vernietigingskamp Sobibór

sobibor

Was Auschwitz nog gedeeltelijk een Arbeitslager, en bood daardoor nog een kans van overleven, Sobibór, waarnaar 19 deportatietreinen vanuit Westerbork vertrokken, was voor één doel opgezet, vernietiging. Ver weggestopt in Oost-Polen, in een dunbevolkt gebied, onttrokken aan de buitenwereld door hekken die doorvlochten waren met takken. Er werden hier 170.165 mensen vermoord, waaronder 34.313 mensen uit Nederland. Van de uit Nederland afkomstige mensen hebben er slechts 18 de oorlog overleefd.

Bouw
Concentratiekamp Sobibór werd in 1942 gebouwd door ca. 80 Joodse dwangarbeiders uit de omliggende getto’s. Deze dwangarbeiders werden na voltooiing van het kamp doodgeschoten. De grootte van het kamp was ca. 400 x 600 meter. Het was in vier gedeeltes verdeeld.
in het Vorlager woonden de SS-ers en de Oekraïense vrijwilligers (Trawniki’s). De treinen kwamen in dit gedeelte binnen. Het was hier ingericht als een vriendelijk park; bloemperken, wegwijzers naar een fictief restaurant en zwembad. Het leek een vakantiepark en het doel daarvan was de gedeporteerden in deze waan te brengen, om zo elke vorm van verzet te minimaliseren en het vernietigingsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen.
In Kamp I woonden en werkten de Joodse dwangarbeiders.
De gedeporteerden werden na het Vorlager naar Kamp II gevoerd. Bij aankomst werden de gevangenen uitgesplitst in mannen en vrouwen. Een zeer klein aantal mannen werden uitgekozen om te werken in het Sonderkommando.

In Kamp II moest men de bagage en kleding afgeven en zich uitkleden. Onderweg naar Kamp III werd bij de vrouwen het hoofdhaar afgeschoren.
Wanneer de gevangenen zich hadden uitgekleed werden ze naar Kamp III gevoerd waar men “een douche” zou krijgen. De gevangen werd ook aangemoedigd om diep in te ademen, daar dat een preventieve werking zou hebben voor mogelijke besmettelijke ziekten. De meeste gevangen zullen tot in de gaskamers gedacht hebben dat het een doucheruimte was. Maar de gaskamers werden overvol gepropt met mensen en wanneer men eenmaal in de gaskamer was aangekomen was er geen weg meer terug.

Het vergassen in Sobibór werd gedaan met de uitlaatgassen van een benzinemotor en niet, zoals in Auschwitz, met Zyklon B.
De deportaties naar Sobibór vanuit Nederland kwamen op gang na het bezoek van Reichsfüher Heinrich Himmler en Adolf Eichmann op 12 februari 1943.
Ter gelegenheid van dit bezoek werden enkele honderden Joodse vrouwen vergast, die geselecteerd waren op hun schoonheid. Het was tijdens dit bezoek dat Himmler beval dat ook transporten uit Nederland naar Sobibór moesten gaan. Tussen 3 maart en 20 juni 1943 vonden er 19 transporten vanuit Nederland naar Sobibór plaats.

Sonderkommando
De nazi’s waren altijd goed in het verzinnen van namen voor bepaalde functies. De Sonderkommando’s in de kampen hadden tot taak het onderzoeken en afvoeren van de lijken na de vergassing. De lijken werden onderzocht op waardevolle zaken, zoals gouden tanden en kiezen, ringen en dergelijke. Daarna werden de lijken in massagraven begraven tot het moment dat de nazi’s merkten dat deze massagraven te vol raakten en teveel sporen zouden achterlaten. Toen moesten de Sonderkommando’s de graven openen en de lijken verbranden. Een ander deel van dit commando onderzocht de kleding en sorteerde het.
In Sobibór werd in eerste instantie na elk transport het voor dat transport geselecteerde commando doodgeschoten. Maar waarschijnlijk werkte dat niet goed, want later kreeg het Sonderkommando een permanent karakter en werd huisvesting gebouwd.
De omstandigheden waren erbarmelijk en niemand die in dit commando heeft gezeten heeft de oorlog overleefd.

Opstand
Hoewel Sobibór was opgezet als een vernietigingskamp, en de gevangen in principe daar niet lang verbleven (en daarmee de kans op het organiseren van verzet klein was) kwam op 14 oktober 1943 tot een opstand onder leiding van Leon Feldhendler en Aleksandr Petsjerski – beide leden van het Sonderkommando.
Zij doodden 10 Duitsers, 2 Volksduitsers (Duitsers afkomstig uit bezette gebieden waarvan de voorouders uit Duitsland afkomstig waren)en 8 Trawniki’s. 300 gevangen ontsnapten, waaronder Selma Wijnberg, maar er werd een klopjacht georganiseerd en de meesten werden gedood. Ook de meeste Joden die nog in het kamp zaten werden gedood en in november 1943 werden de laatste 30 Joden in het kamp vermoord. De Duitsers besloten na deze opstand om het kamp op te heffen. Verder moesten de sporen worden uitgewist, wat gedaan werd door 30 Joden die uit Treblinka gehaald werden. Deze dwangarbeiders werden na de sloop doodgeschoten.
In de zomer van 1944 werd het gebied rond Sobibór door de Sovjets bevrijd. In de bossen rond het kamp werden nog 50 Joden gevonden die zich daar hadden schuilgehouden of zich hadden aangesloten bij Partizanen.

Selma Wijnberg
Selma Wijnberg (Groningen, 1922) ontsnapte tijdens de opstand van 14 oktober 1943.
Bij haar aankomst op 9 april met het transport van 6 april 1943 in Sobibor was zij een van de weinigen die uit het transport geselecteerd werd om te werken in dit vernietigingskamp. Na een dag komt Selma erachter wat er met de anderen uit het transport gebeurd was.
Selma komt te werken in de sorteerbarakken waar de eigendommen van de slachtoffers uitgesorteerd werden. Zo komt ze een pop tegen die ze zelf gemaakt had en in Vught gegeven had aan een kind. Dit kind blijkt met het Kindertransport naar Sobibor gebracht te zijn en vermoord.
De kleding die ze uitsorteren moeten ze opentornen om te controleren op juwelen en geld, daarna moeten de Jodensterren verwijderd worden en de kleding wordt gezonden naar Duitsland.
Het werk is hard. Ziek worden kon niet, want Selma kom er al snel achter dat je dan naar Lager III gezonden wordt – daar wacht de dood. Begin oktober 43 krijgt Selma echter vlektyfus.
Inmiddels had ze vriendschap gesloten met Chaim Engel en hij vertelt haar van de op handen zijnde opstand. De opstand lukt gedeeltelijk. Selma en Chaim zijn enkele van de gevangen die het lukt om te ontsnappen. Ze sluiten zich aan bij de Poolse partizanen en in juni 1944 trekt het Russische Rode Leger zo ver op dat ze in bevrijd gebied komen. Chaim en Selma trouwen en krijgen een zoon. Via Lublin, Odessa, Marseille en Tilburg komen ze terug in Zwolle.
In Nederland bleek men niet op Selma te wachten en de behandeling was zeer onbehoorlijk. Selma dreigde ook haar Nederlands staatsburgerschap te verliezen door haar huwelijk met de Poolse Chaim Engel. Verbitterd vertrekt het echtpaar naar Israël om daarna te emigreren naar de Verenigde Staten.
In april 2010 kwam Selma voor het eerst terug naar Nederland, op 11 april werd er – op de avond voor de bevrijding van Westerbork van 12 april 1945 – een documentaire over haar leven uitgezonden en de Nederlandse regering heeft op 12 april 2010 Selma excuses aangeboden voor de behandeling na de 2e wereldoorlog en Selma werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

meer informatie volg deze link.

Archeologische opgravingen
De laatste jaren zijn er archeologische opgravingen in Sobibor verricht, ook in de aanloop tot de inrichting van een herdenkingsplaats en een museum. De nazi’s hadden hun uiterste best gedaan om de sporen van dit kamp van Aktion Reinhard, uitsluitend opgezet om zoveel mogelijk Joden te vermoorden, uit te wissen. Maar de archeologische sporen verraden wat waar was en de geschiedenis van het kamp kan daardoor met meer details worden beschreven. Naast vele sporen, brillen, aardewerk, metalen voorwerpen, zijn er ook een aantal naamplaatjes gevonden. Het verhaal van de mensen van deze plaatjes kunnen op de site worden gevonden.
De naamplaatjes die gevonden zijn, zijn:
Judith de la Penha,
David Zak,
Eliazer Content
Annie Kapper
David Juda van de Velde.
Een artikel over de opgravingen kan hier worden bekeken.

bron:
Schelvis, Jules, Vernietigingskamp Sobibór, De Bataafse Leeuw, Amsterdam 2008 isbn 9789067076296,
wikipedia

laatst bijgewerkt:
22 oktober 2017