Mia Karels

door Paul Schnek

Het gezin Karels in Zandvoort in 1935. Foto linksonder Mia (links) met zusje Julie. Rechtsonder met moeder Sara en zusje Julie

Mijn moeder, Mi(n)a Karels werd op 30 juli 1926 geboren in Amsterdam als oudste dochter van Herman Karels, geboren 9 februari 1898 te Maastricht en gehuwd met Sara (Celine) Pels, geboren 9 mei 1903 in Amsterdam. Uit dat huwelijk werd ook haar zusje Juliette Karels op 18 augustus 1930 geboren.

Het gezin behoorde tot de gegoede middenstand en vader Herman Karels had als beroep dameskapper. Dat beroep voerde hij uit op het adres Kalverstraat 103 in Amsterdam.
Het gezin woonde boven deze kapperszaak, totdat zij door de nazi’s gedwongen werden te verhuizen naar het zogenaamde Judenviertel (de buurt rondom het Waterlooplein).

Julo

Mijn moeder ging eerst naar een gewone openbare school, maar werd al snel gedwongen die school te verlaten om verder op een Joodse school les te krijgen, de Joodse ULO (JULO) in de Christiaan de Wetstraat in Amsterdam.

In juli 1942 werd het gezin gedwongen naar Westerbork te gaan. Mijn moeder ontmoette daar als zestienjarig meisje de stateloze Norbert Frage, geboren 1 augustus 1920 in Wenen en dus een uit Oostenrijk in gevluchte Jood die student bouwkunde was en in 1939 gedeeltelijk heeft meegeholpen aan de bouw van het kamp. Hij had daardoor een uitzonderingspositie en hoefde niet meteen te vrezen voor de vroege transporten naar het Oosten.

Mijn moeder is als zestienjarig meisje, vanwege haar minderjarige leeftijd met toestemming van haar ouders,  op 1 oktober 1942 met Norbert Frage in het huwelijk getreden om daarmee vroegtijdig transport van haar familie en haarzelf proberen te voorkomen.

Door dit huwelijk en doordat haar vader Herman en mijn moeder tijdelijk in Westerbork als kappers aan het werk werden gesteld kon mijn moeder het transport van haar directe familie lange tijd voorkomen. Maar uiteindelijk werden haar vader, moeder en jonge zusje toch op 18 mei 1943 op transport gesteld en werden zij direct na aankomst op 21 mei 1943 in Sobibor vermoord. Haar vader (mijn opa) werd dus 45 jaar oud, haar moeder (mijn oma) 40 jaar en haar zusje (mijn tante) werd slechts 12 jaar oud. Uiteindelijk werden ook Norbert Frage en mijn moeder met één van de laatste transporten vanuit Westerbork op 4 september 1944 naar het concentratiekamp Theresiënstadt gebracht.

Daar hebben zij slechts een korte tijd doorgebracht, want op 26 september 1944 werden zij naar Auschwitz getransporteerd. Daar werden zij van elkaar gescheiden en mijn moeder werd, nadat de Russen naderbij kwamen, verplaatst naar het buitencommando Oederan van het concentratiekamp Flossenbürg. Zij heeft daar dwangarbeid moeten plegen bij de Firma Kabis, een voormalige naaigarenfabriek die door de Duitsers was omgebouwd tot munitiefabriek.

Zij en haar mede-dwangarbeiders moesten daar aan een werkbank munitie vervaardigen en later vertelde  mijn moeder dat zij en enkele andere vrouwen de boel daar hebben gesaboteerd door die munitie dusdanig te fabriceren dat het bij gebruik ontploffen zou. Zij werd daar op 23 april 1945 werd zij door de Russen bevrijd. Haar toenmalige man Norbert Frage is tijdens een dodenmars vanuit Auschwitz omstreeks februari 1945 overleden.

Na een aantal omzwervingen en weer een beetje aansterken is mijn moeder, als enige overlevende van haar hele familie (ouders, zus, tantes, ooms, neven en nichten zijn vrijwel allemaal vermoord) in juni 1945 weer in Nederland teruggekeerd. De woning en de zaak in de Kalverstraat 103 werd toen bewoond door andere mensen die helemaal niets aan haar hebben willen teruggeven.

Verlovingsfoto’s Mia en George 15 juni 1947

Mijn moeder was dus pas 18 jaar oud toen zij al een heel bewogen leven achter de rug had en al weduwe was. Terug in Nederland ontmoette zij een paar jaar later in Rotterdam, waar zij toen woonachtig was, mijn vader George Schnek.

In 1948 is zij getrouwd met mijn (eveneens Joodse) vader, George Schnek, die ook nog een heel verhaal met zich meedroeg (daarover is door mij een ander verhaal geschreven, als hoofdstuk te vinden in het in 2020 verschenen boek Gezichten van Joods Verzet).

Een aantal jaren later werden in Amsterdam in 1952 mijn broer Robert en in 1954 ik geboren als kinderen van een zwaar getraumatiseerde moeder en een vader die tot ver in de jaren zeventig zweeg over zijn eigen avonturen en lijden.

Mijn moeder Mia overleed op 65-jarige leeftijd in Amsterdam op 6 april 1992, mijn vader George overleed op 82-jarige leeftijd in Apeldoorn op 6 februari 2005.

 

bron:
verhaal over Mia Karels door haar zoon Paul Schnek

illustraties:
© Paul Schnek, met vriendelijke toestemming

gepubliceerd:
7 juli 2021

laatst bijgewerkt:
7 juli 2021