Vlooienburg

Het rechthoekige stadseiland Vlooijenburg, waar nu de Stopera staat en het Waterlooplein, werd rond 1590 haastig aangelegd aan de toenmalige industriële rand van de stad ten zuidoosten van de Zuiderkerk. Het doel ervan was de grote toestroom aan immigranten te kunnen huisvesten. Immigranten die op de vlucht waren uit de vele oorlogsgebieden tijdens Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheerser (80-jarige oorlog).
Houten palen werden diep in de modder van dit stuk land langs de Amstel gedreven, en daarmee werd bebouwing mogelijk gemaakt. Het hout van huizen en heipalen was vaak uit Scandinavië afkomstig. De eerste huizen op Vlooijenburg waren van hout en de bewoners werden er bloot gesteld aan de winterse winden, maar ook de overstromingen waarbij de stegen en de sloppen vol liepen met water uit de grachten en de Amstel.
In dit gebied kwam de eerste Sefardische synagoge van de stad. Aan de Houtgracht kwam de synagoge van ‘Kahal Kados Talmud Torah’, een synagoge die op 22 mei 1642 zelfs vereerd werd met een bezoek door de Prins van Oranje. Hij werd er begroet met een speciaal gedicht geschreven door Jona Abravanel, waarna door zijn zwager, rabbijn Menasseh ben Israël (geboren als Manoel Dias Soeiro – La Rochelle 1604 – Middelburg, 20 november 1657), de welkomsttoespraak, de gratulação, werd gehouden die hij had geschreven voor de stadhouder. De toespraak vormde een waterscheiding tussen het verleden op het Iberisch schiereiland en de toekomst in Amsterdam. Menasseh sprak: ‘wij beschouwen niet langer Castilië of Portugal als ons vaderland, maar Holland. Wij dienen niet langer de Spaanse of Portugese koning, maar de hoge machtigheden van de Staten-Generaal en uwe hoogheid als onze vorsten, die ons beschermen met hun gezegende armen en ons verdedigen met hun zwaarden. Niemand hoeft zich derhalve af te vragen waarom we dagelijks bidden voor hunne excellenties van de Staten-Generaal en voor uwe hoogheid, en ook voor de edele gouverneurs van deze wereldberoemde stad‘.

Menasseh smeekte de steun af en wist zich ontsnapt aan de vervolgingen en de Inquisitie in de Spaanse en Portugese Rijken. Voor Menasseh was het persoonlijk, zijn eigen vader was door de Inquisitie op de pijnbank gelegd en hoewel de opstand tegen Spanje in de Nederlanden pas in 1648 bij de Vrede van Munster officieel werd beëindigd werd de dreiging vanuit Spanje steeds minder. De Nederlanden waren een uitzondering in Europa. Er waren geen getto’s, er was geen verplichting tot het dragen van een teken op de kleding door Joden. Amsterdam werd een nieuw Jeruzalem genoemd, dé plaats – makom in het Hebreeuws – wat later Mokum werd.

Amsterdam kende geen getto’s, maar wel Joodse wijken en Vlooijenburg werd zo’n wijk tot haar Joodse bewoners werden gedeporteerd en vermoord, zo’n 300 jaar na de toespraak van Menasseh waarin hij de veiligheid van Mokum prees. Drie eeuwen lang was het een wijk waar Joden hun lief en leed deelden, in de buurt van de synagoges en de veiligheid van de misjpoge (familie).

verder lezen:
Houtgracht
Korte Houtstraat
Synagoge Korte Houtstraat
Lange Houtstraat
Synagoge Lange Houtstraat
Het vergeten ghetto  Vlooijenburg
Waterlooplein geschiedenis
Waterlooplein.

 

bron:
Simon Schama, De Geschiedenis van de Joden deel 2: erbij horen 1492 – 1900, (Amsterdam 2017) 196 – 204
Menasseh ben Israel data via wikipedia

laatst bijgewerkt:
4 januari 2020.