goldschmidt en zonen

prinsengracht812De firma Goldschmidt en Zoonen was voor de 2e Wereldoorlog een van de grote spelers binnen de Nederlandse koffieproducenten.
De toenmalige directeur, Maurice Isaac Goldschmidt (Maurits), werd wel de koffiekoning van Nederland genoemd. Maurits had tevens een belangrijke functie binnen de Nederlandse koffieproducenten, hij was de penningmeester van het bestuur van de Vereniging voor den Koffiehandel.
Maurits (1870 – 1944) en zijn vrouw Adele Koppel (1884 – 1981) hadden vier kinderen; Rudolf Carel (1908 – Klein Mangersdorf, Polen, 1942), Otto Herman (1910 – 2001), Augusta Regina (1913-2005) en Paul (1914 – 2010). Maurits scheidde in 1937.
Hij staat verder bekend als een uitmuntend schaker en werd in 1934 bij een bezoek aan Brazilië landskampioen van dat land.
Verder staat Maurits bekend als een zorgzaam en liefdevol man, zowel voor zijn kinderen als zijn personeel.
Maurits kwam in 1944 in Bergen Belsen terecht en werd ziek. Tijdens het ziek-zijn moest hij op appel staan. Dat leidde tot een longontsteking waaraan hij op 13 maart 1944 overleed.

Het bedrijf werd op de Prinsengracht gevestigd, op nummer 812-814, vlakbij de Utrechtsestraat. Het bedrijf bestond uit twee panden. Het pand op 812 werd in 1874 gebouwd en was ontworpen door Isaac Gosschalk. Daarin werd een (azijn)fabriek gevestigd en de kantoren. Behalve in koffie handelde Goldschmidt in koloniale waren en maakte azijn. Het pand bestaat niet meer.
Binnen de producten die Goldschmidt leverde ging koffie een steeds belangrijker plaats innemen. Dat komt mede doordat de gegoede burgerij graag een kopje koffie drok in één van de vele koffiehuizen in de stad.
De koffiehandel was zeker niet de eerste liefde van Maurits. Hij had naar de Technische Universiteit in Delft gewild en bouwkundige willen worden. Zijn vader, Calmon, wist hem toch het familiebedrijf in te praten. Maurits stapt het bedrijf in en wordt daarin zeer succesvol. Hij is zelfs trots wanneer hij als oude man in Westerbork terecht komt en ook daar nog “De Koffiekoning van Holland” wordt genoemd.
Naast het werk is de familie voor Maurits zeer belangrijk. Hij voelt zich er verantwoordelijk voor. Het Joods-zijn ziet hij als een gegeven, hij ziet het niet als uitverkoren en niet als minderwaardig. Hij voelt zich thuis in Joodse en niet-Joodse kringen hoewel de meerderheid van zijn contacten Joods is.
Drie van zijn kinderen en zijn ex-vrouw overleven de oorlog, Maurits niet. De oorlog betekent ook het einde voor het bedrijf.

Saskia Goldschmidt, kleindochter van Maurits en dochter van Paul, heeft de familiegeschiedenis beschreven in “Verplicht Gelukkig”. Dit boek kwam in 2011 uit.


bron:
communityjoodsmonument.nl,
joodsmunument.nl,
jodeninnederland,
Goldschmidt, Saskia, Verplicht Gelukkig