Meijer Blik, Jetje van Beetz en Joseph Blik

Meijer en Jetje en hun zoon Joseph waren doodgewone Amsterdammers voor de oorlog. Wat is er over hen te vinden in de archieven?

Meijer werd op 5 juli 1898 in Amsterdam geboren als zoon van diamantbewerker Joseph Blik (Amsterdam, – Sobibor, ) en Saartje Worms (Amsterdam, 8 juni 1880 – Amsterdam, 9 mei 1912). Hij werd volgens de archiefkaart bij het Stadsarchief van Amsterdam diamantslijper, maar dat was wel in de tijd dat de diamantindustrie over haar hoogtepunt heen was. Later werd hij dan ook handelaar in damesmode.

Op 29 januari 1925 trouwde hij met Judith van Beetz (Amsterdam, – Bussum, ) dochter van vertegenwoordiger Aaron van Beetz (Amsterdam, – België, ) en Rachel Fransman (Amsterdam, 13 juli 1883 – 16 september 1966). Aaron en Rachel kregen negen kinderen, waaronder Reina.
Judith werd doorgaans Jetje genoemd. Meijer en Jetje krijgen op 19 maart 1926 hun zoon Joseph.
Op 22 juni 1936 ging het gezin wonen op de Andreas Bonnstraat 12-3. Vlak voor het uitbreken van de oorlog, op 4 november 1939, vertrokken ze uit Amsterdam en gaan wonen op Plein 2 in Haarlem, volgens de kaart van de Joodsche Raad woonden ze later in de oorlog op de Caninefatenstraat 54 in Haarlem.

Op 16 februari 1943 werd het Joden verboden om in Haarlem, Heemstede of of Aerdenhout te wonen en werden ze verplicht om naar Amsterdam te verhuizen.

Stolperstein voor Joseph Blik. Met dank aan W. Halberstadt

Joseph
Joseph (Amsterdam, – Mauthausen, Meijer, Judith en Joseph vertrokken uit Amsterdam. Op de persoonskaart werd op 7 oktober 1943 ‘VOW’ aangetekend, Vertrokken Onbekend Waarheen. Dit duidde doorgaans op een onderduik. 

De onderduik was in België. Voor vader Meijer was België geen onbekend terrein, want voor zijn huwelijk had hij als diamantslijper in 1922 een paar maanden in Antwerpen gewoond. Het gezin streek neer in Auderghem bij Brussel, waar ze waarschijnlijk bovengronds leefden met valse papieren. Tot ver in 1944 was er ogenschijnlijk niets aan de hand. Tot 3 augustus, de dag dat Joseph werd gearresteerd. Hij had een valse identiteit aangenomen en heette Pierre Sergeant, geboren op 17 juni 1926 in het Belgische Heijster.

Twee weken later ging hij als gevangene op transport naar Namen. Zijn naam was inmiddels in Pierre Blik veranderd en hij stond nog steeds als geboren en getogen Belg in de administratie. Hij hij wist te voorkomen dat zijn Joodse achtergrond bekend werd en hij werd vastgezet als politieke vluchteling. 

Na drie weken, op 31 augustus 1944, ging Joseph als Pierre Blik op transport naar Duitsland. Joseph wist op 2 september 1944 zijn laatste levensteken uit de trein te gooien. Via Nessonvau(x) en Hannover kwam hij op 16 september aan in Mauthausen, waar hij onder nummer 99654 werd ingeschreven. Vier dagen later ging hij met vijftienhonderd gevangenen door naar het buitenkamp Gusen en daarna werd hij in de grootste ondergrondse Messerschmitt nazi-fabriek Bergkristall tewerkgesteld. Duizenden dwangarbeiders kwamen hier om.

Op 16 september 1944 gebeurde er iets opmerkelijks. In de degelijke Duitse administratie werd een wijziging doorgevoerd; Politieke gevangene werd doorgehaald en in plaats daarvan werd hij vanaf dat moment als Belgische Jood beschouwd. Hij zal zich bij zijn inschrijving hebben moeten uitkleden, waarbij duidelijk werd dat hij besneden was. In hoeverre dit voor hem betekende dat hij anders werd behandeld, is niet duidelijk, aangezien hij met een grote groep niet-Joden richting Gusen vertrok.

Op 1 december, na bijna drie maanden dwangarbeid, keerde hij in Mauthausen terug en werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Hier kwam hij om op 15 december 1944, slechts vier maanden na zijn arrestatie.

In zijn dossier in het Rijksarchief in België, waarin de wanhopige pogingen van zijn ouders zijn vastgelegd, om over zijn lot meer duidelijkheid te krijgen, haalt een kleine pasfoto Joseph definitief uit de vergetelheid. En inmiddels heeft hij zijn eigen steen in het Namenmonument in Amsterdam, een plek op dit digitale monument en werd er een Stolperstein voor hem in Haarlem gelegd.

Na de oorlog
Na de oorlog keerden Meijer en Jetje terug naar Amsterdam waar ze in april 1946 op de Bilderdijkstraat 207-1 woonden. In november 1947 vertrokken ze naar Brussel. Ze wonen enige tijd in België om later weer terug te keren naar Nederland.
Judith overleed op 3 mei 1989. Meijer en Judith woonden in die tijd op de Ceintuurbaan 281 in Bussum. Meijer overleed op 28 augustus 1994.

 

 

bron:
Stadsarchief Amsterdam, Meijer Blik, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 72.
Stadsarchief Amsterdam, Judith van Beetz, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 46.
Stadsarchief Amsterdam, Aaron van Beetz, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 46.
Stadsarchief Amsterdam, Joseph Blik, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 72.
kaart Joodse Raad via Arolsen Archives, 12692262 Meyer Blik.
kaart Joodse Raad via Arolsen Archives, 12692241 Judith Blik – van Beetz.
“Familiebericht Rachel Fransman”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1966/09/23 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 14-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873971:mpeg21:p010.
“Familiebericht Judith van Beetz”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1989/05/12 00:00:00, p. 22. Geraadpleegd op Delpher op 14-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859955:mpeg21:p022.
“Familiebericht Meijer Blik”. “De Telegraaf”. Amsterdam, 1994/08/30 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 14-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010692082:mpeg21:p010.
Joseph Blik, kaart Joodsche Raad, Arolsen Arcihves, 130260800 (Joseph BLIK)
.
Joseph Blik, aanvulling 2 september, met dank aan W. Halberstadt (artikel ook op www.joodsmonument.nl)

illustratie:
Stolperstein voor Joseph Blitz. Met dank aan W. Halberstadt

gepubliceerd:
13 november 2020

laatst bijgewerkt:
4 september 2026