Diamantslijperij Coster

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank / Joh. Walter. Amstel 7-19 (ged.) (v.l.n.r.), Amstel, gezien naar achterzijde huizen Zwanenburgerstraat 8-16. In het midden, Diamant Slijperij van de Firma Coster (Amstel 11-13, Zwanenburgerstraat 12, 1852. Getekend ca. 1877. 010194001070.

Diamantslijperij Coster werd in 1840 opgericht door diamantslijper Mozes (Moyse) Elias (Elie) Coster (Maarssen, 7 maart 1791 – Amsterdam, 22 december 1848). Mozes huwde op 9 februari 1814 in Utrecht met Clasina Polak (1792 – Brussel, 21 februari 1872). Mozes en Clasina kregen een groot gezin met de volgende kinderen: Hanna (Utrecht, 15 juni 1815), Meijer (Brussel, 26 oktober 1817 – 1880) – zich gewoonlijk Martin noemende, Benoit (Brussel, 17 oktober 1819 – Arnhem, 29 oktober 1874), Willem Frederic Isidore (Brussel, 1 augustus 1820) – zich gewoonlijk Guillaume noemende, Jacob, Elias, Izak, Abraham, Naphtali, Reina en Lea. De eerste vestiging van de onderneming was in een fabrieksgebouw op de Zwanenburgerstraat 12.

Mozes heeft kort in de onderneming gewerkt, hij overleed in 1848. Na het overlijden van Mozes werd er in 1849 een vennootschap aangegaan tussen zijn weduwe Clasina en de kinderen Meijer Mozes (Martin), Benoit en Willem Frederic Isidore. De vennootschap had de handel in parels, juwelen en edelgesteente ten doel en werd aangegaan voor een periode van drie jaar. Ze kon zonder opzegging steeds met een periode van drie jaar worden verlengd. Zoon Martin nam de leiding in handen tot het moment dat hij naar Parijs vertrok. Dat gebeurde al voor 1861, in dat jaar stuurde hij in verband met de watersnoodramp in Nederland een bedrag van ƒ 4371,12 aan ingezamelde giften naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat bedrag zou nu overeenkomen met een koopkracht van € 46.000,-.

De verhuizing naar Parijs was al in 1851 gebeurd en was een strategische zet. Er was in die tijd slechts één diamantleverancier in de Franse hoofdstad, maar de afzetmarkt was er zeker in ruime mate aanwezig. De diamantleverancier besteedde het proces van sorteren en snijden van diamanten uit aan Martin Coster, de onderneming opende een vestiging in Parijs en kreeg daardoor een monopoliepositie. Martin Coster kreeg in die tijd het exclusieve recht om diamanten te leveren aan de grote juweliers in Parijs als Tiffany & Co. en Boucheron. Martin was naast dit werk sinds 1868 consul-generaal in Parijs.

Koh-I-Noor
Inmiddels gebeurde er ook genoeg in Amsterdam. De naam Coster stond al voor kwaliteit en dat werd in 1852 nog verder verhoogd door het slijpen van de Koh-I-Noor. De Koh-I-Noor was in 1323 een deel van de oorlogsbuit voor de sultan van Delhi. De steen maakte vele omzwervingen en kwam onder ander bij de Sjah van Perzië terecht. Uiteindelijk werd de steen door de Britten in bezit genomen om hem aan koningin Victoria te schenken.

In 1852 werd besloten om de steen te laten herslijpen door Coster. De beste slijpers van de onderneming, J. A. Fedder en L. B. Voorzanger (mogelijk Levie Benjamin Voorzanger, Amsterdam, 12 april 1816), slepen de steen in Londen. Het vervoer van de steen naar Amsterdam werd gezien als risicovol en voor het slijpen werd een slijperij in Londen opgezet. De grootte van de steen werd teruggebracht van 186 karaat naar 108,93 karaat. Het herslijpen van deze steen bij Coster werd gezien als een van de bijzondere gebeurtenissen bij de onderneming.
De volgende grote steen die bij Coster werd geslepen was de ruwe diamant ‘Star of the South’ van 225 karaat die in Brazilië werd gedolven en waar in 1855 een kussendiamant van 125 karaat van werd  geslepen.

Koninklijk bezoek
In 1862 bezocht koning Willem III de fabriek. Op 10 augustus 1864 bezocht de troonpretendent van Rusland de slijperij. In 1897 kwam de koning van Siam.

Woensdagochtend 7 juli 1897 bezochten de kroonprins en de kroonprinses van Italië, met hun gevolg, de Stoomdiamantslijperij Coster in de Zwanenburgerstraat 12. De directeur, de heer Felix Manus, leidde de hoge bezoekers rond, terwijl de heer M. de Vries zich met het gevolg onderhield. De verschillende rijke etalages worden met zeer veel belangstelling bezichtigd, o. a. een paar prachtige oorknoppen, die buitengewoon de aandacht der kroonprinses wekte. Het kloven, snijden en slijpen werd met bijzondere aandacht gadegeslagen. Buitengewoon voldaan verlieten de Hooge gasten de fabriek, opgewacht door een nieuwsgierige menigte, om zich te begeven naar de Portugese Synagoge. Daar werden zij ontvangen door den voorzitter van het kerkbestuur, den heer D. J. Teixeira de Mattos, en den adjunct-secretaris, den heer Mendes da Costa. Een wetsrol, door voorvaderen uit Spanje medegebracht werd bezichtigd en op verzoek van Z. K. H. den kroonprins werd daaruit een gedeelte voorgelezen en vertaald. Kostbare oude tapijten ter bekleding der Bima, schotels en kannen van edel metaal ten gebruike van de eredienst in ogenschouw genomen, waarna de koninklijke hoogheden onder zeer vele dankbetuigingen de synagoge verlieten.

en nog een Koninklijk bezoek (1901)
Bij het jl. bezoek van Prins Hendrik der Nederlanden aan Amsterdam, werden onder meer bezocht de Stoomdiamantslijperij des heeren Coster in de Zwanenburgerstraat en de Portugees Israëlitische Synagoge. Aan den ingang van de fabriek in de Zwanenburgerstraat werd Z. K. H. door den directeur, den heer Felix Manus ontvangen.
De directeur leidde den hoogen bezoeker rond. Op het kantoor werden kostbare ruwe en geslepen diamanten bezichtigd, waarbij de heer Manus, met zijn bekende welsprekendheid, zoowel den Prins, den burgemeester, Mr. Van Leeuwen, als het verdere gevolg, de noodige inlichtingen gaf. Vervolgens werden, terwijl de fabriek steeds in volle werking bleef, het kloven, slijpen en snijden nagegaan. De Prins, die het bewerken der diamanten zeer veel interesseerde, deed den directeur vele vragen, die alle naar genoegen beantwoord werden. Ook de machinekamer, die veel belangstelling bij den Prins wekte, werd niet vergeten.

Foto Kisch, Amsterdam, Des namiddags even vóór het aangaan van de Diamantslijperij Coster in de Zwanenburgerstraat .

Nadat de hooge bezoeker een ruim halfuur in het gebouw had vertoefd, nam Hij met een handdruk afscheid van den directeur. Hierna bezocht de Prins de Port. Israël. Synagoge. Daar werd Z. K. H. ontvangen door het dagelijkse bestuur, zijnde de heeren J. Vita Israël, voorzitter, J. Teixeira de Mattos, penningmeester en A. J. Mendes da Costa, secretaris.
De heer J. Vita Israël riep den hoogen gast namens den kerkeraad, het dagelijkse bestuur en de lidmaten het welkom toe. Spreker zei, dat men het op hoogen prijs stelde vereerd te worden met een bezoek. Na de begroeting werd een wandeling gemaakt door de kerk, waarbij de verschillende kostbare voorwerpen beschouwd werden.
De Heilige Arke, de sierlijke wetsrollen, die met kronen en torens waren versierd, benevens de gouden mantels, de heilige wetsrol, die door de eerste Portugeezen, die zich hier vestigden, was meegebracht, werden bewonderd en trokken zeer de aandacht van Z. K. H. en diens gevolg.

Voorts werd verlof gevraagd om het gebed voor het Koninklijk Huis te mogen uitspreken, welk verzoek bevestigend beantwoord werd. Voor dit geschiedde werd den Prins meegedeeld, hoe men er toe gekomen was een gebed voor het Koninklijk Huis in te stellen. Het was in den jare 1596 op Kippoer, dat de Portugeezen in de Ridderstraat (?) bijeen waren gekomen om te bidden, toen ze werden overvallen door een gewapende macht, die meende, dat zich in het gebouw samenzweerders ophielden.
Jacob Tirado, een der aanwezigen, die met de Latijnsche taal op de hoogte was, beduidde der overheid, dat hier niets anders dan gebeden werd. Toen bemerkt werd, dat Tirado de waarheid sprak, liet men den zoogenaamden samenzweerders ongemoeid uit dankbaarheid daarvoor werd het gebed voor het Koninklijk Huis ingesteld. Na deze verklaring bracht de voorlezer, de eerwaarde heer E. M. Vega het gebed ten gehoore.

Aan Prins Hendrik was eene in oranjesatijn gebonden Hollandsche vertaling van het gebed ter hand gesteld; de burgemeester en het gevolg ontvingen exemplaren in wit satijnen band.
Nog werden tal van kostbaarheden bezichtigd, waarna de Prins het kerkgebouw hoogst voldaan verliet.

Daniëls – Coster
Coster was gevestigd op de Zwanenburgstraat 12, op nummer 10 was de diamantslijperij van Abraham Eliazer Daniëls (Amsterdam, 18 mei 1801 – Amsterdam, 28 juli 1852) en zijn zoon Alexander Daniëls (Amsterdam, 18 juni 1832 – Antwerpen, 10 december 1911) gevestigd. In 1850, dus al voor het vertrek van Martin naar Parijs, nam Abraham Eliazer Daniëls de leiding van Coster over. In een bericht van 21 december 1871 in de Zutphense Courant was de heer Daniëls chef van de diamantslijperij van Coster. Dit was zoon Alexander. De familie Daniëls bleef sterk betrokken bij de onderneming waardoor het leek alsof deze buren een bedrijf vormen, wat wellicht de facto ook zo was. In 1910 verkocht de laatste erfgenaam, Willem (Guillame) Coster, de onderneming aan Felix Theodort Manus (Uden, 10 december 1865 – Amsterdam, 1932), echtgenoot van Sara van Embden (Amersfoort, 18 maart 1869) en in hetzelfde jaar verscheen er een bericht in het Weekblad van den Algemeene Nederlanschen Diamantwerkersbond waarin te lezen was ‘Het is opmerkelijk te zien hoe de fabriek Coster (voorheen Daniëls) dagelijks en door honderdtallen vreemdelingen wordt bezocht.’ Het is aannnemelijk dat voor 1910 de diamantslijperij van Daniëls was overgenomen door Coster, of andersom, maar dat ervoor gekozen was om de naam Coster te blijven voeren.

Felix Manus
De naam van de onderneming werd na de overname door Manus gewijzigd in N.V. Maatschappij tot Exploitatie der Diamantslijperij M. E. Coster en het bleef en vennootschap tot aan de bezetting. Na het overlijden van Felix Manus werd zijn zoon Benjamin (Amsterdam, – Sobibor, ), met de zakenpartners van zijn vader, J. A. Robles en N. van Kleef, de ondernemer. Benjamin was door zijn vader op zijn achttiende al directeur gemaakt, maar vader Felix bleef leiding geven tot zijn overlijden.

Oorlog
Tijdens de oorlog werd er een Verwalter, een zaakgelastigde, aangesteld. Alle geproduceerde diamanten werden door hem verkocht aan Bozenhardt & Co. en na de oorlog werd deze Verwalter veroordeeld tot vijf jaar gevangenschap.
Na de oorlog werd de onderneming eerst geleid door Maurice Henri Spier, vanaf 1951 door Wim Biallosterski en vanaf 1962 werd de onderneming Coster Diamonds.

Meer over Coster Diamonds.

 

bron:
huwelijk Mozes en Clasina, Utrechts Archief, 481 Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, inventarisnummer 273-01, akte 20.
Hanna Coster, Utrechts Archief, 481 Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, inventarisnummer 96-01, akte 527.
Guillaume Fredric Isidore, Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4091.
vennootschap, Familiebericht. “Nederlandsche staatscourant”. ‘s-Gravenhage, 16-01-1849, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 08-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010782998:mpeg21:p004.
Clasina Polak, Familiebericht. “Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage”. ‘s-Gravenhage, 23-02-1872, p. 4. Geraadpleegd op Delpher o.p 08-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000878046:mpeg21:p00004.
Bezoek Russische troonpretendent, BINNENLAND. ROTTERDAM 11 Augustus.. “Rotterdamsche courant”. Rotterdam, 12-08-1864, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 08-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010398480:mpeg21:p002.
BINNENLAND. “Zutphensche courant”. Zutphen, 21-12-1871. Geraadpleegd op Delpher op 08-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRAZ02:000377150:mpeg21:p00001.
Meyer Moses Coster, Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4058.
Voorzanger, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2089.
Consul, On apprend la mort de M. Martin Coster, con. “Le courrier de la Meuse”. Maestricht, 03-02-1880, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMCC01:048267028:mpeg21:p00001.
Felis Manus, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1552.
Daniels – Coster, Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond. 29 juli 1910. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMIISG06:001439030:00001.
“Het bezoek van Z.K.II. Prins Hendrik.”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 16-08-1901. Geraadpleegd op Delpher op 21-06-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874105:mpeg21:a0053.
website Coster Diamonds (geraadpleegd 8 juni 2023).
Foto Kisch, De Joodsche prins. 15 augustus 1912.Geraadpleegd op Delpher op 17-07-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005795004:00001.

illustratie:
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank / Joh. Walter. Amstel 7-19 (ged.) (v.l.n.r.), Amstel, gezien naar achterzijde huizen Zwanenburgerstraat 8-16. In het midden, Diamant Slijperij van de Firma Coster (Amstel 11-13, Zwanenburgerstraat 12, 1852. Getekend ca. 1877. 010194001070.

gepubliceerd:
9 juni 2023

laatst bijgewerkt:
17 juli 2024