synagoge Jodenbreestraat

1esjoeljodenbreeIn de Jodenbreestraat zijn twee bijzondere synagoges gevestigd geweest. Amsterdams oudste synagoge en een huissjoel in het Rembrandthuis.

De Herschepping
Naast de Mozes en Aronkerk stond de Talmoed Torahschool van 1618 tot 1675. Dit was de oudste sjoel van de stad. Toen de Portugese Synagoge (Snoge) geopend werd in 1675 was deze sjoel overbodig. Het gebouw bleef echter belangrijk voor de Joodse gemeenschap en bleef tot 1875 in gebruik als trouwlocatie. Daarna werd het voor de allerarmsten gebruikt als vergaderlocatie tot 1931. In 1930 kreeg de gemeente het gebouw in bezit en zij sloopte het in 1931. Daarna bleef het terrein tal van jaren braak liggen, uiteindelijk werden er huizen gebouwd.

rembrandthuis1905Rembrandthuis
Jochem Izak Aron Spitz bewoonde het rechterdeel van het Rembrandthuis dat hij in 1852 had gekocht en hij voerde zijn bedrijf in het linkerdeel. De huissjoel was op de 2e verdieping rechts en zijn familie zette deze synagoge na de dood van Jochem nog vijf jaar voort. De kleine huis- of chewresjoels waren talrijk in de Jodenbuurt. Dit tot het afgrijzen van de bestuurders van de grote synagoges, de Parnassiem. In 1827 werd er door het Joodse kerkgenootschap zelfs een verbod op huissjoels uitgevaardigd. Met steun van de Minister van Eredienst konden huissynagoges vanaf dat moment verboden worden, maar sinds de scheiding van kerk en staat in 1848 behoorde dat tot het verleden. Daarmee kon de sjoel van Spitz zonder problemen functioneren. Spitz had een andere mening over de erediensten dan hoe die gevierd werden in de sjoels van de Joodse gemeenten. Daarbij had opperrabbijn Dünner een aantal gebruiken afgeschaft, en daar was Spitz het niet mee eens. De diensten in deze sjoel hadden een ander karakter. Er heerste een mystieke, op het Heilige Land georiënteerde sfeer, er waren elementen vanuit de kabbalistische leer van rabbi Jitschak Lurya aanwezig, Simcha Torah werd met extatisch gezang en rondgangen gevierd en er werd dan gedanst met de Thorarollen. Juist het dansen was volgens de reglementen van de Joodse Gemeente in Amsterdam niet toegestaan, het paste niet in het statige decorum.

Isaac Spitz had in het Rembrandthuis een zaak in “horlogien en fournituren”. Deze zaak liep niet goed en hij moest de zaak verkopen in 1906. Op 27 november 1906 werden het totale pand voor  voor dfl. 35.000,– verkocht aan de gemeente Amsterdam. Daarna werd het pand gerestaureerd door architect K P C De Bazel en in 1911 werd door koningin Wilhelmina het Rembrandthuis als museum geopend. Natuurlijk was de geschiedenis van de sjoel in 1906, bij de verkoop, al beëindigd.
Meer informatie over de sjoel en de familie Spitz via deze link.

bron:
Het Rembrandthuis – Rob van het Groenewoud
Jaap Colthoff, Hoofdpijn van het dansen, mystieke sjoel in het Rembrandthuis in Ons Amsterdam, nummer 3, maart 2019 38-39

illustratie:
prentbriefkaart Rembrandthuis

laatst bijgewerkt:
1 maart 2019