Staalstraat

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Eilers, Bernard F. (1878-1951). Wintergezicht op de houten klapbrug 227 in de Staalstraat hoek Groenburgwal. Rechts het hoekhuis Staalstraat 9. januari 1918 t/m februari 1923. OSIM00004002409

Het gebied tussen de Kloveniersburgwal en de Zwanenburgwal lag tot in de zestiende eeuw buiten de stadsmuren. Hier was de lakenindustrie gevestigd, het Staalhof was hiervan het centrum. Nadat de lakens waren bewerkt werden ze aan een houten raamwerk vastgeknoopt om op te rekken (Raamgracht). Daarna werden ze geverfd (Verversstraat) en tenslotte door de staalmeesters met hun gekleurde proeflappen (stalen) gekeurd (Staalstraat).

De Staalstraat is de verbinding tussen het Doelen Hotel en het Waterlooplein. Het is een drukke straat, grotendeels niet toegankelijk voor auto’s en populair bij toeristen vanwege een van de drie bruggen, de houten ophaalbrug over de Groenburgwal. Deze brug is vaak gefotografeerd maar ook geschilderd door Monet, die deze brug, gracht en Zuiderkerk schilderde. Verder heeft de straat een stalen wipbrug bij de Kloveniersburgwal uit 1896 en een vaste brug naar het Waterlooplein.
De oorspronkelijke naam van de Staalstraat was de Swanenburgerstraat. Aan deze straat lag de Staalhof waar de Staalmeesters de producten van de lakenindustrie, die geconcentreerd was in deze buurt, keurden. De Staalhof en de Saaihal werden rond 1630 gebouwd op de hoek Swanenburgerstraat/Groenburgwal. De staalhof is in de negentiende eeuw verbouwd tot de Angelicaanse Kerk, van de Saaihal uit 1641- op nummer 7b (van Pieter de Keyser) is de gevel nog origineel.

kloveniersoorlog
foto van R. La Rooy met toestemming van Max C. van der Glas uit het rapport “Was Amsterdam tijdens de jaren 40 – 45 een getto?”

Oorlog
In de oorlog was gedurende enkele weken de stalen wipbrug bij het Doelen Hotel opgehaald en de brug bij de Halvemaansteeg afgezet om de Joodse buurt te isoleren van de rest van de stad. De Joodse inwoners van de Staalstraat werden bij razzia’s opgehaald en gedeporteerd. Zij werden zelfs al bij de eerste razzia van februari 1941 weggehaald. Volgens joodsmonument.nl waren dit zo’n 60 bewoners (telling december 2008)
De huizen in de Staalstraat stonden toen grotendeels leeg, bij veel ervan werd al het hout eruit gesloopt in de hongerwinter van 1944 – 1945, toen brandhout nodig was. Het rapport van Max van der Glas over Amsterdam gedurende de oorlog staat hier.

Bewoners van de Staalstaat 
Frank Nijhof, een van de eigenaren van de boekhandel Nijhof en Lee, schreef in augustus 2005 een stuk over de Staalstraat. Over de geschiedenis van Staalstraat 13 en de Joodse geschiedenis. Het artikel verscheen in Opnieuw, een krant voor de Nieuwmarktbuurt, en is te zien via deze link. Het mocht met de vriendelijke toestemming van Warren Lee overgenomen voor deze site.

Emanuel Levie Staal, zoon van Levie Mozes Staal, kantoorbediende, en Branca Mozes Agtienribbe, werd geboren op 19 december 1852 en groeide op in de Uilenburgerstraat, het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Over zijn jeugd is niets bekend; als hij in 1879 trouwt met Lea (Leentje) Wijl, vermeldt de huwelijksacte: ‘zonder beroep’. Tien jaar later, bij zijn tweede huwelijk met Mietje Andries Groenewoudt, is hij diamantbewerker.

Emanuel en Lea trouwen op 4 juni 1879 in Amsterdam en de choepa vindt plaats op hun beider woonadres, Verversstraat 13. Er worden vijf kinderen geboren: Levie (geboren in 1880 en ongeveer in 1949 gestorven in het Verenigd Koninkrijk), Sientje (1882-1883), David (1883-1942), Branca (1885-1942) en Jacob (1887-1942).
Als Lea in mei 1889 op 42-jarige leeftijd sterft, blijft Emanuel achter met vier jonge kinderen. Twee maanden later sluit hij zijn tweede huwelijk in Helmond met Mietje Andries Groenewoudt, geboren in 1862 te Aarle-Rixtel, dochter van Andries Samuel Levie Groenewoudt en Sara Hartog Andriessen. Zij heeft al een zoontje, Andries Groenewoudt (1886-1942), dat in het gezin Staal wordt opgenomen. Er worden nog twee kinderen geboren: Sara (1891-1942) en Geertruida (1893).

Het gezin Staal-Groenewoudt woont in die jaren op verschillende adressen in Amsterdam: Sint Antoniesbreestraat, Jodenbreestraat, Jacob van Campenstraat en vanaf 1894 in de Staalstraat 17hs. Naast diamantbewerker werd Emanuel Staal boekhandelaar, naar eigen opgave gevestigd sinds 1886, maar daarvoor heb ik geen enkele aanwijzing kunnen vinden. Het is waarschijnlijker dat hij in die jaren een kraam had op de Nieuwmarkt of Waterlooplein en, toen het hem wat beter ging, een winkeltje in de Staalstraat waar hij tweedehandse en afgeprijsde nieuwe boeken (ramsj) verkocht. Sijthoff’s Adresboek voor den Nederlandschen Boekhandel en aanverwante vakken vermeldt Emanuel Staal als boekhandelaar tussen 1904 en 1908 en vanaf 1905 tot 1940 als leesbibliotheekhouder, vanaf 1938 op het adres Staalstraat 13a. De boekhandel maakte na 1908 geleidelijk aan plaats voor de leesbibliotheek.

Siegfried van Praag geeft in Sam Levita’s Levensdans (Allert de Lange, Amsterdam, 1927) een karakteristieke beschrijving van de Staalstraat aan het begin van de twintigste eeuw: “Een versleten leisteenen stoepje moest je af en dan was je in hun woning. Een kelder met twee vertrekken. In het voorste werd geleefd, gewerkt en gegeten; in het achterste sliepen ze met z’n vieren. Een vader, een moeder, en twee zoontjes, Joseph en Sam. Het keldertje was gelegen in de Staalstraat, zoo’n afgebruikt rommelstraatje van ’t oude Amsterdam, waar de vreemdeling ‘schilderachtigheid’ gaat opnemen. ’t Lag bijna aan den hoek van den Zwanenburgwal, de ouwe gracht, langs wier oevers markten zijn van vodden en oud roest, en die meer door modderschuiten en booten, welke oud papier vervoeren, benut wordt dan door de blanke vogels, die hun naam aan dien stroom van dikke modderpap gegeven hebben. Maar ondanks den vuilen damp, dien de burgwal afgaf, en de vergoring van de buurt, de smalle randjes afgebrokkeld trottoir, het donderende verkeer der vrachtauto’s door de smalle straatbuis, het nonchalante geschooier van honden en het gescharrel van losse katten, woonden de vier er in vreugde. Vader Levita was schoenmaker. Een deel van ’t voorvertrek was aan zijn beroep gewijd. Daar wiebelde een werkbank; daar lagen brokken leer over den grond uitgespreid; daar schitterden z’n spijkertjes en z’n hamers; daar was het lage eenpootige gestoelte, waarop hij van den ochtend tot den avond zat, en ijverig zolen en hakken klopte, scheuren naaide, moeren in-priemde.”

In de Staalstraat, in dit schilderachtige rommelstraatje, dreef Emanuel Staal zijn leesbibliotheek; in heel Amsterdam waren gemiddeld vijfentwintig van dergelijke buurtbibliotheekjes gevestigd. Op de Ceintuurbaan 226 zat de ‘Eerste Openbare Leesbibliotheek met Desinfectie-Inrichting’; de eigenaar van deze onderneming vond het kennelijk nodig dit ter onderscheid te laten vermelden. Men moet zich van een buurtbibliotheek geen grote voorstelling maken; de voorraad bestond voornamelijk uit ontspanningslectuur, boeken van lang vergeten schrijvers als Hedwig Courths-Mahler (meer dan tweehonderd suikerzoete romans, maar ze hield er wel een kasteel aan de Rijn aan over), Herman van der Voort, ‘de koning van de buurtbibliotheek’, die zich van zesentwintig pseudoniemen bediende zoals Edward Multon, Jules Moran en Capt. Gordon Flint, en ruim vierhonderd boeken schreef; romans, detectives en ‘wild west’.

A. G. M. F. Brok geeft in zijn ‘Hommage aan de buurtbibliotheek’ (Boekenpost vol. 9, 2001) een treffende beschrijving die bovendien goed van toepassing is op alle ‘commerciële leesbibliotheken’ in Nederland: “Als kind koesterde ik grote bewondering voor ‘Piete’, de eigenaar van P. Burghardt’s Leesbibliotheek te Zwolle. Als mijn moeder hem om een mooie roman vroeg, keek hij haar vorsend aan, daverde dan een trapje op, rommelde wat in de rekken en kwam even later terug met een hele stapel in bruin kaftpapier gestoken boeken, waarop slechts een nummer stond geschreven. En warempel, er was altijd wel een mooie roman bij. Dat die man zoiets uit zo’n grote stapel op elkaar lijkende boeken wist te vinden, kwam mij als een grote gave voor.”

En zo ging het in het gehele land; Emanuel Staal zal geen uitzondering geweest zijn. Hij kende zijn klanten en wist wat ze graag lazen. Misschien had hij enkele persoonlijke voorkeuren in zijn voorraad opgenomen, zoals mijn grootvader Nijhof deed die een boekhandel en leesbibliotheek had in Zutphen. Daar stonden – in hetzelfde bruine kaftpapier en genummerd – de gedenkschriften van Troelstra, van Wibaut, alle boeken van A. M. de Jong en enkele titels van Stefan Zweig. En verder heel veel Courths-Mahler, Edward Multon, Sinclair, enz. enz…

We laten Siegfried van Praag nogmaals aan het woord: “Sam Levita heeft een baantje als piccolo in een chic hotel in de Doelenstraat met uitzicht op het Muntplein. Hij is verloofd met Roza Nabarro, die is aangenomen als koriste in het Paleis voor Volksvlijt. Als ze ’s avonds moet optreden, brengt Sam haar weg naar het Paleis en hijzelf gaat de zaal in en dagdroomt van een betere toekomst: Er waren meisjes die naar hem keken, die door z’n mooie oogen – zoo makkelijk, zoo ondiep mooi – werden aangetrokken. En dat deed hem goed. Dankbaar glimlachte hij terug, wanneer zijn blik die van een andere ontmoet had. Heerlijk leek hem die theaterzaal. Het klatergoud van pijlers was hem goud, en de glazen zak der lichtkroon, een kristallen hanger, waarin zijn levenselement, het licht, verduizendvoudigd werd. Wat bekoorlijk, zwaar en deftig hingen de rondgespannen gordijnen voor de loges. Daar zou hij later ook staan, gelijk hij het in de besmoezelde romans, die hij in ’t leesbibliotheekje van de Staalstraat huurde, gelezen had.” Siegfried van Praag was een destijds veelgelezen auteur en Emanuel Staal heeft ongetwijfeld veel boeken van hem in zijn leesbibliotheek gehad, al dan niet besmoezeld.

Na veertig jaar in de Staalstraat te hebben gewoond, verhuizen Emanuel en zijn vrouw Mietje in 1934 naar de Middenweg 201; zij overlijdt echter in februari 1935, 72 jaar oud. Hij trekt in bij zijn dochter Sara en schoonzoon David Kok, aanvankelijk in de Spinozastraat, later aan de Nieuwe Achtergracht 27 II. Bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam laat hij de naam van zijn zaak wijzigen in ‘Firma E. L. Staal’ en tekent daarbij aan dat “het bedrijf is overgedragen aan mijn zoon Jacob”. Per 1 december 1937 wordt de firma door Jacob uit het handelsregister uitgeschreven wegens opheffing.

De leesbibliotheek bleef echter voortbestaan en is door Jacob verhuisd van Staalstraat 17 naar Staalstraat 13a hoek Verversstraat, waar hij in het voorjaar van 1937 de sigarenwinkel van Gerrit Ziegeler had overgenomen. Ik kan me zo voorstellen dat Emanuel na de overdracht van zijn zaak hetzelfde deed als mijn grootvader Nijhof. Die wandelde, nadat hij z’n boekhandel en leesbibliotheek had overgedragen aan mijn ouders, dagelijks of zo vaak als zijn gezondheid hem dat toestond, naar de winkel in de oude binnenstad van Zutphen voor een praatje, een gesprekje onderweg en het uitwisselen van nieuwtjes. Emanuel Staal zou hetzelfde gedaan kunnen hebben: even naar de Staalstraat, waar hij zolang gewoond had, de laatste nieuwtjes aanhoren, zijn kleinkind bewonderen. In het najaar van 1942 werd hij naar Kamp Westerbork getransporteerd, waar hij op 22 januari 1943 op negentigjarige leeftijd overleed. Drie dagen later werd hij op de Joodse Begraafplaats te Assen begraven en op 12 februari 1943 herbegraven op de Joodse Begraafplaats te Muiderberg. Emanuel Staal had het merendeel van zijn familie overleefd.

Jacob Staal, zoon van Emanuel Levie Staal en Lea Wijl en geboren op 20 februari 1887 in Amsterdam, groeide op in het ouderlijk huis aan de Staalstraat 17, waar zijn vader een boekhandeltje en later een leesbibliotheek dreef. Hij woonde een aantal jaren op de Groenburgwal 57-III bij het gezin van Andries Groenewoudt en Sophia Abraham Goud; Andries was de zoon van Jacob’s stiefmoeder Mietje Andries Groenewoudt, Sophia was een nicht van Jacob. Ze hadden drie kinderen. Jacob was sigarenmaker, maar hielp zijn vader ook in de leesbibliotheek. Toen zijn vader en stiefmoeder in 1934 verhuisden naar de Middenweg, betrok hij de woning bij de leesbibliotheek. Niet voor lang, want in 1936 ging hij ‘op kamers’ bij overbuurman Abraham Polak op Staalstraat 30-I.

Collectie Nijhof en Lee

Een jaar later, op 17 maart 1937 – hij was toen vijftig jaar – trouwde hij met Cornelia Alida (Corrie) de Bruin, geboren op 23 juni 1909 te Avereest. Zij was de dochter van Simon de Bruin (1876-1943) en Hester Ligtenstein (1872-1943). Vader De Bruin had een goed beklante slagerij in Dedemsvaart; hij was een orthodoxe Jood die streng volgens de voorgeschreven regels leefde. Ook ging hij vaak voor in diensten in de synagoge. Corrie was in 1928 naar Amsterdam verhuisd waar ze werkte als hulp in de huishouding. Haar jongere zuster, Alida Paulina (Ali) (1913-1944) woonde met haar echtgenoot in de Staalstraat 10, boven drogisterij ‘Het Groene Kruis’, waar een gaper met tulband uithing.

Kort na zijn huwelijk nam Jacob Staal de sigarenwinkel over van Gerrit Hendrik Ziegeler in de Staalstraat 13a, hoek Verversstraat. Staalstraat 13/13a huis werd gebouwd in 1914 en verving twee bouwvallige pandjes: Staalstraat 13 en Verversstraat 42. Het winkel-/woonhuis kreeg een bestemming als sigarenwinkel, aanvankelijk eigendom van Meijer Ancona (1887-1943), die de winkel in 1919 overdeed aan Gerrit Hendrik Ziegeler, geboren in 1894 in Stad Hardenberg. Hij woonde er met zijn vrouw en zijn moeder en had vanaf 1929 eveneens de eerste verdieping, Staalstraat 13-I, in gebruik. De doorgang vanuit de gang achter de winkel rechtstreeks naar het trappenhuis, is nog steeds zichtbaar. Jacob Staal en Corrie de Bruin betrokken Staalstraat 13a en zetten de sigarenwinkel voort. Bovendien verplaatsten ze de leesbibliotheek van Staalstraat 17, waar ze ruim veertig jaar was gevestigd geweest, naar de sigarenwinkel. Toen Corrie hoogzwanger was, kwam haar jongste zuster Eva de Bruin, geboren op 24 november 1917 te Avereest, naar Amsterdam en trok bij het paar in. Emanuel, vernoemd naar zijn grootvader Emanuel Levie Staal, werd geboren op 24 januari 1938.

foto met de auto en de fietser is gemaakt door Ben van Meerendonk. Collectie Nijhof en Lee.

Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland, België en Luxemburg binnen; na het bombardement op Rotterdam capituleerde Nederland op 15 mei. Nog geen twee weken later vond in ‘s-Gravenhage de eerste bijeenkomst plaats van de Presseabteilung der Hauptabteilung Volksaufklaerung und Propaganda. Een onderafdeling daarvan, Referat Schrifttum, begon al snel maatregelen uit te vaardigen welke boeken wel en niet in de Nederlandse boekhandels verkocht mochten worden. Het ging dan vooral om Engelse en Amerikaanse (vertaalde) romans, boeken van Joodse schrijvers en anderszins ‘deutschfeindliche’ uitgaven. En wat niet verkocht mocht worden, mocht ook niet worden uitgeleend. Leesbibliotheken werden door controleurs onderzocht op eventuele verboden boeken. In een kort briefje aan de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, gedateerd 10 februari 1941, liet Jacob Staal weten dat zijn leesbibliotheek met ingang van het eerste kwartaal van 1941 had opgehouden te bestaan: “Dit bericht ik u juist daar ik dan nog 1x mijn maandblad ontvang en ik dan kan zien of hier nota van genomen is. Tevens zien dit de uitgevers en spaart het hun vertegenwoordigers een loop om naar mij toe te komen”. Hij rept met geen woord over de actuele situatie. Er werd nota van genomen, de firma Staal werd uit de ledenlijst geschrapt.

In februari 1941 was de Jodenbuurt het toneel van provocaties en rellen, uitgelokt door de WA, een onderdeel van de NSB; een deel van de joodse bevolking vocht terug en bij de schermutselingen werd de WA-man Koot dodelijk gewond. De Duitsers hielden vervolgens razzia’s onder de mannelijke Joodse bevolking van Amsterdam tussen 20 en 35 jaar. De Amsterdammers pikten dit niet en op 25 februari brak de Februaristaking uit, een algemene staking van gemeentepersoneel, fabrieken en kantoren. Deze eerste uiting van verzet werd door de Duitsers met veel geweld de kop ingedrukt.

Eva de Bruin was bij haar zuster Corrie, zwager Jacob Staal en zoontje Emanuel blijven wonen; zij hielp in de huishouding en werkte in de sigarenwinkel. In 1941 trouwde zij met Joseph (Jo) Waas, geboren op 12 maart 1915 in Amsterdam; hij was leerbewerker. Volgens de aankondiging in het Joodsche Nieuwsblad werd het huwelijk voltrokken “op Woensdag 4 juni 1941 (9 Siwan 5701) te 12.30 uur in de Synagoge N. Amstelstraat 3. Receptie van 2 1/2 uur tot 5 uur ten huize van den Heer J. Staal, Staalstraat 13. Toekomstig adres: Staalstraat 13 I, A’dam-C.”
Twee maanden later trad zij in dienst van de textielfabriek Hollandia-Kattenburg, gevestigd in Amsterdam-Noord. Ruim een jaar later, op 11 november 1942, laat in de middag, deed de Sicherheitspolizei onder leiding van Willy Lages een inval in de Hollandia-fabrieken. Alle joodse medewerkers, waaronder Eva Waas-de Bruin, werden weggevoerd en overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan.

Tot de gearresteerden behoorde ook Eva’s bovenbuurvrouw in de Staalstraat, Marianne Slier-Venetianer (1918-1942), die sinds 1939 bij Hollandia-Kattenburg werkte. Zij woonde bij haar ouders op de Groenburgwal en was samen met haar echtgenoot Herman Slier (1919-1944) en hun in juni 1942 geboren zoontje Sal Philippe Herman op de tweede verdieping van Staal-straat 13 gaan wonen. Nog diezelfde nacht werden alle familieleden van de gearresteerde werknemers van Hollandia-Kattenburg opgepakt en overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg. Onder hen waren ook Jacob en Corrie Staal-de Bruin met hun zoontje Emanuel, Jo Waas, Herman Slier en baby Sal. Zoals Presser het omschrijft in zijn indrukwekkende ‘Ondergang’: “De Duitsers hielden de families graag bij elkaar”. Via Westerbork werden ze naar Auschwitz getransporteerd; kort na aankomst, tussen 3 en 7 december 1942, werden ze vergast. Jo Waas en Herman Slier stierven in maart 1944 “ergens in Midden-Europa”. Vrijwel alle familieleden van Jacob Staal en Corrie de Bruin werden in 1942 en 1943 vermoord.

Inventaris en meubilair van Staalstraat 13a, een hoog en tweehoog (op drie hoog woonde een niet-joods echtpaar) werden nauwkeurig geïnventariseerd, waarna de woningen door de verhuisonderneming firma Puls werden leeggehaald: ‘gepulst’ in het spraakgebruik van toen. Deze inboedellijsten zijn niet bewaard gebleven, wel die van bijvoorbeeld Staalstraat 17 bv (Salomon en Rosalie Sealtiel-Blanes), Staalstraat 26-II (het gezin van Symche Binon Gerstner) en Staalstraat 26-III (het gezin van Abraham Kanes). De inboedels werden gewoonlijk als ‘oorlogsbuit’ naar Duitsland getransporteerd.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het benedenhuis Staalstraat 13a in een bordeel; de voormalige sigarenwinkel was peeskamer geworden. Die situatie is een aantal jaren blijven bestaan totdat de gordijnen voorgoed dicht bleven. Toen mijn partner Warren Lee en ik, op zoek naar een geschikte vestigingsplaats voor onze boekhandel en antiquariaat, in het najaar van 1988 het pand voor het eerst zagen, was de situatie nog vrijwel authentiek. Het grote bed, de pastelkleurige wastafel, schrootjes, onyx deurknoppen, het was er nog allemaal. Na een grondige verbouwing ging onze winkel in februari 1989 open; de voormalige keukendeur, net om de hoek in de Verversstraat, werd winkeldeur. Een tweede verbouwing volgde in 2000; nu werd de keukendeur een etalage en de oude winkelingang, precies op de hoek van Staalstraat en Verversstraat en sinds vele jaren dichtgetimmerd, in ere hersteld. De oude drempel, ingesleten door generaties klanten die hun rookwaar kwamen kopen en voor de leesbibliotheek kwamen, werd gehandhaafd.

Frank Nijhof (1948 – 2008)
augustus 2005

Frank Nijhof (1948 – 2008) was een van de eigenaren van de boekhandel Nijhof & Lee. Deze boekhandel was in deze straat op nummer 13 gevestigd en Frank dreef deze boekhandel met zijn partner Warren Lee (1944 – 2017).

en verder………

Staalstraat 3 – familie Cohen
Het verhaal over de koffer van Rob Cohen.

Staalstraat 8 – handelsdrukkerij Leefsma
De handelsdrukkerij van I. Leefsma was hier in 1895 gevestigd.

Staalstraat 8 – H. J. Cats
H. J. Cats was hier rond 1912 gevestigd en was cuisinier.

Staalstraat 11 – eerste steen Samuel L. Vorst
Op 25 augustus 1881 legde Samuel L. Vorst, toen zeven maanden oud, de eerste steen voor dit pand. De plaquette is nog aanwezig in het pand, zij het onder een dikke laag zwarte verf. Samuel (Amsterdam, 19 februari 1881) was de oudste zoon van Levie Vorst (Amsterdam, 19 januari 1859) en de Nederlands-hervormde Hendrika de Jager (Amsterdam, 16 september 1857).

Staalstraat 11h – De Wind – van Ameringen
Op dit hoekpand was in 1921 een hoedenzaak gevestigd.

Staalstraat 13 – Michel Polak
Meubelmaker Michel Polak woonde hier in 1887.

Staalstraat 14boven – L. H. Rubens
L. H. Rubens zat in 1892 in een commissie die geld inzamelde voor een arm gezin met zeven kinderen.

Staalstraat 15 – Simon Polak
Simon Polak had op dit adres in 1931 zijn zuurwarenhandel.

Staalstraat 30 – S. M. Werkendam
S. M. Werkendam was in 1891 voorzitter van een commissie die geld inzamelde voor een weduwe met 12 kinderen. Er werd voor haar een bedrag van ƒ 401,90 opgehaald.

 

Bronnen
www.joodsmonument.nl
In Memoriam. SDU, 1995
Gemeentearchief Amsterdam
Rijksarchief Noord-Holland, Haarlem
Archief van de Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels
Makaske, Peter, De Joodse gemeenschap van Avereest. (Bunne 1992)
Praag, Siegfried van, Sam Levita’s levensdans. (Amsterdam 1927)
Presser, dr.J., Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945. (‘s-Gravenhage 1965)
www.ohm.nl,  lemma “straatnamen verklaard” (geraadpleegd 19 november 2016)
“Advertentie hoedenzaak”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 11-03-1921. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860146:mpeg21:a0047
“Advertentie Polak”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 20-03-1931. Geraadpleegd op Delpher op 13-04-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858661:mpeg21:a0017
“Advertentie Michel Polak”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1887/08/12 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 18-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000558017:mpeg21:p00004
“Advertentie S. M. Werkendam”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1891/08/21 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 18-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000561020:mpeg21:p00003
“Advertentie L. H. Rubens”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1892/02/05 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 18-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000561044:mpeg21:p00002
“Advertentie Leefsma”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1895/08/23 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 18-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000562020:mpeg21:p00006
“Advertentie H J Cats”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1912/11/15 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 18-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000573055:mpeg21:p00004
Stadsarchief Amsterdam, Samuel Vorst, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2152

naschrift 2012:
In ieder geval tot mijn grote spijt is deze boekhandel gesloten. Enkele jaren geleden overleed Frank Nijhof, Warren Lee is nog een tijd doorgegaan met de boekhandel. Nu is er een schoenenwinkel gevestigd.

Illustraties:
met dank aan Frank Nijhof
“Advertentie De wind”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 11-03-1921. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860146:mpeg21:a0047
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Eilers, Bernard F. (1878-1951). Wintergezicht op de houten klapbrug 227 in de Staalstraat hoek Groenburgwal. Rechts het hoekhuis Staalstraat 9. januari 1918 t/m februari 1923. OSIM00004002409

gepubliceerd:
6 mei 2016

Laatst aangepast:
25 juni 2022