Museumplein

Vanaf de 17e eeuw lagen op deze plek in de stad de Mennonietensloot en het Mennonietenpad. Daaraan stonden zeven windmolens, met name houtzaag- en graanmolens. In 1878 werden de laatste molens afgebroken om plaats te maken voor het Rijksmuseum. Oorspronkelijk zouden op het terrein villa’s verrijzen met het Rijksmuseumgebouw als toegangspoort. De gemeente had hier de architect E. Gugel opdracht toe gegeven. De bijgebouwen aan deze kant van het Rijksmuseum, zoals de directeurswoning en de bibliotheek, zouden hier architectonisch op aansluiten. Door een pleidooi van Cuijpers, de architect van het Rijksmuseum, tijdens de raadsvergadering van 2 december 1891, besloot de gemeente uiteindelijk in 1902 een groot deel open te laten en een deel van een blok villa’s te voorzien. De naam Museumplein werd in 1903 officieel vastgesteld.

Museumplein 9 – Boerhaavekliniek
De Boerhaavekliniek werd in 1902 geopend en bestond uit verschillende panden, waaronder nummer 9. Het was geen Joodse gezondheidstinstelling, er werkten wel Joodse artsen, zoals in 1924 W A P F L J Mendels, vrouwenarts-verloskundige.

Museumplein 19, foto, Arsath Ro’is, J.M. 29 september 1969. Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto’s eigen fotodienst 010122008875

Museumplein 19 – consulaat
Op Museumplein 19 vinden we nu het Amerikaanse consulaat. In de 2e Wereldoorlog had dit gebouw een heel andere functie….

Baron Willem Frederik van Heukelom liet dit pand bouwen in 1912. Het werd ontworpen door de architecten Th. G. Schill en D.H. Haverkamp en het gebouw werd ontworpen voor één gezin. Maar dat was dan wel een zeer groot huis. Er was ruimte voor het gezin, het personeel en er was een hoofdingang, een dienstingang, een biljartkamer, een lobby, een zitkamer, een keuken, een pantry, een salon, een wasruimte, een woonkamer, een speelkamer, een eetkamer en een kamer voor de bedienden en dit was dan alleen de 1e en 2e verdieping.
In januari 1938 werd het gebouw verkocht door de weduwe van de baron aan de Duitse regering. In april 1938 kreeg de Duitse regering toestemming om dit pand te gebruiken als consulaat. In de 2e Wereldoorlog was Dr. Arthur Seyss-Inquart de Rijkscommissaris in Nederland. Hij werd in Amsterdam vertegenwoordigd door Dr. Hans Böhmker. Hij vestigde zijn kantoor in dit pand. Het Duitse leger en de Duitse politie kregen hun hoofdkwartier in de belendende panden.

In het begin van de oorlog hielden de Duitsers regelmatig massabijeenkomsten op het Museumplein. Dit werd beëindigd in het voorjaar van 1943, toen de oorlog minder goed ging voor de Duitsers. Het Museumplein werd toen Sperrgebiet, en was niet toegankelijk voor gewone burgers. Direct voor het consulaat werd een betonnen schuilkelder gemaakt, die daar bleef tot hij gesloopt werd in 1953. Het Museumplein zelf werd veranderd in een gebied met greppels, prikkeldraad en wegafzettingen.
De Duitsers moesten het gebouw verlaten toen zij de oorlog verloren hadden. Op 1 augustus 1945 kreeg de Amerikaanse regering de toestemming het gebouw als consulaat te gaan gebruiken. In eerste instantie huurde men het gebouw van de Nederlandse Regering (Nederlands Comité voor Voormalig Duits Bezit), en op 19 maart 1948 werd het gebouw gekocht door de Amerikaanse regering. Sinds augustus 1945 is dit gebouw in gebruik als Amerikaans consulaat.

bron:
algemene informatie via wikipedia (geraadpleegd 23 september 2019).

“Advertentie Mendels”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 21-11-1924. Geraadpleegd op Delpher op 11-12-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872515:mpeg21:a0033

laatst bijgewerkt:
23 september 2019