houtkopersdwarsstraat

moffierachelwebjodenbreejodenhoutDe Houtkopersdwarsstraat (bij de B) is een zijstraat van de Jodenbreestraat in het verlengde van de Nieuwe Uilenburgerstraat. Hij stond beter bekend als de Vissteeg.

De visvrouwen
Die bijnaam voor deze straat lag voor de hand. er werd vis verkocht, onder meer door bekende Joodse visverkoopsters, Brutale Coba (Rachel Moffie) en Bloemie.

De vaste klanten
Vooral de visstallen van Bloemie en Brutale Coba zijn beroemd. De kooplieden aan de Vissteeg kennen hun klanten, hun smaak en hun manieren. Aan de manier waarop een klant de vis keurt, weten zij welke prijs ze kunnen bedingen. Vaste prijzen bestaan namelijk niet. De voorkeur van de buurtbewoners strekt zich niet uit tot de vissen in het geheel, maar juist ook naar zeer speciale onderdelen van zo’n beest.

lengOnderhandelen

Zegt een vrouwtje met een zorgelijk gezicht: ‘Bloemie, heb jij vandaag mooie leng (kabeljauwachtige vis, foto)?’

Roept Bloemie naar achteren ‘Markie, hebben we nog leng?’
‘Nog één krimpleng.’ Het beest wordt met een zwaai op de schaal gegooid. ‘Twintig pond vis. Hoeveel moet u ervan hebben?’ ‘Wat kost die leng?’ ‘Een kwartje een pond.’ ‘Ik geef je twee dubbeltjes en geen cent meer.’ ‘Twee dubbeltjes, goed. Omdat u het bent. Hoeveel moet u hebben?’ ‘Ik moet enkel maar de wammen hebben. Snij maar een pond af, het middelste stuk hoor!’
De wammen zijn het lekkerste deel van de vis. Als de vette buik is weggesneden, is het overblijvend deel minder waard. Bloemie prakkizeert er niet voor de wamstukken los te verkopen. Zegt het vrouwtje: ‘nou dan neem ik ook géén vis.’ Ze doet tien stappen opzij, zodat ze voor de stal van Brutale Koba staat. ‘Koba, heb jij leng?’ ‘Ik verkoop niet aan kaksougerte’ (verbastering van lorrige koopster).
Zegt het vrouwtje: ‘Jij bent aardig adrem.’ Zegt Brutale Koba: ‘Als ik a trem (een tram) ben, bent u een vuilniskar.’

Blonde Beckie
Brutale Coba had volgens overlevering haar mondje wel bij zich, maar als er iemand was waarmee ze kon kijven was het Blonde Beckie. Blonde Beckie hing dan uit het raam en gilde naar Coba. Beckie was getrouwd met een heer Schellevis, had een café en in ieder geval een zoon Maurits. Drs. J Schagen vond wie ze was. De woningkaarten van het Stadsarchief boden uitkomst, en het gaat hier om Salomon Schellevis en Rebecca Schellevis-Canes (Amsterdam, 28 feb 1884 – Sobibor, 4 juni 1943) en hun zoon Maurits. Op de hoek Jodenbreestraat (32) – Houtkopersdwarsstraat namen ze in 1935 een café over, in 1938 verhuisde Beckie naar Houtkopersdwarsstraat 30.
Salomon was al overleden in 1935. Het paar had zeker 8 kinderen, Hartog, Joseph (Amsterdam, 20 mei 1906 – Auschwitz, 31 oktober 1944), Judic (Amsterdam, 22 feb 1913 – Sobibor, 28 mei 1943), Mina (Amsterdam, 31 aug 1917 – Auschwitz, 19 jan 1944), Jacques (Amsterdam, 25 oktober 1919 – Midden Europa, 31 maart 1944), Clara (Amsterdam, 18 nov 1910) en Maurits.
Clara overleefde de oorlog en emigreerde met haar man Juda Hamerslag naar de VS. Ze kregen twee dochters, Esther en Rebecca.
Maurits was getrouwd met Rebecca Canes. Rebecca werd op 6 oktober 1944 in Auschwitz vermoord. Na de oorlog trouwde Maurits met Lena Biesen en zij kregen een zoon, Salomon.

bron:
Verhaal Coba: Meyer Sluyser – Voordat ik het vergeet. Uitgave Het Parool (1e druk 1957), NV De Nieuwe Pers pag 75 – 76.
Blonde Beckie: Ons Amsterdam, maart 2002 De Vissteeg in de jaren dertig, communityjoodsmonument.nl pag Rebecca Schellevis-Canes.