Dinah Elisabeth Kohnstamm

Dinah KohnstammAmsterdam, 21 augustus 1869 – Auschwitz, 24 september 1942.

Dinah Kohnstamm werd in Amsterdam geboren. Haar vader was Max Kohnstamm – die afkomstig uit Duitsland was en als kantoorbediende een baan vond bij het bankierskantoor Wertheim & Gompertz, in die tijd een zeer gerenommeerde bank. Hij trouwde met de dochter van de bankier, Sarah Wertheim. Max en Sarah kregen drie kinderen, Dinah, Babette (Betty) en Philipp.
Hoewel Dinah geboren werd in Amsterdam bracht ze een deel van haar jeugd door in de buurt van Bonn (Bad Godesberg) vanwege de medische toestand van haar vader.
Het gezin kwam terug naar Nederland, ging wonen in Wageningen, maar vader moest kort daarna weer in Duitsland worden opgenomen. De band met Amsterdam bleef echter bestaan omdat de kinderen regelmatig logeren in Amsterdam, bij oom en tante Wertheim aan de Herengracht. In 1880 verhuisde het gezin van Wageningen naar Düsseldorf en in 1883 komen moeder en de kinderen weer terug naar Amsterdam. In 1887 woonde het gezin op de Hemonylaan 27. Dinah is dan inmiddels – door afwisselend in Duitsland en Nederland te wonen – perfect tweetalig.
Het gezin Kohnstamm is van Joodse afkomst maar was niet religieus. Wel bestaat er een band met het Jodendom. Joodse liefdadige instellingen werden gesteund, de Joodse wet werd gezien als verouderd maar wel nuttig; de verhalen uit de Thora of het Oude Testament kwamen echter niet aan bod.
In haar later leven woonde Dinah een aantal jaren in Den Haag, maar ze keer weer terug naar Amsterdam waar ze eerst inwoonde op Herengracht 615, later in de Nicolaas Witsenstraat 12 – in de periode dat zij haar atelier had op Frederiksplein 26, weer later bij haar neef Johan Wertheim op Roemer Visscherstraat 44 (tot 1933). Daarna ging ze naar De Lairessestraat 6 en vandaar, tot haar deportatie, woonde ze met haar zus op Euterpestraat 75-2 (nu Gerrit van der Veenstraat).

Roemer Visscherstraat 44
Roemer Visscherstraat 44

Dinah begon niet heel vroeg als kunstenares. Pas op haar 32e, in 1898, stuurde zij een tafelloper en pasteltekening in voor de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in Den Haag. In 1900 verschenen 2 meisjesboeken die door haar geïllustreerd waren. Een paar jaar later ontstonden 2 door haar geschreven prentenboeken en waarschijnlijk in deze periode nam zij het besluit om schilderes te worden en trekt naar Berlijn waar ze les krijgt van Dora Hitz, Leo Freiherr von König en Arthur Lewin-Funcke.
In Amsterdam volgt ze les bij Martin Monnickendam en J. P. Veth.
In de verhalen die over Dinah bekend zijn valt op dat zij een sociaal geëngageerde vrouw was. Zo zorgde ze in 1908 voor de illustraties op de omslag van het programma voor het Congres voor Vrouwenkiesrecht.

Verder had Dinah een verbindende rol in de familie, en zorgde voor haar moeder, Sarah Wertheim, in haar laatste levensfase. Als kunstenares was ze zeer actief en ze organiseerde ook veel met andere kunstenaars.
In 1938 trad Dinah toe tot de Gereformeerde Gemeente in Hersteld Verband van Ds. Geelkerken.
Dinah houdt in de zomer van 1942 een dagboek bij en gaat daarmee door tot zij op transport gaat. Dit dagboek berust bij het NIOD.
Hoewel ze als gedoopt christen nog niet op transport hoeft gaat ze wel, omdat ze haar zus Betty en hun huisgenoten Fanny van Raap en Dina Benjamin niet alleen wil laten gaan.
Dinah wordt, samen met haar huisgenoten, op 24 september 1942 in Auschwitz vermoord.

Dit artikel is een uittreksel van het boekje “Het leven van Dinah Kohnstamm” dat te koop is bij het Joods Historisch Museum.

bron:
Het Leven van Dinah Kohnstamm 1869 – 1942
, Dolph Kohnstamm/Joods Historisch Museum isbn 978 90 802 0294 8,
wikipedia.
Met dank aan Eva Kohnstamm.
Foto met dank aan fam. Kohnstamm.
aanvulling 5 januari 2017: adres 1887

laatste aanvulling
23 september 2019