Izaac Lamon

lamonoverlijdenIzaac Lamon (Amsterdam, 24 maart 1859 – Amsterdam, 26 december 1932) was een zoon van Hartog Lamon en Aaltje Buurman. Hij trouwde op 12 februari 1891 met Raatje Polak (Amsterdam, 16 januari 1860 – Amsterdam, 1 juni 1938) en zij kregen zeven kinderen: Alida (Amsterdam, 21 november 1891 – Amsterdam, 27 november 1979), Sientje (Amsterdam, 30 november 1892 – Auschwitz, 12 februari 1943), Hartog (Amsterdam, 19 december 1893 – New York, 16 september 1954. Hartog emigreerde met zijn vrouw Mintje van Dam in april 1939 naar de V. S., Vrouwtje (Amsterdam, 12 februari 1895 – Amsterdam, 15 mei 1940), Eva (Amsterdam, 11 augustus 1896), Soesman (Amsterdam, 26 oktober 1897) en Jacob (Amsterdam, 15 juli 1899).

Izaac werd de “roosjeskoning” van Amsterdam genoemd. Een roosje is een speciale vorm waarin een diamant geslepen kan worden. Hij was dan ook naast slijper (melding in 1891), handelaar in diamanten (in 1918) en juwelier (in 1912, 1916, 1920). Toch was er ook een andere kant aan Izaac.
Van hem staat in het Memorboek op blz. 383 een Bewijs van Goed Gedrag afgedrukt van…. de Joodsche Armenschool. Dit bewijs werd aan hem verstrekt in 1871, hij was 11 of 12 jaar oud.
Dat het gezin in goede doen kwam bewijzen de adressen van het gezin – de Plantage Parklaan 2 en de Johannes Vermeerstraat 51 (vanaf 3 februari 1930). Het bedrijf, genoemd als Diamant Roosjesfabriek, was gevestigd op de Plantage Parklaan 25 (telefoonboek 1915).

Ondernemer in een krimpende bedrijfstak
De diamanthandel zelf zat al in het begin van de vorige eeuw in het slop. Dat was al het geval vanaf ca. 1910, toen de concurrentie van Antwerpen voelbaar werd. Daar werd tegen zeer lage lonen geproduceerd. Een opleving werd veroorzaakt door de 1e Wereldoorlog (1914 – 1918). België was betrokken bij deze oorlog, de diamanthandel kwam er bijna stil te liggen. Nederland was neutraal, en de diamanthandel bloeide hier op. De crisis van de twintiger en dertiger jaren vormde echter de nekslag voor deze bedrijfstak in Amsterdam en toen in de Tweede Wereldoorlog het grootste deel van de Joodse ervaren werknemers werd vermoord verloor Amsterdam daarmee ook de expertise en de wereldtoppositie in de diamantindustrie.

In de bronnen is de impact van de neergang van de diamantindustrie terug te vinden. Het begint met een grote financiële strop voor verschillende bedrijven, waaronder Lamon:

Het Volk, 15 december 1908
‘Een diamantkrach.
De diamantmakelaar N. Stokvis uit de Plantage Parklaan, iemand die algemeen groot vertrouwen genoot, is Zaterdag eensklaps verdwenen, met achterlating van een tekort van vermoedelijk f 400.000 tot f 500.000. Verscheidene juweliers worden hierdoor in ernstige mate benadeeld. Zoo heet het dat de firma Weyl en Vita Israëls voor een ton gouds erbij verliest, de firma’s Lamon en Gebr. Davids ieder voor f 60.000, terwijl als verdere getroffenen nog de firma’s Gebr. Erwteman, Nopol & Geleerd en E. Beffie genoemd worden. De justitie stelt een onderzoek in.’

In 1912 is al terug te vinden dat de firma Lamon financiële problemen heeft:

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25 juni 1912
‘Het Nieuwsblad van Nederland verneemt dat de firma Lamon , roosjesjuwelier, het geheele snijderspersoneel heeft gedaan gegeven en dat deze week ook het slijperspersoneel zal ophouden. De heer Lamon heeft een 200 man in dienst. Slapte moet de oorzaak zijn van dit stopzetten.’

In februari 1925 wordt het bedrijf omgevormd tot de N. V. Diamanthandel J. H. Lamon & Zonen. Het kapitaal van het bedrijf bedraagt ƒ 1.000.000,– , verdeeld in 1000 aandelen van ƒ 1000,– waarvan er 400 geplaatst werden. De rest was in eigendom van I. Lamon, H. Lamon, S. Lamon en J. Lamon. Lamon had ook in Antwerpen personeel. Dat is terug te vinden in 1928:

Algemeen Handelsblad, 11 april 1928
‘Bij de Amsterdamsche firma Lamon —> die te Antwerpen een tamelijk groot getal werklieden heeft, heeft het personeel het werk neergelegd. Aanleiding daartoe is het volgende: Hoewel deze werkgeefster op z.g. stukloon laat werken, heeft zij de werklieden steeds een overeengekomen minimum-weekloon betaald. Ten gevolge van commerciële omstandigheden verlangde zij daarvan ontheven te worden, en slechts de geldende stukloonen te betalen. De quaestie ging ter beoordeeling naar de, uit vertegenwoordigers der wederzijdsche organisaties bestaande, Gemengde Commissie. Deze commissie oordeelde, dat de verlangde loonswijziging geen ander karakter droeg dan verdiensten-vermindering voor betrokken werklieden, en wees het verzoek der firma Lamon van de hand. Na door het bestuur van den A. B. D. in kennis te zijn gesteld, dat de werklieden hun garantieloonen moeten behouden, zou de werkgeefster niet hebben toegestemd. Als onmiddellijk gevolg werden de werklieden bijeen geroepen, en het besluit werd genomen om tot nederlegging van den arbeid over te gaan. Met ingang van gisteren is het verboden voor genoemde firma arbeid te verrichten. Bij deze staking zijn plusminus 150 werklieden verbonden. Opmerking verdient, dat bet personeel van Lamon behoort tot de arbeiders waar de werklieden een vrij hoog weekloon verdienen; ook kunnen in andere opzichten de arbeidsvoorwaarden niet bepaald ongunstig genoemd worden.’

In 1929 is er bij Lamon arbeidsduurverkorting:

Het Volk, 13 november 1929
‘AMSTERDAM, 13 november. — Naar wij vernemen, werkt het personeel der N.V. Diamanthandel Lamon en Zonen, en dat van de diamantfabrikanten I. Spier en R. van Wezel slechts drie dagen per week. Bij de laatstgenoemde firma wordt reeds sedert twee weken korter dan een volle week gewerkt.’

Persoonlijk
De informatie die over Izaak Lamon gevonden kan worden is zeer summier. Wat wel naar voren komt is dat hij een vakman is. Zo werd hij genoemd in de Geïllustreerde Encyclopedie der Diamantnijverheid door Henri Polak als de persoon die goede informatie kan geven over de diamantroosjes. Hij was een autoriteit op dit gebied. Wat ook naar voren komt is dat hij, ondanks de tegenslagen in zijn vakgebied, bekend stond als een eerlijke man met een goede reputatie. Zo blijkt ook uit zijn “In Memoriam” in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 6 januari 1933:

Nieuw Israëlietisch Weekblad 6 januari 1933
‘Een achtenswaardig gemeentelid, de heer I. H. Lamon , is de vorige week aan zijn familie ontvallen. De overledene heeft zich in de diamantwereld een goede reputatie verworven en was om zijn onkreukbare eerlijkheid in handel en wandel algemeen geacht. Hij steunde gaarne waar hulp noodig was, in ’t bijzonder de Joodsche vereenigingen voor Thorastudie. Een groote menigte volgde de lijkbaar naar Muiderberg. Hij ruste in vrede!’

verder
In 1930 plaatste hij nog een annonce voor zijn huishoudster, die dan 25 jaar bij hem in dienst is:

Huishoudelijk Personeel (Nieuw Israëlietisch Weekblad 31 januari 1930)
‘Zondag 2 Febr. hoopt Mej. E. Wijnbergen den dag te herdenken, dat zij vóór 25 jaar in betrekking kwam bij de familie Lamon , Joh. Vermeerstraat 51, alhier.’

Twee dochters
Twee van de dochters van Izaac Lamon waren getrouwd binnen de familie Premsela. Dat verhaal staat hier.

 

bron:
www.maxvandam.info, kaart Isaac Lamon (geraadpleegd 20 nov 2014)
Nieuw Israëlietisch Weekblad, 6 jan 1933, 31 jan 1930
Het Volk, 15 december 1908, 13 november 1929
Algemeen Handelsblad, 1 april 1928
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25 juni 1912
Naamlijst voor den Telefoondienst 1915 (geraadpleegd 22 nov 2014)

illustraties
overlijdensadvertentie Izaac Lamon, Algemeen Handelsblad, 28 dec 1932.

gepubliceerd:
27 april 2016

laatst bijgewerkt:
16 oktober 2021