
Huis de Pinto, in de volksmond Pintohuis, is een voormalig woonhuis uit 1605/1606 en 1686 (voorgevel) aan de Sint Antoniesbreestraat in Amsterdam.
De gevel en een deel van het pand werd ontworpen door Elias Bouman, een bouwmeester die meer panden voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam ontwierp. Zo bouwde hij de Grote Synagoge in 1670/1671 en tussen 1670/1675 de Portugese Synagoge.
De familie De Pinto was een geslacht van oude Portugees-Joodse priesteradel. Toen in navolging van Spanje ook Portugal haar Joodse inwoners verplichtte om zich tot het katholicisme te bekeren vertrok de familie De Pinto en ging naar het noorden.
Ze kwamen in eerste instantie in Antwerpen terecht, maar in 1646 vluchtte de familie verder en ging naar Rotterdam. Het was een familie van bankiers en handelaren en hun contacten waren welkom in de Maasstad. Het Jodendom werd door de familie weer zichtbaar aangenomen en een Joodse gemeenschap in Rotterdam werd door de De Pinto’s opgericht. De twee broers De Pinto, Abraham en David, richtten een leerschool op, de Jesiba de los Pintos waar ze de geleerde (chacham) Joshuaho Pardo tot rector en rabbijn benoemden.
Abraham de Pinto werd de rijkste man van Rotterdam, dit volgens de belastingen uit die tijd. Hij woonde in het chique deel van de stad, op de zuidzijde van de Wijnhaven / hoek Bierstraat in een huis dat hij voor het toen astronomische bedrag van ƒ 36.000,– kocht.
Abraham overleed in 1668, werd begraven op de begraafplaats op de Jan van Loonslaan in Rotterdam en in 1669 werd de jesiba naar Amsterdam verplaatst. De rabbijn en de hele familie De Pinto verhuisden ook naar Amsterdam.
Zoon Isaac de Pinto, slechts 22 jaar oud en in Antwerpen geboren als Manuel Alvares Pinto, kocht in 1651 in Amsterdam een oud koopmanspand aan de Breestraat voor een bedrag van ƒ 30.000,- en hij woonde vanaf dat jaar in dit huis. Isaac werd een vooraanstaand man in de Sefardische gemeenschap, hij was een van de leden van de bouwcommissie van de Portugese synagoge.
Het was een groot pand aan de Breestraat, en de jesiba kon hier, naast de woonbestemming, ook gevestigd worden. Dat dit prachtige pand aan een gewone straat stond was in Amsterdam een uitzondering, de meeste van dergelijke panden stonden aan de grachten. In 1686 werd het pand ingrijpend verbouwd en de imposante voorgevel in de Hollands classicistische stijl werd toen geplaatst.
David en Isaac hadden veel goede contacten en gingen op een vriendschappelijke wijze om met Stadhouder Willem IV en financierden voor hem de oorlog met Frankrijk. Daarnaast was de familie De Pinto ook een belangrijke geldschieter voor de kolonisatie van een deel van het huidige Brazilië (het noordoosten). Van 1651 tot 1756 bleef het pand in het bezit van de familie De Pinto.
Het huis
Het huis zelf bestond sinds 1605 / 1606, toen Jan Jansz. Carel (Karel) het bouwde voor een van de eerste bewindvoerders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Daarvoor werden zes naast elkaar liggende panden gekocht, afgebroken en op die plaats verscheen het grote huis. Het huis bestond uit een breed hoofdgebouw en een smal zijgebouw. Waarschijnlijk had het pand in eerste instantie een dubbele trapgevel. In 1686 volgde de verbouwing door De Pinto waarbij de zandstenen gevel werd geplaatst. Voor die tijd was het een moderne gevel.
Toen het pand aan het einde van de negentiende eeuw leeg kwam te staan had men geen nieuwe bestemming ervoor. Er kwamen bedrijfjes en werkplaatsen in en de Tweede Wereldoorlog was bijna de nekslag voor het pand. Het gebouw was veranderd in een krot. De meeste Joodse bewoners van de buurt werden in de oorlog vermoord of kwamen na de oorlog niet meer naar deze buurt terug. De huizen waren in de hongerwinter prooi geworden van mensen die naar brandhout zochten. De buurt was daardoor ernstig verkrot en werd gesloopt. Het De Pintohuis stond toen als enig overgebleven huis op een kale vlakte.
De gemeente had enkele decennia later plannen om een bredere autoweg door de buurt aan te leggen, vergelijkbaar met de Weesperstraat uit de jaren negentig, én een metrolijn. Het huis lag in het tracé van de autoweg.
Kraken
De toekomst van het pand ging veel mensen ter harte en de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad kraakte het pand begin jaren zeventig. In 1975 kregen de krakers en de Stichting de Pinto het voor elkaar om het pand te behouden, in tegenstelling tot heel veel huizen rond de Nieuwmarkt. De stichting liet het huis restaureren en de autoweg haalde de stemming in de gemeenteraad niet, dit met een verschil van slechts één stem. De huidige bebouwing in de straat kwam daar in de jaren tachtig, volgens de voormalige rooilijnen.
Bibliotheek
Het Amsterdams Monumenten Fonds is eigenaar van het pand en al tal van jaren was er een zeer gezellige buurtbibliotheek in het pand gevestigd. Nu de prachtbibliotheek op het Oosterdokseiland geopend is, blijft er minder geld over voor dergelijke kleinschalige projecten en in 2008, toen sluiting dreigde, kwam na aandrang van actiegroep “De Pinto Bieb moet Blijven” een uitgewerkt plan om de bibliotheek open te houden. In november 2012 werd deze bibliotheek echter alsnog gesloten. In februari 2014 werd het pand het door de buurt opgerichte Culturele en Literaire centrum Huis de Pinto. Elf jaar later, in 2025, blijkt dit nog steeds de bestemming te zijn.
bron:
wikipedia,
joodsamsterdam.nl,
Henk Looijensteijn, Het huis dat nooit verkocht mocht worden, Ons Amsterdam (september 2025), 18, 19.
illustratie:
Huis de Pinto, illustratie met vriendelijke toestemming Gert Jan van Rooy, Huis de Pinto, 7 november 2025.
gepubliceerd:
2014
Laatst aangepast:
7 november 2025