Hoorn

In de Gouden Eeuw was Hoorn een welvarende stad en in de middeleeuwen bestond de plaats al. In 1356 kocht Hoorn stadsrechten van Graaf Willem V. De grote bloei en de daarbij horende welvaart volgde in de 16e en 17e eeuw en Hoorn werd de hoofdstad van West-Friesland. Er waren drie handelscompagnieën die zich er vestigden: ten eerste de Verenigde Oost-Indische Compagnie, met een kamer (handelskantoor), dat gold ook voor de West-Indische Compagnie en de Noordse Compagnie zat er voor de walvisvaart. Al deze handel brengt grote welvaart, daarnaast werd de landbouw rond Hoorn belangrijk, alsmede de lakenweverij en de goudsmederij.
In de 18e eeuw dommelde het plaatsje in en brak een tijd aan van armoede. Dat bleef zo tot 1813 en bij het vertrek van de Fransen veerde de plaats weer op. De zeevaart werd minder belangrijk, Hoorn richtte zich op de handel in zuivel en landbouwproducten en Hoorn werd steeds meer het marktcentrum van het West-Friese platteland. Verder werden de goud- en zilversmeden belangrijk, evenals de zadelmakers en de tabaksfabrieken. Er kwam een militair garnizoen en een gevangenis.

De eerste vermelding van Joodse inwoners van Hoorn dateert van 1622, dit betrof een Sefardische man. Acht jaar later vertelt de Hoornse Cronijkschrijver Velius dat, in 1566, de Vullerswaal gedempt ging worden. De nieuwe naam van deze straat werd Jeudestraat. In 1631 verzocht een groep Portugese joden uit Hamburg om zich in Hoorn te mogen vestigen. Op 24 maart 1633 ontvangen Moyses en David Franco het poorterschap van Hoorn, ze werden daarmee burgers van deze stad.
Rond 1670 woonden er 20 Joodse gezinnen in Hoorn, tegen het jaar 1800 zelfs 50 gezinnen. In 1930 waren er nog 50 Joden in Hoorn en na de Tweede Wereldoorlog waren er nog zo weinig over dat de Joodse gemeente van Hoorn werd opgeheven en bij die van Alkmaar werd gevoegd. Gedurende de oorlog werden er volgens www.joodsmonument.nl 20 Joodse inwoners van Hoorn vermoord.

oude Joodse begraafplaats Hoorn, foto collectie Westfries Archief Hoorn.

Begraafplaats
De Joodse begraafplaats was aan de Westersingel in Hoorn. Deze begraafplaats werd in 1778 gewijd, de eerste begrafenis was er echter al in 1762. De laatste begrafenis vond er in 1952 plaats. In 1968 werd deze begraafplaats geruimd om plaats te maken voor een nieuwe weg. De resten van 614 mensen werden onder rabbinaal toezicht opgegraven en herbegraven op de nieuwe Joodse begraafplaats van Hoorn, een deel van de Algemene Begraafplaats aan de Berkhouterweg. Daar staan nu 228 matseiwoth (zerken).

Op 27 november 2015 werd er een gedenkteken geplaatst en onthuld op de locatie van de voormalige Joodse begraafplaats van Hoorn.

Joods Hoorn in de 19e eeuw.

Synagoge
De synagoge van Hoorn werd in 1870 gebouwd aan de Italiaanse Zeedijk. Al voor de 2e Wereldoorlog werd het aantal Joden in Hoorn kleiner, in de oorlog werd de synagoge verkocht om vervolgens in 1953 afgebroken te worden.  In de nieuwbouw op die locatie is op 30 mei 1979 een gedenksteen aangebracht. Een foto van de synagoge via deze link.

J Appel – Het Wapen van Amsterdam
Logement “Het Wapen van Amsterdam” brandde in 1867 af en werd in 1868 heropend door J Appel. Het bedrijf adverteerde in het Nieuw Israëlietisch Weekblad en richtte zich daarmee ook op de Joodse reiziger.

Assueris Salomon van Nierop
Asser van Nierop werd in Hoorn geboren op 24 januari 1813. Hij werd advocaat en trouwde met Rachel Salvador (Amsterdam, 10 juli 1821). Ze kregen vijf kinderen: Frederik Salomon (Amsterdam, 6 maart 1844), Rebecca (Amsterdam, 15 februari 1845), Helena (Amsterdam, 21 april 1846), Louisa Sara (Amsterdam, 17 mei 1848) en Rachel (Amsterdam, 12 juli 1849). In Amsterdam woonde het gezin op de Keizersgracht 343.
Asser werd bankier en bracht het tot minister. Zijn zoon was oprichter van de Amsterdamsche bank en werd lid van de Eerste Kamer.

Joods Hoorn in de 20e eeuw

Grote Noord – Jacob Polak
Jacob Polak adverteerde in 1904 in het NIW en hij zocht een bakkersknecht voor zijn bakkerij die aan de Grote Noord gevestigd was.

Stomerij Krom
Stomerij Krom adverteerde in het NIW en was een stomerij met verschillende filialen, zowel in Amsterdam als in diverse steden in Noord-Holland.

Martijn de Vries
Martin de Vries was een ondernemer die in de hoofdstad op de Utrechtsestraat de zaak “De Vier Vriezen” voerde. Hij werd geboren in Hoorn en ter gelegenheid van zijn overlijden verscheen er in het NIW van 20 maart 1931 een In Memoriam:

IN MEMORIAM MARTIN DE VRIES

De heer Martijn de Vries werd 6 Februari 1875 te Hoorn geboren, alwaar zijn vader en grootvader reeds tal van jaren bekende manufacturenzaken dreven. Na in 1895 als medevennoot in de zaak te zijn opgenomen, kreeg hij de leiding van de door de firma in Amsterdam opgerichte détailzaak „De Vier Vriezen” in de Utrechtschestraat.

De zaak werd „De Vier Vriezen” genoemd naar de vier broers-firmanten, die het manufacturenbedrijf van Hoorn naar Amsterdam verplaatsten en doof energie, reëele zakenopvatting, hun groote kennis van de textielbranche hun zaak tot zulk een doei wisten te brengen, dat deze mede in het buitenland algemeen bekend is en een buitengewoon goeden roep geniet. Toen na de omzetting in een Naaml. Venn. gaandeweg besloten werd tot opheffing der détailzaken en alléén het Hoornsche moederbedrijf behouden bleef, werd ook „De Vier Vriezen’ opgeheven en wijdde de heer Martijn de Vries zich naast de andere directeuren aan de belangen der Engrosfirma, die intusschen door de oprichting van een groote lingeriefabriek de fabricatie van lingeries, kinder- en werkmansconfectie ter hand had genomen en zich ook op dit gebied een zeer grooten naam wist te verwerven.
Alhoewel dit groote bedrijf, het eerste en het grootste op ’t gebied van uitgifte van stalencollecties aan den handel en de couture en in de. laatste jaren ook aan de kleermakers, een inspannenden arbeid van al zijn directeuren eischt, wist de overledene toch steeds tijd te vinden voor maatschappelijken en p’hilantropischen arbeid. Hoogst eenvoudig in zijn optreden, wist hij ieder voor zich te winnen door zijn vriendelijkheid en zijn groote eerlijkheid. Geheel onverwachts werd hij weggerukt. De tijding van zijn overlijden heeft in breede kringen en vooral bij het uitgebreide personeel van de Naamlooze Vennootschap Handelsvennootschap v.h. S. I. de Vries, waar hij door zijn humaan optreden zich in aller achting en liefde mocht verheugen, groote ontroering gewekt. Zondag, 8 Maart, heeft zijn teraardebestelling onder ontzaglijk groote belangstelling te Muiderberg plaats gehad. (Uit „De Manufacturier”). Martijn de Vries was gehuwd met Olga Sara Süskind (Oberdollen, 16 september 1872 – Sobibor, 23 juli 1943). Zij hadden een zoon (Oscar, Amsterdam, 10 oktober 1900 – Monowitz, 21 september 1942) en een dochter (Suze Adele, 1906 – 1998).

familie Molenaar
Er waren in Hoorn meer mensen die onderduikers opnamen, de familie Molenaar nam er 13 op: ‘Ik (Philip Mok) werd in 1942 opgenomen in een gezin in het Noordhollandse Hoorn, in het huisgezin van Jan en Dien Molenaar, waar op dat ogenblik nog twaalf andere onderduikers verbleven. Van de dertien zijn er twee naar elders verhuisd. Tien werden door de Duitsers gevonden en weggevoerd. Zij kwamen nooit terug. Eén overleefde tesamen met de Molenaars (ouders plus vier kinderen) het drama: ik. Wie zegt de namen nog wat van Hans (Izaak Hans, Amsterdam, 8 mei 1932 – Auschwitz, 10 september 1943) en Selma Cardozo (Amsterdam, 5 september 1930 – Auschwitz, 10 september 1943), van de anderen die werden opgepakt ? Ik bezit nog foto’s van ze. Na voormelde inval in Hoorn moest de familie Molenaar, gezocht wegens jodenhulp, vluchten. Eerst werd ik tijdelijk, maar dat was alles in die dagen, naar een nieuw onderduikadres gebracht. En vervolgens zochten gasfitter Jan Molenaar en zijn vrouw onderdak bij een man die zij voor de oorlog hadden leren kennen als een betrouwbare vent, een socialist met communistische sympathieën, die voor twee met executie bedreigde communistische Jodenhelpers naar zij verwachtten wel een plaatsje in zijn huis zou willen inruimen‘. Die plek vonden ze, bij Klaas Smelik.
Selma en Hans waren de kinderen van Salomon Cardozo, tabakshandelaar (Amsterdam, 16 september 1902 – Auschwitz, 31 maart 1944) en Betsij Troeder (Amsterdam, 21 oktober 1902 – Auschwitz, 10 september 1943). Het gezin woonde op de Nieuwe Herengracht 39hs.

Kille
De Joodse gemeente van Hoorn was na de oorlog te klein om zelfstandig verder te gaan en werd in 1948 samengevoegd met die van Enkhuizen.

Krententuin

Krententuin

De gevangenis in Hoorn, tegenwoordig bij het Museum van de 20e eeuw, bestond al langer en Hoorn heeft een behoorlijke geschiedenis in het gevangeniswezen. De magazijnen op het Oostereiland werden in 1817 tot gevangenis verbouwd en hebben dienst gedaan als gevangenis tot 2003. Tussen 1886 en 1932 deed het complex ook dienst als rijkswerkinrichting, er werden krenten gesorteerd, vandaar de bijnaam. In ieder geval deed de Krententuin ook tussen 10 en 15 mei 1940 dienst als gevangenis, nu voor de nazi’s.  Toen werden er zo’n 1000 Joden en communisten opgesloten, waaronder de Joodse voorman van de CPN David Jozef Wijnkoop (Amsterdam, 11 maart 1876 – Amsterdam, 7 mei 1941). Wijnkoop was ondergedoken in Amsterdam en overleed in de onderduik.

bron:
www.hoorn.nl, lemma geschiedenis van Hoorn (geraadpleegd 30 december 2016)
“Advertentie Wapen van Amsterdam”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 24-01-1868. Geraadpleegd op Delpher op 30-12-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871576:mpeg21:a0015
www.wikipedia.nl, lemma Oostereiland (Hoorn), geraadpleegd 1 januari 2017.
“Krententuin”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 06-06-1986. Geraadpleegd op Delpher op 01-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859199:mpeg21:a0063
stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister 1851 – 1853, Asseuris Salomon van Nierop
“Joodse Gemeente Hoorn met gevelsteen herdacht door Annelies van den Houten”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 01-06-1979. Geraadpleegd op Delpher op 01-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858972:mpeg21:a0069
“De ,omgevallen’ goede Klaas Smelik”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 03-05-1974. Geraadpleegd op Delpher op 01-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860129:mpeg21:a0011
www.joodsmonument.nl, lemma Salomon Cardozo en familie (geraadpleegd 1 januari 2017)
“IN MEMORIAM MARTIN DE VRIES”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 20-03-1931. Geraadpleegd op Delpher op 01-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858661:mpeg21:a0149
www.jodeninnederland.nl, lemam Martijn de Vries (geraadpleegd 1 januari 2017)
www.geni.com, lemma Olga Sara Suskind (geraadpleegd 25 juli 2017)

illustratie:
oude Joodse begraafplaats Hoorn, foto collectie Westfries Archief Hoorn.

“Advertentie Wapen van Amsterdam”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 24-01-1868. Geraadpleegd op Delpher op 30-12-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871576:mpeg21:a0015
krententuin Hoorn © joodsamsterdam november 2016

laatst bijgewerkt:
19 augustus 2017