Sara Bacharach

Ze was de bloemenkoningin van het Rembrandtsplein, was kostwinner voor tien kinderen en bij haar jubilea stond bekend Amsterdam op de voorste rij; Sara Bacharach, “tante Saar”.

bacarachsaraDe Centrale Aalsmeerse (bloemen)Veiling, de CAV, startte in 1912. En al vanaf de start kwam Tante Saar daar haar bloemen inkopen, die ze op het Rembrandtplein verkocht. Eerst vanuit een mand en uiteindelijk vanaf haar bloemenstal die tegenover het revuecafé Saint Germain des Pres van Carel Kamlag gevestigd was. Dat café werd vooral bekend werd door de optredens van Tom Manders – Dorus. Toen Tante Saar in 1962 haar vijftigjarig jubileum vierde, was het Dorus die haar naar het CAV op de Van Cleeffkade in Aalsmeer reed om haar in het zonnetje te zetten.

35-jarig jubileum
Maar al eerder, in 1947, vierde Saar haar 35-jarig jubileum. En dat stond in de krant en wanneer we lezen wat er toen over haar geschreven werd, weten we hoe Tante Saar haar plaats in de stad had:

sarabacharachDie Tante Saar
Tante Saar is niet zo maar zonder meer een tante. Tante Saar is een monument geworden. Het Rembrandtsplein zonder tante Saar is geen Rembrandtsplein en tante Saar zonder haar Rembrandtsplein is ook niet zoals het moet. Liefst vijf-en-dertig jaar lang heeft ze nu dag aan dag, week in week uit, de bloemetjes uitgezet. Altijd in het nette.

Met haar bloemenstalletje naast de kiosk is ze een sierbeeld geworden voor onze stad. „Daar moet op gefuifd worden”, hebben de bewonderaars van Tante Saar gezegd. En, ze zijn aan het werk gegaan om — dat is de Zondagse naam — mevr. Sara Bacharach een groots jubileumfeest aan te bieden. In de bloemetjes zetten gaat een beetje moeilijk, want daar zit ze de hele dag in. Daarom zijn Wim Koning met zijn orkest uit Broadway en Piet Nooyen met z’n band uit Alcazar in het geweer of beter gezegd onder de instrumenten geroepen. Samen gaan zij morgenmiddag, zo omstreeks drie uur, naar het Rembrandtsplein om Tante Saar te huldigen. Ook Heintje Davids heeft beloofd aanwezig te zijn. Dus, het kan goed worden. ’s Avonds komt de klap op de vuurpijl. Al de vrienden en kennissen gaan naar Alcazar om met elkaar flink pret te maken. Voor Tante Saar een vermoeiende dag: lawaai, handjes schudden, fotografen, cineasten, serpetine, muziek… Tante Saar een fijne dag en — een gemeende wens — doe er nog vijf-en-dertig jaartjes bij!

Misjpoge
Sara Bacharach werd Londen geboren op 8 mei 1887. Ze was de dochter van Rosette van Dam (Arnhem, 5 februari 1862) en Simon Bacherach (Arnhem, 24 december 1841 – Westervoort, 12 oktober 1899). Rosette en Simon trouwden op 13 oktober 1880 in Arnhem, op 6 januari 1881 werd daar hun eerste kind geboren, Nathan (Apeldoorn, 24 september 1932). Op 4 september 1882 werd Nathan gevolgd door Hanna, ook in Arnhem. Tussen oktober 1882 en februari 1885 ging het gezin naar Londen, waar Sara in 1887 ter wereld kwam. Maar eerst werd daar op 9 februari 1885 haar broertje David geboren (overleden Arnhem, 3 november 1929).

Londen
Aan het einde van de 19e eeuw was er in Londen (Spitalfields) een Nederlands-Joodse gemeenschap. Deze stadswijk was tussen 1880 en 1970 de meest Joodse wijk van Londen met 40 synagogen. Rosette en Simon waren straatarm en ze hebben hun geluk in Londen beproefd.  Sara werd er geboren en het is bekend dat zowel Rosette als Simon kort na elkaar in Londen overleden. De kinderen hebben er na de dood van hun ouders gezworven, sliepen op een handkar, en zijn teruggehaald naar Arnhem door een familielid. Door haar geboorte in Londen had Sara recht op een Brits paspoort, wat haar later goed van pas zou komen.

In de tijd in Arnhem gaat Saar naar een Joodse school. In Arnhem werd in 1890 een Joodse school gevestigd in een pand aan de Kippenmarkt, naast de synagoge, wellicht was het deze school. Daar leerde ze een liedje in het Hebreeuws dat ze haar hele leven kon zingen, het liedje was ter gelegenheid van het het planten van een boom voor Koningin Wilhelmina, wellicht bij haar troonsbestijging in 1898.

Bloemenkoopvrouw tante Saar Bacharach, 40 jaar bloemenvrouw op het Rembrandtplein, Amsterdam, 17 juli 1952. Foto Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Amsterdam
Op 26 oktober 1904 kwam Sara in Amsterdam wonen en vestigde zich op de Verversstraat 34. Daar woont ze bijna een jaar, en gaat op 21 oktober 1905 naar de Valkenburgerstraat 77 waar ze maar een paar maanden zal wonen, op 15 januari 1906 gaat ze naar de Zandstraat 15. Dan raakt ze zwanger van haar eerste kind, Johanna (Amsterdam, 20 oktober 1906 – Sobibor, 2 juli 1943). Johanna werd niet erkend door haar vader en behield daardoor de achternaam Bacharach.

Volgens overlevering kreeg Sara kennis aan een gehuwde Joodse man, die haar jaren aan het lijntje heeft gehouden en zorgde dat ze twee kinderen van hem kreeg. De man hield geen woord, hij scheidde niet van zijn echtgenoot, en Sara voedde de twee kinderen alleen op. Later vertelde ze hierover ‘dat ze verleid was door een Joodse getrouwde man met mooie praatjes en daarom geloofde ze niet in boterbriefjes‘, ook met haar tweede man trouwde ze niet.
Bij de geboorte van Johanna (Annie) was Sara overigens al weer verhuisd en woonde bij het gezin van Nathan Bacharach en Judith Swaab en hun 7 kinderen (Levie, Betje, Jacob, Meijer, Esther, Abraham Simon en Grietje). Nathan was haar neef en woonde op het Waterlooplein 44-3.

Tussen 1907 en 1910 verhuizen Sara en Annie negen keer. Uiteindelijk vestigden ze zich op 9 februari 1910 op de Batavierstraat 50. Sara is dan hoogzwanger en aan het einde van de maand wordt Simon geboren (Amsterdam, 26 februari 1910 – Auschwitz, 26 januari 1943). Simon heeft dezelfde vader als Annie en ook hij wordt niet erkend en blijft daarom ook Bacharach heten.

Op 14 juni 1912 verhuisde het gezin naar de Lange Houtstraat 46 en in dat jaar begon Sara met de verkoop van bloemen. Ze heeft dan nog geen stal, maar verkoopt ze vanuit een grote mand die ze aan haar arm droeg. Al vanaf die beginfase haalt ze haar bloemen bij de bloemenveiling in Aalsmeer. Ze reist daarheen met het openbaar vervoer en ook de koopwaar wordt op die manier vervoerd.

Tussen 1912 en 1917 leert Sara Hendrik Frederik Albers (diamantslijper) kennen, haar tweede man met wie ze nooit zou huwen maar wel acht kinderen kreeg.
– op 29 juni 1917 kregen Sara en Hendrik hun dochter Henderika Frederika (Riek),
– op 1 oktober 1918 werd Hendrik Frederik (Heini) geboren, die als soldaat in het Nederlandse leger zou sterven,
– op 18 februari 1920 werd Cornelis (Nelis) geboren,
– op 29 april 1921 werd Louise (Lies) geboren. In dat jaar, op 28 december, verhuisde het gezin naar de Uilenburgerstraat 139-2.

Er volgen veel verhuizingen met steeds een korte tijd er tussen. In die tijd was er een grote woningoverschot en vaak kon men ergens wonen en de eerste maand hoefde men dan geen huur te betalen. Wellicht was dit de reden en was het in die periode erg moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.

– op 7 september 1922 werd Leendert Lambertus (Coky) geboren

Op 29 januari 1923 verhuisde het gezin naar de 1e Bethaniëndwarsstraat 8-3. Ze blijven daar drie jaar wonen. Een jaar later is Annie, de oudste dochter van Sara 18 jaar oud en ze bevalt op 5 januari. Ze noemt haar dochter Sara en de baby werd geëcht door Mozes Slier (Amsterdam, 6 december 1901 – Sobibor, 9 juli 1943). In het huis op de Bethaniëndwarsstraat 8-3 wonen kort daarna, in juni, zelfs 11 mensen, want Sara Bacharach was gelijktijdig met haar dochter zwanger en bevalt op 4 juni 1924 van een zoon, Albertus.

Annie Bacharach met haar kinderen.
Annie Bacharach met haar kinderen.

Dochter Annie trouwde op 18 december 1928 met Mozes Slier, lompenventer, en zou met hem 6 kinderen krijgen (naast Sara ook nog Betje (Amsterdam, 8 februari 1929 – Sobibor, 2 juli 1943; Henderika (Amsterdam, 17 juni 1930 – Sobibor, 2 juli 1943), Rachel (Amsterdam, 13 augustus 1932 – Sobibor, 11 juni 1943), Liesje (Amsterdam, 7 juni 1935 – Sobibor, 2 juli 1943) en Philip (Amsterdam, 6 oktober 1942 – Sobibor, 2 juli 1943).

In 1925 verliest Sara een kind. Albertus overlijdt op op 26 februari, 8 maanden oud. Op 25 december krijgt Sara  haar negende kind, Rozette (Rosa). Op 22 april 1926 verhuisde het gezin naar de Korte Houtstraat 2, een plek waar nu de Stopera staat. Op 23 december 1927 krijgt Sara haar tiende en laatste kind, Rachel (Chelly).
Op 6 januari 1928 verhuisde het gezin naar een heel andere buurt in de stad, de Jordaan. Ze gaan op de Palmstraat 45-3 wonen en op 27 maart verhuizen ze naar het buurhuis, op 47-3. Het gezin woont er zes jaar en er is bekend dat Sara het niet naar haar zin had in de Jordaan. Ze voelt zich er niet geaccepteerd en ze ondervindt er antisemitisme. Sara is liever in haar eigen buurt en loopt dagelijks van de Palmstraat naar het Rembrandtsplein om haar bloemen te venten. Dat deed ze lang zonder officiële vergunning maar in 1929 kreeg ze die wel en mocht ze officieel met haar mand op het Rembrandtplein bloemen venten. In 1933 wordt deze vergunning uitgebreid met dat ze zich door haar toen 15-jarige zoon Heini mag laten vervangen en dat ze zes meter van de Kiosk, haar eeuwige concurrent, vandaan moet blijven.

thorbeckepleinbacharach
Thorbeckeplein 28, 2016

In 1934 kan het gezin min of meer terug naar de eigen buurt. Op de 12e april verhuizen ze naar het Thorbeckeplein 28. Ze hebben het hele pand en Hendrik Frederik Albers zegt over het huis dat de vele trappen zijn dood zullen worden. Hij overleed inderdaad op dit adres.
In de kelder van het huis worden de bloemen opgeslagen en de handkar gestald. Na de oorlog wonen er andere mensen in het huis, maar de kelder mogen ze blijven gebruiken voor de opslag. Verder wordt op de ventvergunning van Sara aangetekend dat ze een parasol mag plaatsen op het Rembrandtsplein bij haar bloemen en ze heeft daarmee haar eerste vaste standplaats. Wanneer ze zelf niet kan, mag ze zich laten vervangen door haar zoon Nelis.

Enkele jaren later breekt de oorlog uit, en daarmee een zware tijd voor Sara. Haar twee oudste dochter en zoon worden vermoord, evenals het heel gezin van haar oudste dochter en ook haar zoon Heino komt te overlijden. Haar kinderen die ze met Hendrik Frederik Alberts kreeg, halachisch Joods voor de Joodse traditie, maar halfjoods voor de nazi’s, kregen geen J in hun persoonsbewijs en worden niet gearresteerd. Sara moet zelf ook naar de kampen, ze was immers niet gemengd gehuwd omdat ze het ‘boterbriefje’ nooit gehaald had. Maar Sara heeft ook een Brits paspoort, wat ze te danken heeft aan haar geboorte. Daarmee had ze een uitzonderingspositie. Pas op 20 mei 1943 moet Sara naar Westerbork. Daar blijft ze tot 11 januari 1944. Op die dag gaat Sara op transport naar Bergen-Belsen in een transport waar ook ‘prominenten’ zaten als Clara Asscher-Pinkhof en Abel Herzberg. Waarschijnlijk zat ze in Bergen-Belsen in het gedeelte waar de “auschtauschjuden” zaten.  Een deel van hen ging op transport naar Palestina en werd ingeruild voor Duitse tempeliers uit Palestina. Dit transport staat bekend onder de naam “Transport 222”. Sara gaat niet mee maar gaat op 17 november 1944 op transport naar Liebenau, een kamp in de buurt van Kassel. Sara wordt daar op 29 april 1945 bevrijdt door Franse troepen.

paardenstraat11
Paardenstraat 11

huldigingtantesaarOp 13 juli 1945 is Sara terug in Amsterdam. Ze gaat eerst drie weken op Weesperstraat 46hs wonen en drie weken later krijgt ze een woning op de Paardenstraat 11, waar ze de rest van haar leven blijft wonen. Sara wordt een lokale bekendheid. Ze was dat al voor de oorlog maar iedere Amsterdammer kent deze bloemenvrouw van het Rembrandtplein. Ze heeft goede contacten met Dirck Vreeswijk, een ondernemer voor de oorlog Alcazar op het Thorbeckeplein 5 uitbaatte. Dat adres is dan ook het adres voor het huldigingscomité voor Tante Saar in 1952, wanneer ze haar 40-jarig jubileum viert. En wanneer de namen van het “Eere comité” worden bekeken spreekt daaruit de bijzondere geliefdheid van deze Amsterdamse bloemenverkoopster.

Haar kleindochter Simone herinnert zich dat bij de verschillende jubilea, die groots gevierd werden, pas later over de oorlog werd gesproken. In 1947 – 35 jaar – en in 1952 – 40 jaar – in ieder geval nog niet. De wond was te vers en men sprak er niet over. Maar Simone heeft haar grootmoeder meermalen gezien met de foto van Annie en haar gezin in haar handen. Het verlies van haar twee oudste kinderen en hun gezinnen moet onvoorstelbaar zwaar geweest zijn voor Sara. Sara blijft nog lang bloemen verkopen op het Rembrandtsplein en de laatste jaren blijft ze op Paardenstraat 11 wonen. Ze heeft veel contact met de kinderen uit haar tweede ‘huwelijk’ en haar kleinkinderen, tot ze op 26 juni 1982 overlijdt, 95 jaar oud. Sara werd begraven op Muiderberg.

Aanvulling 7 december 2016:
In het Parool van 7 december 2016 werd bekend gemaakt dat de brug 31, tussen de Herengracht en de Reguliersgracht, de Tante Saarbrug wordt, genoemd naar de vrouw die meer dan 60 jaar bloemen verkocht op het Rembrandtplein.

 

bron:
“DINGEN VAN DE DAG”. “De waarheid“. Amsterdam, 16-07-1947. Geraadpleegd op Delpher op 27-09-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010852039:mpeg21:a0049
www.archieven.nl, lemma Joodse school Arnhem (geraadpleegd 9 oktober 2016)
www.maxvandam.info, familie Bacharach (geraadpleegd 10 oktober 2016)
www.levie-kanes.com, lemma Rosetta van Dam – Doof (geraadpleegd 10 oktober 2016).
Interview met Simone Haller, oktober 2016
met dank aan Simone Haller (kleindochter)

illustratie:
“Familiebericht”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 09-05-1952. Geraadpleegd op Delpher op 27-09-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873341:mpeg21:a0068
Thorbeckeplein 28, 10 oktober 2016 © joodsamsterdam.nl
Paardenstraat 11, 10 oktober 2016 © joodsamsterdam.nl
familiefoto’s met dank aan Simone Haller © Simone Haller

Bloemenkoopvrouw tante Saar Bacharach, 40 jaar bloemenvrouw op het Rembrandtplein, Amsterdam, 17 juli 1952, Foto Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam
“Familiebericht”. “De Telegraaf“. Amsterdam, 28-06-1982. Geraadpleegd op Delpher op 07-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011205378:mpeg21:a0156

laatste aanpassing:
7 januari 2017