Max Nebig en Gerrit Blom

Tijdens de eerste razzia van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam werden er 427 jongens en jonge mannen opgepakt. Deze groep werd eerst naar Kamp Schoorl gebracht en vervolgens naar Mauthausen. Eind 1941 was iedereen vermoord, op Gerrit Blom en Max Nebig (1918- 1968) na die werden doorgestuurd naar Buchenwald.

Max Nebig
Max Nebig (1918 – 1968) werd op zondag 23 februari opgepakt. Na de oorlog verklaarde hij daarover: “Ook ik heb gezien dat de Grünen een kring vormden en een willekeurig joods slachtoffer uitzochten, dat in de kring moest kruipen, waarna hij als een speelbal van de ene naar de andere kant werd gegooid.”
De opgepakte mannen werden eerst naar Kamp Schoorl overgebracht. Schoorl was een Polizeiliches Durchgangslager. Ze kwamen er aan en waren de enige gevangenen en in Schoorl werden de mannen ook mishandeld, ze werden er geslagen met geweerkolven. Na een medische keuring en verhoor over de Joodse achtergrond werden 38 zieke mannen teruggestuurd naar Amsterdam, 389 gingen op 27 februari per trein van Alkmaar naar Weimar.

Een lange treinreis zonder eten volgde en op 28 februari kwam de groep in de stad Weimar aan. Daar werden ze in looppas de Ettersberg opgedreven, waar kamp Buchenwald lag.
Max werd in Buchenwald door kamparts SS-Hauptsturmfüher Hans Eysele (Donaueschingen, 13 maart 1913 – Cairo, 3 mei 1967) in Buchenwald geselecteerd voor een medisch experiment: hij kreeg een nutteloze maagoperatie. Na de operatie beval Eysele om hem een dodelijk injectie toe te dienen. Maar een kapo, een gevangene die als een soort bewaker boven de andere gevangenen stond, gaf hem een injectie met water en voerde Nebig af naar de barak waar de Tbc-patiënten lagen, een barak waar Eysele niet durfde te komen. Nebig leefde daar als onderduiker tot de bevrijding. 

Gerrit Blom
Het verhaal over Gerrit Blom (Amsterdam, 17 april 1909 – Braszov, 17 oktober 1965), die op de Valkenburgerstraat 102a woonde, verliep anders. Hij werd bij de eerste razzia op 22 februari op het Waterlooplein opgepakt. Vier dagen later werden de eerste organisatoren van de Februaristaking door de Grüne Polizei opgepakt. Op 25 februari was de staking begonnen, hoe wist de bezetter zo snel wie er gearresteerd moest worden? Dat wisten ze al voor de oorlog. Met toestemming van de Nederlandse regering werden er door commissaris Broekhoff lijsten gemaakt van anti-fascisten en helpers van Duits-Joodse vluchtelingen, en deze lijsten speelde Broekhoff door aan de Gestapo in Duitsland. De namen van potentiële organisatoren waren dus al bekend.
De arrestanten werden verhoord volgens de beruchte methoden van de Grüne Polizei. Er werden hun namen genoemd en om verdere mishandeling tegen te gaan besloot een van de arrestanten ‘aan te slaan’ op namen waarvan hij wist dat deze mensen toch al waren gearresteerd. Zo werd Gerrit Blom genoemd en hij werd teruggehaald uit Buchenwald naar Amsterdam. Het zou zijn leven redden.

Gerrit Blom, zoon van Willem Blom (Amsterdam, – Auschwitz, ) en Roosje Berlijn (Amsterdam, – Auschwitz, ), was gehuwd met Gretha Nord (Amsterdam, – Sobibor, ) en zij hadden twee kinderen, Willem (Amsterdam, – Sobibor, ) en Kitty (Amsterdam, – Sobibor, ). Hij was voorzitter van het districtsbestuur CPN en inderdaad een van de organisatoren. Op zijn kaart bij het Stadsarchief Amsterdam is aangetekend ‘Cent Bev Reg’, wat Centraal Bevolkingsregister betekent, een aantekening als iemand uit de administratie werd gehaald om bijvoorbeeld naar de gevangenis te gaan. Gerrit werd inderdaad veroordeeld tot het tuchthuis en overleefde de oorlog. Hij hertrouwde met Liesje Pijer en kreeg met haar een dochter.

De Nederlandse gevangenen in Buchenwald werden eind mei 1941 doorgezonden naar Mauthausen.

 

bron:
Max Nebig in Buchenwald: Eugen Kogin, Der SS-Staat, das Sytem der deutschen Konzentrationslager (Frankfurt am Main 1961) 157.
“Dr. EISELE de schrik van „het revier” in Buchenwald, ook experimenten op Nederlandse Joden”. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 1958/07/12 00:00:00, p. 11. Geraadpleegd op Delpher op 11-01-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010555583:mpeg21:p011
Maarten-Jan Vos, Drie concentratiekampen, Schoorl, Buchenwald, Mauthausen via https://www.joodsmonument.nl/nl/page/455148/drie-concentratiekampen (geraadpleegd 11 april 2020)
Françoise Nunes, Wie maakten de Februaristaking mogelijk? Ze zijn verzwegen en vergeten op Historiek (7 december 2019) via https://historiek.net/wie-maakten-de-februaristaking-mogelijk-ze-zijn-verzwegen-en-vergeten/76111/ (geraadpleegd 10 april 2020)
Joods Biografisch Woordenboek, lemma Blom, Gerrit, 1909 – 1965
Stadsarchief Amsterdam, Gerrit Blom, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 76
www.joodsmonument.nl, lemmata Gerrit Blom (geraadpleegd 10 april 2020).
F. W. Boterman, Duitse daders: de jodenvervolging en de nazificatie van Nederland (1940 – 1945) (Amsterdam 2015) jaartallen Max Nebig
“LIJST VAN BEVRIJDE POLITIEKE GEVANGENEN”. “De Oost-Gelderlander”. Nijmegen, 1945/05/12 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 11-04-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000107906:mpeg21:p001
“Dr. EISELE de schrik van „het rvier” in Buchenwald Ook experimenten op Nederlandse Joden Gevangenen waren dodelijk beangst voor een injectie — Wat ging men met hen doen, „abspritzen”?”. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 1958/07/12 00:00:00, p. 11. Geraadpleegd op Delpher op 11-04-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011238822:mpeg21:p011

laatst bijgewerkt:
11 april 2020