Yaacov Yannay

De geschiedenis van deze website is wellicht genoegzaam bekend. Het was ooit een onderwijsproject van een basisschool in Amsterdam. Op zoek naar de Joodse sporen van een buurt die, ten onrechte bleek later, niet als Joods werd gezien. Na zes weken was het project voorbij, maar de site ging door. Werd geprofessionaliseerd, de onderwijzer ging uiteindelijk zelf terug naar de schoolbanken en behaalde aan de UvA twee masters. Maar tijdens de jaren van schrijven waren er steeds mensen die wezen op fouten en vertelden hoe iets beter kon. Belangrijk in de eerste fase was zeker Yaacov Yannay. Hij wordt genoemd op de site, maar zijn verhaal moet zeker een plaats krijgen.

Yaacov heette in Nederland Jacob de Jong (Amsterdam, 2 november 1926 – Jeruzalem, 18 juli 2009) en hij was de oudste zoon van diamantsnijder en godsdienstonderwijzer Simon de Jong (Amsterdam, 16 juli 1898 – Bat Yam, 25 oktober 1964) en Sophia van Gelder (Ede, 16 maart 1900 – Tel Aviv, 10 juli 1969). Jacob werd op de Burmanstraat 11 geboren, een zijstraat van de Weesperzijde. Na Jacob werden er nog drie kinderen geboren, Bertha (Batya; Amsterdam, 2 augustus 1920 – Yakum, 13 januari 2015), Philip (Uri; Amsterdam, 3 mei 1930 – Tel Aviv, 29 februari 1980) en Alida (Ada; Amsterdam, 25 juni 1935 – Haifa, 20 mei 1976).

Binnen het vak van diamantsnijder werkte Simon aan de overzijde van de Amstel, bij de fabriek van Asscher. Hij roeide elke dag de Amstel over, zo kon het geld voor het motorpontje bespaard worden. Tijdens de crisis studeerde Simon voor het vak van godsdienstonderwijzer. Het gezin was liberaal én vroom. Simon en Sophia hadden elkaar leren kennen op een Mizrahiekamp in Ede.
Jacob werd lid van de jeugdbeweging van de orthodoxe zionisten, Zichron Ya’acov. Al voor de oorlog bereidde het gezin zich voor om naar het Britse Mandaatgebied Palestina te gaan. De certificaten om daarheen te kunnen werden aangevraagd.

Op 10 mei 1940 vielen de nazi’s Nederland binnen. Jacob was op het Westerscheldeplein, toen de rand van de stad. Hij kon zien hoe Schiphol gebombardeerd werd. Als dertienjarige jongen vond hij het indrukwekkend en de betekenis drong nog niet tot hem door.
In die periode bezocht Jacob de Joodse HBS. De aardrijkskundeleraar, dr. J. van Eck, zou tijdens de bezetting zeer veel Joden het leven redden. In 1942 werden de klassen op de HBS steeds leger. De kinderen kregen een oproep om naar een werkkamp te gaan, geen van die kinderen overleefde de oorlog. Moeder zorgde ervoor dat Jacob een baantje kreeg bij de Joodsche Raad. Zo wilde ze de kans verkleinen dat ook Jacob een oproep zou krijgen. Jacob kwam bij de estafettedienst. Hij mocht ook na spertijd op straat komen en zijn taak was het bezorgen van brieven. Brieven met vaak een droevige inhoud. Het waren oproepen; Jacob moest aanbellen en de oproep afgeven. Dat hij doodvonnissen bezorgde wist hij toen niet.
Geheel volgens de regels stonden de rugzakken klaar voor als ook het gezin De Jong een oproep zou krijgen. Toen het zover was hield vader de moed erin – de eerste stap naar Palestina – meldde hij.

Het gezin vertrok op 20 juni 1943 vanaf het Amstelstation naar Westerbork en werden er in Barak 67 gehuisvest. Nederlandse politieagenten zorgden ervoor dat alles ordelijk verliep. Ze zaten zeven maanden in Westerbork en vooral de maandagnachten waren vreselijk. Dan werden de namen opgenoemd van diegenen die op dinsdag op transport moesten. De spanning tijdens het voorlezen was om te snijden en daarna volgde het afscheid. De De Jongs stonden op de Palestinalijst. Theoretisch gaf dat bescherming, maar er stonden drie tot vierduizend mensen op die lijst. Op 11 januari 1944 kwam er een personentrein aanrijden en geen trein met veewagons. Nu werden hun namen afgeroepen, het gezin was erbij en vader zei dat dit weer een stap naar Palestina was. Een paar honderd mensen gingen mee, ze gingen naar Bergen-Belsen.

In Bergen-Belsen kwamen ze in het ‘Austauschlager’ terecht, een deel van het kamp dat gereserveerd was voor Joden die uitgeruild zouden kunnen worden tegen Duitse krijgsgevangenen. Er moest hard gewerkt worden, Simon en Jacob moesten leren schoenen uit elkaar halen en stukjes leer sorteren. Waar de schoenen vandaan kwamen wist hij niet, waarschijnlijk Auschwitz bedacht hij later. Jacob werd ziek in het kamp en juist op dat moment stonden ze op een lijst om uitgewisseld te worden. Een Nederlandse arts meldde dat Jacob niet in staat was om op transport te gaan en vertelde Simon en Sophia dat hij dan achter moest blijven. Maar dat wilden ze niet, dan zou het hele gezin niet gaan. Later kwam een SS-arts naar Jacob kijken en hem maakte het niet uit hoe de gezondheidstoestand was. Het ging er niet om of Jacob levend aankwam, het ging om het aantal Joden dat werd uitgewisseld.

Jacob werd op en brancard de trein ingedragen. Het was een helse tocht in een Duitse trein, een transport dat bekend zou worden als Transport 222.

Op 10 juli 1944 bereikten ze de grens tussen Libanon en het mandaatgebied. De passagiers gingen staan en zongen het Hatikwa.
Jacob werd opgenomen in een kliniek voor longziekten. Hij lag er een jaar. Zijn broer, zusjes en ouders verbleven elders en eens per maand kwam moeder op bezoek. Vader werkte weer in de diamant en elke dag die hij niet werkte werd niet uitbetaald. Hij kwam dus niet mee. Jacob had in zijn jeugd wat Hebreeuws geleerd, nu moest hij zich in het ziekenhuis ermee redden.

Carrière
Yaacov maakte carrière in Israël. Hij werkte voor de inlichtingendienst van de Hagana en kwam later op het kantoor van het Ministerie van Landbouw en Nijverheid. Daarna maakte hij promotie naar Buitenlandse Zaken en leerde daar zijn vrouw kennen. Toen kwam er een plaats vrij op het Consulaat in Istanbul. Van 1957 – 1961 werd Yaacov handelsattaché in Parijs, werd daarna overgeplaatst naar Genève en kwam na zeven jaar terug op Buitenlandse Zaken en werd souschef bij de Afdeling Protocol.

In 1965 werd de nieuwe Duitse Ambassadeur, Rolf Pauls, in Israël ontvangen. Yaacov wilde er niet bij zijn, hij wilde ook het Duitse volkslied niet aanhoren, maar hij moest. Pauls had een arm verloren bij het Russische front toen hij voor de Wehrmacht vocht. Bij de ceremonie stond de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Golda Meir, met de ogen neergeslagen. Om rellen te voorkomen werd de ceremonie niet in het King Davidhotel gehouden, maar in het Holyland. De auto’s werden na de ceremonie met stenen bekogeld.
Yaacov was later de ambassaderaad in Den Haag.
Het was een mooie tijd maar zijn vrouw kreeg heimwee. Haar ouders waren inmiddels oud en ze keerden in 1970 terug naar Israël. Yaacov beëindigde zijn diplomatieke loopbaan.

Yaacov ging een luchtvaartmaatschappijtje beheren, Isravia, en organiseerde eendagstochtjes naar het Sint Catharinaklooster in de Sinaï. Dat kon niet meer na de Camp David akkoorden, de Sinaï werd teruggegeven aan Egypte. Uiteindelijk ging de maatschappij over de kop.
Yaacov werkte nog als vertaler. Yaacov bleef tot op hoge leeftijd actief met raad en daad en zijn hulp was welkom bij de eerste verhalen van deze website.

EX-NEDERLANDER STUWT TOERISME NAAR SINAÏ (Telegraaf, 6 november 1970)
Eén van de deelnemers aan het Asta-congres ln Amsterdam, de Israëli Yaacov Yannay is in ons land geen onbekende. Zijn naam luidde in Amsterdam, waar hij tot de tweede wereldoorlog woonde, Jakob de Jong. In Israël liet De Jong zijn naam echter hebraïseren.

Vrijwel onmiddellijk na de stichting van de staat Israël in 1948 trad Yannay in dienst van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Tot september jl. maakte hij als ambassaderaad deel uit van de Israëlische ambassade in Den Haag.
In die maand evenwel zei Yannay het diplomatieke leven tijdelijk vaarwel; hij keerde terug naar Jeruzalem waar hij sindsdien optreedt als general manager van een onlangs opgerichte luchtvaartmaatschappij. Deze maatschappij, Isravia genaamd, legt zich toe op binnenlandse toeristische vluchten in Israël. En Yannay ls naar Nederland gekomen om op het Asta-congres zijn maatschappij wat grotere bekendheid te geven.

Hij vertelde mij dat Isravia de eerste maatschappij in de geschiedenis is, die vluchten uitvoert naar het aan de voet van de berg Sinaï gelegen vliegveldje, midden in de Sinaï-woestijn, dat vorige week in gebruik is genomen. Yannay: „De op Israël gerichte touroperators op het congres zijn over deze vluchten bijzonder enthousiast. Die vluchten worden uitgevoerd in kleine, laagvliegende toestellen en tegen betaalbare prijzen. Vooral ook het nabij de Sinaï gelegen, uit de zestiende eeuw daterende, Santa Catharina-klooster trekt geweldige belangstelling!”

 

bron:
Stadsarchief Amsterdam, Simon de Jong, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 396.
Lisette Lewin, Vorig jaar in Jeruzalem, Israël en de Palestinapioniers (Amsterdam 1996) 341-346.
Alexandra Wenck,
Zwischen Menschenhandel und ‘Endlösung’: Das Konzentrationslager Bergen-Belsen (Münster 2020) 237.

Familiebericht, geboorte. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 02-11-1926, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010657840:mpeg21:p008
Yaacov Yannay in De Groene Amsterdammer, https://www.groene.nl/artikel/het-joodse-blaadje-4
AMBASSADEUR — Begroet door. “Tubantia”. Enschede, 05-09-1968. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003305004:mpeg21:p00013
Yaacov Yannay keert terug naar Israël. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 04-09-1970, p. 12. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858549:mpeg21:p012
ISRAVIA. “De Telegraaf”. Amsterdam, 06-11-1970, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011198179:mpeg21:p002
Kaart Joodsche Raad Sophia de Jong – van Gelder via Arolsen Archives, 130313839
met dank aan I. Salomons (email 27 januari 2022)

illustratie:
Familiebericht, geboorte. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 02-11-1926, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010657840:mpeg21:p008
AMBASSADEUR — Begroet door. “Tubantia”. Enschede, 05-09-1968. Geraadpleegd op Delpher op 26-12-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003305004:mpeg21:p00013

gepubliceerd:
26 december 2021

laatst bijgewerkt:
27 januari 2022