Baruch de Spinoza

spinoza2Baruch was een Nederlands filosoof, theoloog, taalkundige en lenzenslijper. Zijn werk hoort bij de vroegmoderne filosofie, waartoe ook de werken van Descartes behoren. Academisch staat zijn werk de laatste jaren weer in de belangstelling. Zijn bekendste werk, Ethica, werd na zijn dood uitgegeven.

Spinoza komt uit een geslacht van Portugese Joden. Zijn voorouders woonden aan de Spaans-Portugese grens waar ze in de zestiende eeuw handel dreven. Voor 1497 (1492 Spanje, 1496 Portugal) werd de Joodse godsdienst verboden op het Iberisch Schiereiland en velen bekeerden zich onder dwang tot het katholicisme, maar bleven in het geheim aanhanger van het Jodendom. Zij werden marranos (‘zwijnen’) of nuovos Christos genoemd. Nakomelingen van een aantal van deze Joden trok, vaak via de positie van handelaar in Antwerpen, na 1585 naar de Noordelijke Nederlanden, waar zij welkom waren (wanneer ze goede handelscontacten hadden). De Nederlanden hadden zich onafhankelijk verklaard van de Spaanse overheersers en een (gedeeltelijke) godsdienstvrijheid ingevoerd, waarbij het protestantisme de dominante godsdienst was.

De eersten van deze vluchtelingen kwamen in 1593 aan in Amsterdam. Voor 1618 waren door hen drie synagogen gebouwd. In 1622 kwamen Spinoza’s ouders aan in Amsterdam. In de Noordelijke Nederlanden mochten zij hun Joodse religie belijden en dat was een betere keus dan katholiek ‘blijven’ – de katholieken waren in die periode in deze omgeving tweederangs burgers.
Spinoza’s vader, Michael de Spinoza, was een koopman die twee keer trouwde. Hij kreeg drie kinderen: twee dochters, Miriam en Rebekah, bij zijn eerste vrouw die in 1627 overleed, en Baruch te Amsterdam op 24 november 1632 bij zijn tweede vrouw, Hannah Deborah uit Lissabon. Hanna Deborah overleed in 1638.

De Joodse gemeenschap in Amsterdam bestond toen uit drie geloofsgemeenten rond de drie synagogen. Met de welvaart nam de onderlinge onverdraagzaamheid toe. In 1638 kwam een verzoening tot stand, waarbij één synagoge werd verkocht, één bleef bestaan en de derde werd ingericht als schoollokaal. Het jaar daarna ging de jonge Spinoza hier naar school. Baruch sprak als kind Spaans en Portugees.

In zijn schooljaren leerde hij onder meer uit de Thora. Al snel ziet hij in dat de tekst “zozeer de mensengeest verraadt” onmogelijk door God kan zijn geschreven of door God kan zijn geïnspireerd. Na zijn schooljaren bestudeerde hij de overgeleverde geschriften. Hij concludeert dat ze niet waar zijn en noemt ze “uitvindingen van de menselijke fantasie”. Gaandeweg zet hij zich meer af tegen alle voorschriften en regels rondom eten, drinken en bidden. De rabbijnen zagen deze in hun ogen godslasterlijke handelingen van de jonge Spinoza met ontzetting aan (Vloemans, 1931).

Het was in die tijd gewoon in de Joodse traditie dat men naast het bestuderen van de Thora ook een ander vak leerde. Baruch had al jong het ambacht van lenzenslijper geleerd.

Later komt Spinoza werkelijk in conflict met de Amsterdamse Joodse gemeenschap. Hij wordt op 27 juli 1656 uit de Sefardische gemeente verbannen (Cherem), zoals dat eerder Uriel da Costa overkwam. Zijn verbanning had mogelijk te maken met de weigering van Spinoza om zich te conformeren aan de Joodse gemeenschap of wellicht ook vanwege financiële perikelen; Spinoza’s (Spaanstalige) verweerschrift had misschien uitsluitsel kunnen geven, maar dit is verloren gegaan.

Zijn verbanning uit de gemeente in het jaar 1656 was zeven jaar voor zijn eerste publicatie in 1663. Overigens verliet Spinoza de stad pas enkele jaren na zijn verbanning.
De kring van vrienden rondom Spinoza was klein maar trouw. Zij lazen zijn teksten. De kring bestond onder meer uit Pieter Balling, Jarig Jelles, Adriaan Koerbagh, Johannes Koerbagh, Jan Rieuwertsz (de uitgever van Spinoza’s geschriften), Simon Joosten de Vries, Johannes Bouwmeester, Lodewijk Meyer (Vloemans, 1931) en de Amsterdamse burgemeester Coenraad van Beuningen.

Spinoza kwam in contact met ‘Collegianten’. Koerbagh probeert in 1669 een werk uit te brengen, genaamd “Een Ligt schijnende in duystere Plaatsen“. Dit werk ademt de geest van Spinoza’s filosofie. Koerbagh kwam vanwege godslastering in het Rasphuis terecht kwam en overleed daar binnen een jaar.

Gedurende de laatste jaren van zijn leven werd Spinoza regelmatig bezocht door Dr. George Hermann Schuller. Deze jonge Amsterdamse geneesheer stelt in februari 1677 dat Spinoza niet lang meer te leven had. Kort daarna, op 21 februari 1677, stierf Spinoza (waarschijnlijk) aan tuberculose. Hij werd 44 jaar oud.

Zijn lessenaar, met daarin zijn voltooide en onvoltooide manuscripten, werd bezorgd bij Jan Riewertsz. Datzelfde jaar verscheen bij hem de Opera Posthuma. Deze werd vervolgens vertaald door Jan Hendriksz Glazemaker en in 1677 gepubliceerd als “De nagelaten geschriften van B.d.S“. Het verbod op publicatie, binnen enkele maanden uitgevaardigd door de Staten van Holland, heeft de verspreiding van zijn geschriften niet gestopt.

Aanvankelijk leken velen Spinoza’s ideeën te verwerpen vanwege diens radicale opvattingen. Desalniettemin hebben alle grote filosofen, zoals Goethe, hem op een voetstuk geplaatst.
Er zijn in de 20e eeuw twee bloeiperioden van het spinozisme aan te wijzen. De eerste was een ware Spinoza-cultus in de Weimarrepubliek. Met het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het eerste bloeimoment de kop ingedrukt. De tweede periode trad op na die oorlog, toen Spinoza een populair studieobject werd voor de Franse Marxisten. De populariteit van het neoliberalisme en de ondergang van het marxisme zorgde ervoor dat ook toen het spinozisme geen vaste plek kreeg binnen de hedendaagse politieke filosofie.
 

bibliografie
1660- De Verhandeling over de verbetering van het verstand, De intellectus emendatione. Spinoza behandelt de vormen van perceptie. Gepubliceerd in 1677 in de Opera Posthuma.
1867- De Korte Verhandeling Tractatus de Deo et homine etjusque felicitate. Dit werk bleef lang onuitgegeven. Men ontdekte de tekst na 1852 en publiceert deze vijftien jaar later.
1663 – Principia Renati Des Cartes Principia Philosophiae. Deze tekst ontstaat uit de lessen die Spinoza gaf aan zijn leerling Casearius.
1663 – Cogitata Metaphysica. Over de theorie van het zijn en zijn verschijningswijzen, God, diens attributen en de menselijke ziel.
1670 – Theologisch-politiek Tractaat Tractatus Theologico-Politicus. Met deze tekst toont Spinoza aan dat de vrijheid van filosoferen een onmisbaar onderdeel is voor de vrede in de staat. Hij gaat in op profetie; God spreekt door de profeet en profetie ontleent haar gezag aan het gegeven dat zij door God is geïnspireerd. De profeet bewijst dus niet, maar beweert: hij eist de waarheid voor zich op, zonder deze te ondersteunen met een bewijs.
1677 – Politiek Tractaat.
Aan dit werk heeft Spinoza de laatste twee jaren van zijn leven besteed. Sprak hij in het Theologisch-politiek Tractaat nog over het maatschappelijk contract, nu vervangt hij dat door passies, belangen en instellingen.
1677 –Ethica
Het werk waar Spinoza rond 1665 al een groot deel van voltooid had. Die jonge Ethica, door Spinoza eerder aangeduid als Mijn Filosofie, bestond toen nog uit drie delen. Op het moment van publicatie waren dat er vijf geworden. Het is zijn belangrijkste werk. Hij vertelt erin dat God gelijk is aan de natuur en dat alles, de gehele wereld, één geheel is. Dit werk heeft invloed op alle grote filosofen na Spinoza.
1677 – Epistolae
1677 – Compendium Grammatices Linguae Hebrae
Behandelt de grammatica van het Hebreeuws en vergelijkt deze met het Latijn.
1677 – Stelkonstige reeckening van den regenboog
1677 – Reeckening van kanssen vraeg – Stucken

Standbeeld
Op 24 november 2008, Baruchs’ 376e geboortedag, werd door burgemeester Cohen het standbeeld van Spinoza onthuld op de Zwanenburgerwal. Dit standbeeld moet recht doen aan deze grote denker en filosoof, die in Amsterdam nog geen monument had. Binnen zes maanden is het van een burgerinitiatief tot dit standbeeld gekomen en kunstenaar Nicolas Dings heeft Spinoza naast een icosaëder geplaatst, een bol met 20 gelijke driehoeken. Dit staat symbool voor Spinoza’s denken, ‘het universum als model, geslepen door de menselijke geest’. Daarnaast was Spinoza ook lenzenslijper, waar deze vorm ook aan refereert. Op de mantel zijn naast de inheemse mus ook de uitheemse halsbandparkiet te zien, een vogel die zijn plek in Amsterdam heeft verworven. Dit refereert aan de tolerantie die Spinoza binnen zijn filosofie essentieel vond. Tolerant voor het andere. Verder zijn er rozen afgebeeld op de mantel. Spinoza droeg een zegelring met een roos en het woord ‘caute’ dat behoedzaam betekent. Verder is zijn naam afgeleid van het Portugese espinho, dat doorn betekent. Het ingebijtelde ‘het doel van de staat is de vrijheid’ in het voetstuk van het beeld geldt als een samenvatting van de filosofie van Spinoza. Dit voetstuk is ellipsvormig, dat refereert aan de baan van de planeten.
Het standbeeld staat niet direct in de buurt van de locatie van het geboortehuis van Spinoza. Deze locatie moet in de buurt van de Mozes en Aaronkerk geweest zijn.

 

bron:
diverse, waaronder wikipedia
Spinoza op buitenbeeldinbeeld.nl

illustratie:
standbeeld, © joodsamsterdam.nl, 24 maart 2020

gepubliceerd:
27 april 2016

laatst aangepast:
27 maart 2022