rabbijn Jesaja Kleerekoper

Rabbijn Jesaja Kleerekoper was een bijzondere godsdienstleraar in Joods Amsterdam. Hij werd geboren op 7 juli 1810 in Amsterdam als zoon van Isaac Meijer Kleerekoper (Amsterdam, ca. 1773 – Amsterdam, 29 november 1844) en Annaatje Jesajas Philip Kladser (Amsterdam, ca. 1778 – Amsterdam, 9 mei 1837) en overleed op 29 december 1880. Hij huwde op 10 juli 1834 met Esther Samuel Hirsch  (Amsterdam, 27 februari 1819 – Amsterdam, 24 januari 1853). Na het overlijden van Esther trouwde Jesaja op 23 mei 1854 met Rachel Mozes Lissauer (Amsterdam, 11 april 1819 – Amsterdam, 1885). Met Esther kreeg Jesaja tien kinderen; Isaac Elias, Jacob Michael, Annaatje, Abraham Tzemach, Samuel Chananja, Sara (1845 – 1891), Joseph (Amsterdam, 18 februari 1848 – Amsterdam, 5 augustus 1912), Marianne en twee kinderen die levenloos werden geboren. Met Rachel kreeg Jesaja dochter Betje.

Volgens een artikel uit 1886 over de naar Jesaja genoemde R. Jesaja Kleerekoperstichting was Jesaja al op jonge leeftijd bezig met de Thora-studie en werd opgenomen als ‘Chower’ onder de Amsterdamse Talmoedisten als rabbijn aan het Beth Hamidrasj. Als kind zou hem voorspeld zijn dat hij een grote ’tsaddik’ (rechtvaardige) zou worden.
Zijn eerdere vrouw was het nichtje van rabbijn Jozef Hirsch.  Jesaja was 40 jaar verbonden aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium en stond bekend als een groot kenner van de Talmoed. Hij was gezien bij zijn studenten en stond bekend om de goede manier waarop hij hen behandelde. Hij zorgde niet alleen voor de kennisoverdracht, maar ook, indien nodig, voor voedsel en kleding. Hij sprak zijn leerlingen steevast aan met ‘kind’.

Jesaja gaf meer les dan de uren waarvoor hij was aangesteld aan het seminarium. Voor leerlingen waarbij hij een bijzondere aanleg vermoedde organiseerde hij avondlessen. Hij benaderde de rijkere gemeenteleden, samen met rabbijn Meijer Lehren, om giften voor de studenten.
Niet alleen de studenten, maar ook anderen konden op de hulp van Jesaja rekenen wanneer zij een beroep op hem deden. Zo hielp hij gezinnen in financiële nood, armlastige weduwen en wezen. Zijn hulpvaardigheid was tot in het buitenland bekend.

Jesaja was 25 jaar lang leraar aan het Chewre Derech Hajesjoroh en waar boeide hij zijn toehoorders in het auditorium door zijn grote kennis en aangename wijze van voordracht. Hij werkte samen met de toenmalige rector Dr. J. H. Dünner en verzorgde cursussen in het gebouw waar het Beth Hamidrasj toen gevestigd was, in de Nieuwe Amstelstraat. De lessen werden steevast beëindigd met een gebed en Jesaja ging dan als Chazzen (voorzanger) voor.

Vlak voor zijn zeventigste verjaardag was Jesaja ernstig ziek maar deze verjaardag kon hij vieren, hij was hersteld. Enkele maanden later overleed hij in zijn woning op de Houtgracht 55hs. Bij de begrafenis wed de baar opgesteld bij het Beth Hamidrasj. De deuren werden geopend als eerbetoon, daarna brachten dragers hem naar de Portugese Synagoge alwaar hetzelfde werd gedaan. Vervolgens ging het stoffelijk overschot naar de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

In het Metaheirhuis sprak Dr. J. H. Dünner de eerste lijkrede uit. Vervolgens spraken de rabbijnen J. Content en M. S. Hirsch. In het jaarverslag 1880 – 1881 van het Seminarium is te lezen: ‘Het verlies, dat het Amsterdamsche Jodendom door het overlijden van den onvergetelijken Eerw. Heer Jesaja Kleerekoper (december 1880) geleden heeft, trof het Seminarium des te dieper, omdat onze instelling meer dan veertig jaren, vooral in zedelijk opzicht, den uitstekenden invloed van dezen leeraar in Israël ondervond. Zijn onderwijs in den Talmoed in de voorbereidende klasse sedert de reorganisatie, onderscheidde zich vooral door eene weldoende gemoedelijkheid en warmte. Zijn onvermoeide pogingen, om de leerlingen uit den mingegoeden stand in alle klassen van het Seminarium van het noodige te voorzien, zijn zonder wederga. Zijn aandenken zal bij alle leerlingen van het Seminarium, die hem kenden, gezegend blijven.’

Op 15 januari 1881 kwamen ten huize van Dr. J. H. Dünner de volgende personen bijeen: H.H. Liepman, Ph. Prins, M. L. Belt, B. van der Velde, B. E. Eitje, J. Kleerekoper Jzn. en Jes. S. Lissauer. Tijdens deze bijeenkomst werd het plan besproken om de R. Jesaja Kleerekoper-Stichting op te richten. Het doel der Stichting werd uiteengezet in een circulaire, waarvan een afdruk werd geplaatst in Israëlitische Nieuwsbode van 11 februari 1881, en waaraan onder andere staat dat studenten en kwekelingen aan het Nederlands Israëlietisch Seminarium zoveel mogelijk van onderhoud, woning en kleding worden voorzien. In mei 1881 was de stichting een feit.

Op 14 januari 1882 werd de eerste jaarvergadering van de stichting gehouden in het Gebouw Casino en de stichting telde toen al 343 leden en voor steun, kleding en voedsel was er in het eerste jaar een bedrag van ƒ 546,- uitgegeven, wat overeenkomst met een koopkrachtwaarde van € 6500,- in 2022. De stichting werd bij Koninklijk Besluit van 20 oktober 1883 goedgekeurd.

Dochter Sara Kleerekoper (1845 – 1891) was gehuwd met Isaac Jochem Spitz (1841 – 1916). Zij woonden in het huis op de Jodenbreestraat waar Rembrandt had gewoond, het tegenwoordige Rembrandthuis en hadden er een huissjoel. Naast het adres waar Jesaja overleed, Houtgracht 55hs, heeft zijn gezin ook op de Kerkstraat 285 en de Weesperstraat 83 gewoond.

 

 

bron:
R. Jesaja Kleerekoperstichting, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen; uitgegeven vanwege de Vereeniging van Joodsche Wetenschappen te Rotterdam, jrg 16, 1886, no 52, 08-01-1886. Geraadpleegd op Delpher op 08-06-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005401052:00001.
De vrijdagavond; joodsch weekblad jrg 9, 1932, no 2, 08-04-1932. Geraadpleegd op Delpher op 08-06-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dts:37103:mpeg21:0001.
Houtgracht 55hs, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1773
Kerkstraat 285, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1853-1863, archiefnummer 5000, inventarisnummer 572.
Weesperstraat 83, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2264.

Met dank aan Frits Slicht

gepubliceerd:
7 juni 2022

laatst bijgewerkt:
31 oktober 2023