche fabriek van wollen stoffen, handelsreiziger – in 1890, op 28-jarigen leeftijd, gesteund door een oud-patroon, met een kapitaal van f 10.000, een kleine zaak in gebreide goederen aan de Nieuwendijk opricht met twee juffrouwen als personeel en in 1932 directeur is ener familievennootschap, werkende met een kapitaal van vier miljoen, eigenares van een fabriek, twee magazijnen in de Kalverstraat te Amsterdam, elf filialen in verschillende plaatsen van Nederland, met een personeel van 3000 man — is dit niet een merkwaardige persoonlijkheid, voor wie men bewondering moet koesteren, tegen wie men met eerbied moet opzien?

Zulk een man is de heer Eduard (Ephraim Juda) Gerzon (Groningen, 29 september 1862 – Zandvoort, 19 augustus 1935), die heden, donderdag, zijn 70sten geboortedag viert. Welzeker, het bekende lood geluk zal hem in zijn schitterende loopbaan niet hebben ontbroken, maar zonder het pond verstand zou deze groot-zakenman het niet zoo ver hebben kunnen brengen. De dagbladpers, waarmede de heer Gerzon goede relaties onderhoudt, heeft reeds uitvoerig den gang van het zakenleven, zoals de heer Gerzon ’t opvat en leidt, geschetst. Het ligt niet op onzen weg, daarover uit te weiden. Wij willen slechts met voldoening constateren, dat de heer Ed. Gerzon zich niet slechts een eervolle reputatie in het maatschappelijk leven heeft verworven, en een belangrijke plaats in verschillende openbare lichamen inneemt, doch dat hij ook in de Joodsche wereld een algemeen geachte figuur is, die de algemene belangen van het Jodendom trouw behartigt. De heer Gerzon behoort nog tot de generatie, die, opgevoed in een „ouderwetsch” Joodsch milieu, de liefde voor het Jodendom, de eerbied voor Joodsche wetenschap en literatuur, van huis heeft meegekregen. Hij heeft die liefde in zijn hart bewaard en, hoe hoog ook gestegen op de maatschappelijke ladder, de aanhankelijkheid aan den Joodschen stam is hem steeds bijgebleven. Wij menen zelfs te mogen zeggen, dat met het klimmen der jaren ook zijn Joodsch bewustzijn, zijn begrip voor hetgeen het Jodendom nodig heeft, is gestegen. Na in een vroegere periode énige jaren het lidmaatschap van den kerkenraad der Nederlandsch Israëlitische Hoofdsynagoge te hebben bekleed, heeft hij zich teruggetrokken, totdat hij onlangs voor den op hem geoefenden aandrang is bezweken en opnieuw een mandaat heeft aanvaard. Men heeft alle reden, de gemeente geluk te wenschen met dezen terugkeer; de heer Gerzon heeft zich ook in deze tweede “periode van zijn lidmaatschap — die, naar wij hopen, zeer lang zal duren — als een man met een helder oordeel, een zeer te waarderen kracht doen kennen.

Dezelfde liefde, die de te Groningen wonende broeder van den heer Gerzon voor de ouden van dagen toont, koestert de heer Ed. Gerzon voor de Joodsche tedere jeugd — alhoewel hij bij hetgeen hij hiervoor doet, gaarne op den achtergrond blijft. Naar oud-Joodsche zede bezit de heer Ed. Gerzon een diep gewortelde familiezin. Zijn kinderen, de leden zijner familie eren hem dan ook als een familiehoofd, waarop zij terecht trotsch mogen zijn. Moge den sympathieken mensch, den edeldenkenden strijder voor waarheid en recht, nog een lang en gelukkig leven, in het bijzijn zijner dierbaren beschoren zijn!

Vereniging tot oprichting van Israëlische Voorbereidende Scholen en Kinderbewaarplaatsen.
De heer Ed. Gerzon is in een hedenmorgen ten kantore van den heer E. van Dien alhier gehouden buitengewone vergadering tot erelid van bovengenoemde vereniging benoemd. De Voorzitter, Rabbijn L. H. Sarlouis, die de vergadering leidde, noemde de agenda er ene van zeer aangename aard. De heer Gerzon, die heden 70 jaar is geworden, heeft zich op een zeer bijzondere wijze jegens het Trenshuis verdienstelijk gemaakt en het Bestuur ervan in zeer moeilijke omstandigheden ter zijde gestaan. Om uiting te geven aan zijn grote waardering hiervoor stelt spreker namens het Bestuur voor, den heer Gerzon tot erelid der Vereniging te benoemen. De Voorzitter constateert met genoegen, dat het voorstel met algemene stemmen is aanvaard. Van het besluit der vergadering zal den heer Gerzon medededeling worden gedaan in den vorm van een oorkonde, die hem te zijnen huize door een deputatie van het Bestuur met een korte toespraak zal woeden overhandigd. De vergadering koos hierna tot lid van het Bestuur den heer Jacques S. Baars, zulks ter vervanging van den heer E. de Vries, die voor de functie bedankt heeft.

De oorkonde
De door den heer J. Sluys bewerkte oorkonde is versierd met emblemen aan het Trenshuis ontleend, en bevat de volgende opdracht: In de algemene vergadering van de Vereeniging voor de voorbereidende scholen en kinderbewaarplaatsen te Amsterdam gehouden op 30 september 1932, is op voordracht van het Bestuur de heer Eduard Juda Gerzon ter gelegenheid van zijn 70sten verjaardag benoemd tot erelid der vereniging, zulks (wegens zijn bijzondere verdiensten jegens haar.

 

 

bron:
Een zeventigjarige. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 30-09-1932, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 25-12-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874797:mpeg21:p005.

illustratie:
Een zeventigjarige. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 30-09-1932, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 25-12-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874797:mpeg21:p005.

gepubliceerd:
25 december 2023

laatst bijgewerkt:
25 december 2023