prinsengracht

Prinsengracht 239 – godsdienstschool
In november 1907 werd op dit adres, op de hoek met de Leliegracht, een nieuwe gemeentelijke godsdienstschool geopend.  Het NIW schreef hierover:

Een nieuwe gemeentelijke Godsdienstschool.

De godsdienstschool in de Jordaanbuurt, gevestigd in de Openbare Lagere School letter G. Prinsengracht 239, hoek Leliegracht, werd zondagmorgen op feestelijke wijze geopend. Tegen half elf waren, om van de plechtigheid getuige te zijn, in het gymnastiek-lokaal der school bijeengekomen de heeren L. Wagenaar Jr., E. E. Benjamin, dr. S. J. Philips, E. J. Benjamins Jr. en S. M. Souget, leden van het kerkbestuur alsmede dr. D. Sluys, waarnemend secretaris, de eerw. heeren A. S. Onderwijzer, rabbijn der Hoofdsynagoge en S. Sohlberg, directeur der Gemeentegodsdienstscholen.
De heer W a g e n a a r, die de bijeenkomst leidde, riep den aanwezigen -het welkom toe en deelde mede, dat bericht van verhindering inkwam van de eerw. heeren dr. J. H. Dunner en J. Vredenburg, beiden wegens ambtsbezigheden, van mr. B. E. Asscher, wegens een lichte ongesteldheid, Blokker, Hoofd der school letter G, wegens kerkdienst. (ingekort).

Prinsengracht 263 – Opekta
Het pand op de Prinsengracht 263 werd samen met 265 in 1635 door Dirk van Delft gebouwd. In 1739 werd het verbouwd en kwam er een nieuwe voorgevel én werd er een groter achterhuis gebouwd aan de achterzijde van het pand. In 1754 werd het aangekocht door Isaac van Vleuten, handelaar in drogerijen. Vanaf de 19e eeuw werd het pand gebruikt als pakhuis, paardenstal, kantoorruimte en werkplaats. Op 1 december 1940 werd het pand aangekocht door “de Nederlandse Opekta-maatschappij”, de directeur was Otto Frank. Nu is het een museum, het Anne Frankhuis.

Anne Frank werd in 1929 in Frankfurt am Main geboren. Na de machtsovername door Hitler in 1933 vluchtte de familie Frank naar Nederland, waar Otto Frank het bedrijf Opekta begon. Opekta fabriceerde geleermiddel wat onder meer gebruikt kon worden voor de bereiding van jam. Opekta was in tegenstelling tot gelatine koosjer. In 2007 bleek dat Otto Frank na de inval van de Duitsers in 1940 in Nederland ook vreesde voor de veiligheid van zijn gezin want naast het inrichten van het huis achter het kantoor op Prinsengracht 263 tot mogelijke onderduikplaats vroeg hij onder andere in de Verenigde Staten en Cuba visa aan voor zijn gezin. Voor Cuba heeft hij ze gekregen, maar deze visa bereikten de familie Frank te laat.
Op 6 juli 1942 ging van familie Frank in onderduik in het achterhuis en werden vergezeld door de familie Van Daan en later door tandarts Dussel. Anne schreef toen al over haar gevoelens in haar dagboek. Zij heeft haar belevenissen en het beklemmende van de onderduik in haar dagboeken beschreven tot zij en de andere onderduikers op 4 augustus 1944 werden verraden en via Westerbork naar Auschwitz werd gedeporteerd. Zij kwamen daar aan voordat dit kamp voor de oprukkende Russen geëvacueerd werd en uiteindelijk kwamen Anne en haar zus Margot aan in Bergen Belsen, waar zij overleed. Van alle onderduikers in het Achterhuis, vader en moeder Frank, Margot, Anne, vader en moeder Van Daan en hun zoon Peter en tandarts Dussel overleefde alleen Otto Frank de oorlog.
Het kantoor en achterhuis op de Prinsengracht 263 is een wereldberoemd museum geworden waar de herinnering aan Anne én de strijd tegen fascisme en discriminatie levend worden gehouden. Meer informatie via de site van het Anne Frank Huis en via de pagina over Anne Frank.

Prinsengracht 466 – Lau Mazirel
Op 466 was het kantoor van Lau Mazirel gevestigd en werden veel verzetsactiviteiten gecoördineerd.

Prinsengracht 662 – Tafelkruijer
Op dit adres is de eerste steen aanwezig die op 8 april 1937 gelegd werd door Flora Clara Tafelkruijer (Amsterdam, 1 juni 1911 – Sobibor, 28 mei 1943).

Prinsengracht 796 – Einsatzstab Rosenberg
Kantoor van de M-aktion (Möbel-Aktion) waarbij gestolen Joodse inboedels naar Hitler-Duitsland werden geëxporteerd.

Prinsengracht 796hs – Premsela
Hier woonde de familie Premsela. Dit gezin was Joods. Vader Benedictus kwam op 1 september 1944 in Auschwitz om, moeder Rosalie op 6 oktober 1944 in Auschwitz, dochter Elly op 11 februari 1943 in Auschwitz. Robert en Benno Premsela overleefden de oorlog. Benno werd een beroemd ontwerper en zat samen met Hugo van Win in de klas op de Reguliersschool.

Prinsengracht 828hs – Riphagen
Tot mei 1942 woonde hier de crimineel en oorlogsmisdadiger Bernardus Andreas Riphagen (Amsterdam, 7 september 1909 – Gilon, 13 mei 1973). Riphagen ontsnapte uit Nederland met behulp van het Bureau Nationale Veiligheid, de voorloper van de BVD. Riphagen is verantwoordelijk voor de dood van vele Joodse Amsterdammers die hij eerst financieel kaal plukte en vervolgens op transport liet stellen. Verder was speelde hij een belangrijke rol bij het laten oprollen van de verzetsgroep “Persoonsbewijzencentrale” waarbij Gerhard Badrian werd doodgeschoten. Persoonlijke wrok leidde tot de deportatie en moord op Simon Bacharach.

pg876Prinsengracht 876 – Remiëns
Dio Remiëns en Nel van den Brink woonden hier. Vanuit dit huis vertrokken de mensen die de aanslag op het bevolkingsregister op de Plantage Kerklaan uitvoerden.

Prinsengracht nabij Amstelveld
Hier zat de belangrijkste Nederlandse fascistische uitgeverij ( De Amsterdamse Keurkamer), in 1932 opgericht. George Kettmann en Margot Kettmann-Warnsinck, de eigenaren, werden in 1945 geschorst als leden van De Nederlandse Uitgeversbond wegens onwaardig gedrag tijdens de 2e Wereldoorlog. Zij waren in 1932 al lid van de NSB en zochten voor hun niet zo goed draaiende uitgeverij een aantal klappers, die ze vonden in Nationaal Socialistische publicaties. De uitgeverij gaf de vertaling van Hitlers’ Mein Kampf uit.

bron:
www.de-eerste-steen.nl, lemma Prinsengracht 662 (geraadpleegd 28 aug 2015)
www.wikipedia.nl, lemma Dries Riphagen (geraadpleegd 2 januari 2017)
stadsarchief Amsterdam, archiefkaart Bernardus Andreas Riphagen

illustratie:
© joodsamsterdam.nl

Laatst aangepast:
2 januari 2017