Johnny en Jones

johnnyenjonesEén van de bekendste Joodse artiestenduo’s van voor de Tweede Wereldoorlog waren zonder twijfel Johnny & Jones. Een verhaal over De Bijenkorf, de VARA en over Bergen-Belsen.

In 1934 traden in De Bijenkorf “The Bijko Rhythm Stompers” op, een groep bestaande uit Bob Beek, Max Kannewasser, Max Meents en Nol  van Wesel. Dit is de eerste keer dat de samenwerking tussen Max (Salomon Meijer) Kannewasser (24 september 1916/Jones) en Nol (Arnold Simeon) van Wesel (23 augustus 1918/Johnny) achterhaald kan worden.
In 1936 gingen Johnny en Jones als zangduo optreden. Ze werden ontdekt bij een optreden in in café-restaurant “Van Klaveren” op de hoek Frederiksplein – Weteringschans.
Kort daarna stopten ze met hun baan bij De Bijenkorf en stapten het artiestenvak in. Ze werden al snel de eerste tiener-idolen in ons land.

Max Kannewasser woonde in februari 1941 op de Lekstraat 130-2. Nol van Wesel woonde op de Volkerakstraat 30-1.

Johnny en Jones hadden als voorbeeld het Amerikaanse duo Sim and Slam. Zij hadden voornamelijk jazz op hun repertoire staan en een van hun meest succesvolle nummers was de Flat Foot Floogie, dat oorspronkelijk onder de naam Flat Foot Floozy uitkwam. Floozy, slang voor sletje, kwam niet door de Amerikaanse censuur en daarom werd die naam veranderd. Johnny en Jones gebruikten dit nummer in Nederland en het werd hier een groot succes.

VARA
Johnny en Jones waren vanaf 1938 met zekere regelmaat via de VARA-radio te beluisteren. Ze traden toen op als intermezzo bij “The Ramblers”. Bij het platenlabel Decca namen ze platen op, wat begon in november 1938 met het nummer “Mijnheer Dinges weet niet wat Swing is”. Dit nummer werd een groot succes.

johnnyenjonesadvOorlog
In de eerste periode van de oorlog konden Johnny en Jones nog zonder veel problemen optreden. Zo traden ze in februari 1941 nog in Amersfoort op met “The Ramblers”, maar eind 1941 was dit voor Joodse artiesten verboden.

Westerbork
Op 9 oktober 1943 moesten Johnny en Jones met hun echtgenoten naar Kamp Westerbork. Ze werden daar te werk gesteld bij het verwerken van onderdelen van neergestorte vliegtuigen waaronder plexiglas (bron: Leo Cohen, medegevangene in Westerbork). Johnny en Jones vonden in het kamp een plek bij de (uit uitstekende artiesten bestaande) revue. Aangezien er alleen Duitstalige opgevoerd mochten worden, moesten Johnny en Jones Duits leren. Dus eerst moest die taal goed beheerst worden, waardoor ze alleen in maart 1944 tijdens een kamprevue hebben opgetreden.


Liedje, hetgeen Johnny & Jones in de strafbarakken zongen:
 
 

Het is hier alles even fijn in Westerborg
De korte tijd dat het nog duurt mij ook een zorg
Het is hier alles even fijn, wat cabaret, een beetje gein
Een optimist, dat moet je zijn,
in Westerborg

Bij het ‘s morgens exerceren,
Kan men zich amuseren,
De zoons, de pa’s, de opa’s,
Gaan dan naar de appelplaats
Daar moet men maar proberen
Op klompen lopen leren
Een petje en een overall
Nu ben ik hier een S-geval
Hier is alles even….. enz
(met dank aan Leo Cohen, Adelaide, Australië)
 

4 september 1944
Op deze dag werden Johnny en Jones samen met de andere artiesten gedeporteerd naar Theresienstadt. Op 29 september 1944 werden vanuit Theresienstadt ze naar Auschwitz getransporteerd en daarna naar Sachsenhausen, Ohrdruf en in maart 1945 kwam Johnny en Jones in Bergen-Belsen aan. Door de ontberingen overleden ze kort na elkaar, Jones op 20 maart 1945 en Johnny op de dag dat Bergen-Belsen bevrijd werd, 15 april 1945.

2004
In het Amsterdams Historisch Museum was er een speciale vitrine ter nagedachtenis aan dit duo ingericht.

bron:
Cohen, Leo, Adelaide, Australië, herinneringen (met dank aan Leo Cohen),
wikipedia,
www.joodsmonument.nl, lemma’s Samuel Meijer Kannewasser en Arnold Simeon van Wesel (geraadpleegd 25 februari 2917)


Illustratie

advertentie: het Joodsche Weekblad, uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam, 13 juni 1941.

video
Westerbork – serenade via https://www.youtube.com/watch?v=t-uu4IdZY4A

laatst bijgewerkt:
24 juli 2019