Wim Tokkie en WOII

door Phil Tokkie

Toen de Duitsers Nederland binnen vielen woonde mijn vader, Wim (Wolf) Tokkie in Amsterdam op de Diamantstraat 31‘“, samen met zijn ouders (Philip en Hanna), zijn twee oudere zusters Nanna en Lientje en zijn tweelingbroer David. De moeder van Wim was eerder getrouwd geweest en de zussen waren van dat huwelijk. Wim was toen 17 jaar en werkte toen al drie jaar als diamantslijper. Zijn vader, waar ik naar vernoemd ben, was perser bij een kledingbedrijf. Nanna (Hanna Voorzanger) was naaister en Lientje (Sara Voorzanger) werkte bij de Bijenkorf. David werkte op kantoor. Vlak na het begin van de oorlog leerde mijn vader een meisje (Truus Sant) kennen dat niet Joods was. Zij werd zijn vriendinnetje en later mijn moeder.

David Tokkie

De eerste van het gezin van mijn vader die verdween, was zijn broer David. Voorjaar 1942 zwemmen jongens in de Amstel. Twee worden er uitgehaald. Het zijn Joodse jongens die zwemmen zonder ster op.
Lou Gans en David Tokkie moeten mee naar het huis van bewaring. Lou heeft mazzel; hij is nog geen 18 en wordt de volgende dag na een pak rammel naar huis gestuurd.
David heeft niet zo veel geluk. Hij is al 19 en dus geldt voor hem het volwassenenstrafrecht. Op 6 juli wordt hij naar Kamp Amersfoort gebracht. Daar vandaan gaat hij op 16 juli op transport naar Auschwitz. Hij komt daar al na een paar weken in de ziekenbarak terecht. Op 19 augustus vindt hier een selectie plaats en David wordt met een Phenol-injectie in het hart vermoord. Op 20 augustus zet een SS-arts in de overlijdensverklaring:
‘Dood door het falen van hart en bloedsomloop.’

Vader Philip

Daarna waren de ouders van mijn vader aan de beurt. In 1942 waren in Nederland een aantal Joodse werkkampen, vooral in het noorden en oosten van het land. Joodse mannen moesten daar dwangarbeid verrichten. In Amsterdam waren “dagkampen”, onder andere in het Amsterdamse Bos en in de westelijke haven. De dwangarbeiders daar mochten thuis slapen. Mijn opa, Philip Tokkie werkte in het kamp in de haven.

Op 2 oktober 1942 werden na gedane arbeid de mannen naar het station gebracht. Hun familie werd thuis opgehaald. Alleen mijn oma, Hanna Tokkie-Voorzanger was thuis. Ze werden naar Westerbork afgevoerd. Die dag werden bijna alle Nederlandse werkkampen zo leeggehaald. In Westerbork aangekomen werden deze mensen niet ingeschreven in het kamp, maar in de eerstvolgende trein naar Auschwitz gezet. Maandag 5 oktober vertrok deze trein met 2012 mensen.

moeder Hanna

Zo’n 80 kilometer voor Auschwitz, bij station Cosel stopte de trein. De mannen tussen de 15 en 55 jaar werden uit de trein gehaald. Zij moesten daar in de buurt als dwangarbeider onder zeer slechte omstandigheden werken. De trein ging door naar Auschwitz-Birkenau en bijna alle inzittenden werden daar meteen in gaskamers vermoord op 8 oktober 1942. Mijn opa heeft het in de werkkampen daar maar een paar maanden uitgehouden en is toen aan uitputting overleden.

Lientje en Jo

Toen was Lientje aan de beurt.
Lientje, de jongste (half-)zus van mijn vader, heette eigenlijk Sara Voorzanger. Maar iedereen noemde haar Lientje. Lientje trouwde in 1942 met Jo (Joseph) Reinhold, een Joodse vluchteling uit Duitsland. In 1942 waren er verschillende Joodse werkkampen in Nederland. Jo zat in zo’n werkkamp in Groningen. Begin oktober 1942 werden de Joden van dat kamp naar Westerbork gebracht. Veel van deze Joden werden in Westerbork niet ingeschreven maar meteen op de lijst van het eerstvolgend transport gezet.
Maar Jo mocht hier op zijn vrouw wachten. Lientje wilde niet dat haar man alleen naar het oosten zou gaan en wilde dus ook naar Westerbork. Er werd geregeld dat Lientje met de trein naar Westerbork mocht reizen. Alleen Lientje had nog nooit met de trein gereisd. Dat vond ze eng. Haar broer (mijn vader dus) had een niet-Joods vriendinnetje (mijn moeder) en de moeder daarvan was bereid Lientje tot Hooghalen (het station bij Westerbork) te vergezellen. Dus mijn niet-Joodse oma heeft een Joodse tante van me naar Westerbork gebracht.
Lientje werd toegelaten tot het kamp. Lientje en Jo gingen met de eerst volgende trein naar Polen. Toen ze in Auschwitz aankwamen, zijn ze van elkaar gescheiden. Jo ging daar naar een werkkamp, en heeft tenslotte de oorlog overleefd. Lientje werd naar de gaskamer gestuurd. Ze werd vergast op 15 oktober 1942.

Nanna en Wim

Dus waren toen alleen mijn vader en zijn oudere (half-)zus Nanna (die eigenlijk Hanna Voorzanger heette) over. Zij moesten de ouderlijke woning verlaten, verkochten de inboedel en huurden een kamer bij een Joodse familie in de Transvaalbuurt op de Colensostraat 3b. Begin maart 1943 werd daar een razzia gehouden. Zo kwamen mijn vader en Nanna in de Hollandsche Schouwburg terecht. Daar ontmoette zij hun vorige onderbuurman, Ab (Abraham) Keizer.

Ab Keizer

Ab zat bij de “ondergrondse” in de Hollandsche Schouwburg. Deze groep zorgde er voor dat de bewaking zo nu en dan dronken werd gevoerd. Dan konden er mensen uit de Hollandsche Schouwburg via de achteruitgang ontsnappen. Mijn vader is in maart 1943 op deze wijze ontsnapt. Dit gebeurde ‘s avonds en vervolgens moest hij zich begeven naar een huis aan de Plantage Parklaan. Vandaar moest hij dan de volgende dag naar elders vertrekken. Wel werd hem gevraagd om een liter jenever te leveren aan de ondergrondse in de Hollandsche Schouwburg. Mijn vader heeft daardoor de oorlog overleefd.Ab Keizer helaas niet.

Nanna durfde niet mee. Ze wist niet waar ze heen zou moeten gaan. En ze kende mensen die naar
Vught gingen. Vught leek beter dan Westerbork. Dus ging zij op 9 maart naar Vught. Van daaruit
vertrok Hanna via Westerbork naar Auschwitz-Birkenau waar zij op 21 september 1943 werd vergast.
Nadat mijn vader uit de Hollandsche Schouwburg was ontsnapt ging hij naar Arnhem. Na een paar
maanden werd het daar ook te gevaarlijk voor hem. Hij dook toen onder bij zijn vriendinnetje en aanstaande schoonouders. Vanaf juli/augustus 1943 heeft hij tot mei 1945 op de zolder en 3e etage in 2e Oosterparkstraat 36 in Amsterdam geleefd. Als er bezoek kwam ging hij naar zolder, waar hij ‘s-nachts ook sliep. In mei 1945 was eindelijk de oorlog voorbij. Hij heeft nog een tijd moeten wachten tot duidelijk was dat hij de enige van zijn gezin was die de oorlog had overleefd. 

Naatje

En toen bleek dat ook zijn oma (Naatje Voorzanger-Dreese) en 71 van zijn ooms, tantes, nichten en neven het niet overleefd hadden.

bron:
Wim Tokkie en WOII

illustraties:
© Phil Tokkie, met vriendelijke dank.

gepubliceerd:
1 april 2021

laatst bijgewerkt:
1 april 2021