tip top theater

indextiptopHet Tip Top Theater op de Jodenbreestraat 27 was in Amsterdam legendarisch (foto midden, gebouw met koepel). Zo legendarisch dat in 1996 Jenny Arean, Joost Prinsen, Lucretia van der Vloot en Remco Vrijdag over dit theater en het amusement een voorstelling maakten.
Het Tip Top Theater was zowel een theater als een bioscoop. Vanaf de opening, op 17 maart 1914, was Jozeph Kroonenberg directeur.

Ontwerp en bouwtiptoptheater2
Architecten Gulden en Geldmaker kregen de opdracht door het ontwerpen van dit theater, en daarbij lijkt de stijl sterk op het Rozentheater aan de Rozengracht, dat eveneens door deze architecten ontworpen werd, maar een jaar eerder.
Het terrein waar het kwam was een braakliggend stuk grond met de adressen Jodenbreestraat 25-27 / Uilenburgstraat 2 / Jodenhouttuinen 36-38. Deze adressen werden na de bouw gewijzigd in Jodenbreestraat 25, na 1928 werd het nummer 27.
Na de oorlog bleken alleen nog een paar muren overeind te staan. In 1947 werd een vergunning aangevraagd om de bouwval tot matrassenfabriek te mogen verbouwen maar uiteindelijk werd het pand in 1953 gesloopt waarmee de verbreding van de smalle Jodenbreestraat mogelijk werd.

Succesvol in de Braategas
Het was vanaf het begin een succesvol theater, in de arme Jodenbuurt. Altijd uitverkocht, maar toch zorgde de 1e Wereldoorlog voor een terugval in het bezoekersaantal. Het theater is 2 maal verbouwd, in 1926 en in 1934.
Toen Tuschinki geopend werd was Jozeph Kroonenberg zo van dat interieur onder de indruk dat hij het Tip Top Theater in die stijl heeft laten veranderen en het theater liep weer als vanouds.
Er traden vele beroemde artiesten in dit theater op, zoals Stella Fontaine, Lou Bandy, de familie Davids (Louis, Heintje, Hakkie en Henrietta), Willy Derby en Sylvain Poons.
Verder staat het theater bekend om het eten van “kesause mangelen” (curaçaose amandelen = pinda’s) door vrijwel het hele publiek. Die werden vlakbij het theater in een steeg gekocht.

2013tiptoptheater
Tip Top theater in 2013
tiptoprazzia
razzia 1941

Razzia
Op 22 februari 1941 werd er een razzia in dit theater en in deze buurt gehouden, de eerste razzia in Amsterdam.
De bezetter had bepaald dat dit theater alleen voor Joden was. De gearresteerde Joden werden voor het theater verzameld (foto rechts) en naar Mauthausen gestuurd.

Het Tip Top theater werd op 4 juni 1942 door de bezetter gesloten. De filmoperateur, Piet Westendorp, hield echter een achterdeurtje open waardoor opgejaagde buurtgenoten er nog een aantal maanden een schuilplaats hadden.

Teloorgang
Na de oorlog restte er alleen nog een ruïne van dit theater, gedurende de hongerwinter waren de leegstaande panden op de Jodenbreestraat leeggeplunderd voor hout. Zelfs de gevelwand lag na de oorlog in puin. De ruïne van het Tip Top theater werd in 1953 afgebroken.

21e eeuw
In de tegenwoordige Theaterschool in de Jodenbreestraat 3 is een van de zalen naar dit legendarische theater vernoemd (foto boven, foto onder). Deze zaal is een mooi eerbetoon aan het voormalige Tip Top. Het zit niet op dezelfde locatie, die was meer in de richting van de Uilenburgerstraat. De Theaterschool voerde als eerbetoon aan het Tip Toptheater in maart 2014 een programma op waarbij het Tip Top weer vorm werd gegeven. Het programmaboekje van de voorstelling staat hier. Externe link naar joodsmonument: hier. Een recensie staat hier.

bron:
diversen,
Nederlands Architectuurinstituut, Tip Toptheater Jodenbreestraat
met dank aan M Gerner en aan A. Terwey.

Illustraties:
diverse bronnen
2013 © joodsamsterdam.nl

Laatst bijgewerkt:
13 juni 2015

 

tip top theater – van vijf pandjes tot een legende

Hoe werd het Tip Top Theater gebouwd?
Voor de bouw van het Tip Top Theater werden vijf aangrenzende pandjes, waaronder tapperij-slijterij “De Twee Zwaantjes“, op de hoek Jodenbreestraat – Uilenburgersteeg, met de grond gelijk gemaakt.
De initiatiefnemers voor dit theater waren de broers Sander en Joseph Kroonenberg, en ze werden hierin ondersteund door de NV Theatermaatschappij “Het Oosten”, met als vennoten Simon (Salomon) de Vos, Jacob van Embden en A Ossendrijver.

Het pand werd ontworpen door de architecten Gulden en Geldmaker, die een jaar eerder het Rozentheater op de Rozengracht hadden gebouwd.
Ze bouwden een bioscooptheater met een oplopende zaal, een balkon, een daarboven gelegen filmcabine en een foyer op de tussenverdieping.
Uiteraard waren er kassaruimtes, toiletten, garderobe en een buffet. En er was een toneeltje van 4 m x 8 m met een orkestbak en een kleedkamer.

Het Tip Top Theater had iets meer zitplaatsen dan de ernaast gevestigde Rembrandt Bioscope, het aantal is niet geheel duidelijk.
In het Nieuw Israëlitisch Weekblad spreekt men van 374 zitplaatsen, er is ook sprake van 426 en in 1940 spreekt Cinema Context van 480. Ter vergelijking: de huidige Kleine Komedie heeft 900 zitplaatsen.

Verbouwing
Het theater werd in 1926 verbouwd. In de Tribune, van 27 oktober 1926 stond het volgende artikel:

“Dit bekende Bioscoop- en Variété-Theater heeft een geheele verjongingskuur doorgemaakt.
Dit gebeurde bij gelegenheid van zijn 12½‐jarig bestaan.
De wanden zijn nieuw-beschilderd en wel zoo dat de vlakken nu een lust zijn voor de oogen, zoodra de smaakvol gedecoreerde lampen de zaal in een helder en warm licht zetten. Moderne en gemakkelijke stoelen, zooals die nog in geen enkel theater te Amsterdam te vinden zijn (als we het woord van den geestdriftigen directeur, den heer Kronenburg, mogen gelooven) werken er voor een niet gering deel toe bij om een avond in dit theater werkelijk tot een uitspanning te maken. Voor een bioscoop-theater is de zaal natuurlijk een zeer belangrijke zaak, waarmee het publiek in de eerste plaats te maken heeft, doch als de „cabine” niet tip-top is, blijft het publiek weg en helpt ook de fraaist beschilderde zaal met de mooiste loopers en de gemakkelijkste stoelen niet veel. De directie heeft dit begrepen en heeft in de „cabine” twee van de meest moderne projectie-toestellen geplaatst.

Het theater bleef in gebruik tot 1942, in de laatste jaren werden er echter geen films meer gedraaid.

bron:
Terwey, A, Broadway in de Amsterdamse Jodenbuurt, proefschrift (Amsterdam, 2013).
aantal zitplaatsen Kleine Komedie: www.theaterz.nl. (geraadpleegd april 2013)
Tribune, 27 okober 1926

laatst bijgewerkt:
13 juni 2015

tip top theater – de locatie

jodenbree1909-1930
Rood > situatie 1909, blauw > situatie 1930. A = Rembrandt Bioscope, B = Tip Top Theater

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tip Top Theater – de programmering

De vrijetijdsindustrie begon in Amsterdam voet aan vaste wal te krijgen rond 1900. Het eerste bioscooptheater werd geopend in 1906 – het Bijou Biograph Theatre op Damstraat 20 en op Reguliersbreestraat 34 opende kort daarna het Bioscope-Theater (7 september 1907).
Op de Jodenbreestraat werden twee bioscopen/theaters gebouwd, op 23 de Rembrandt bioscope (1911) en op 25-27 het Tip Top Theater in 1914.
De Rembrandt Bioscope sloot de deuren al in 1927, maar het ernaast geleden Tip Top Theater floreerde tot in de 2e Wereldoorlog.

De buurt
Meyer Sluyser noemt de Jodenbreestraat de Broadway van de Jodenhoek. Nu was dat wel in een iets armere uitvoering dan in Hollywood.
Het welslagen van het theater kwam mede door sociologische veranderingen in de buurt. Tussen 1900 en 1930 kwam het socialisme op, juist het Joodse proletariaat in deze buurt was hier zeer bij betrokken. Dat blijkt onder andere uit de oprichting van de Algemene Nederlandse Diamantwerkersbond, de eerste vakbond, sterk geworteld in het Joodse proletarische Amsterdam. En deze buurt had een sterke Joodse achtergrond, in 1900 was 95 % van de bewoners Joods, in 1927 was dit door buurtsaneringen teruggelopen naar 60 %, maar nog steeds een belangrijke meerderheid van de bewoners, met daardoor een Joods karakter van deze wijk.

Beschaving
Naast de opkomst van het socialisme kenmerkt deze tijd zich ook door een beschavingsoffensief. Bij beschaving hoort belangstelling voor kunst, voor toneel, voor film. Zelfs wanneer men niet kon lezen was film een uitkomst en werd een blik op de wereld voor de arbeider geopend.
De verheffing van de arbeider in de Joodse context is daarin niet van heel groot belang, zij het misschien dat het “lernen”, het blijven leren en het kritisch zijn meer binnen het bereik kwam van families die tot dat moment tot het proletariaat behoorden en wel wat anders te doen hadden, namelijk het hoofd boven water houden.
Dat deze ontwikkeling juist in de Joodse wijk snel verliep heeft wellicht meer te maken met de diamant-industrie. Immers, de wereldeconomie ging tot de crash van 1929 snel vooruit. Daardoor kwamen de diamanten meer in het bereik van grote groepen in de samenleving, wat leidde tot een grotere diamantindustrie wat ertoe leidde dat uiteindelijk de (Joodse) diamantwerker middels de vakbonden meer ging verdienen en meer vrije tijd kreeg. Meer vrije tijd, meer geld. Het recept om de vrijetijdsindustrie een boost te geven.

Rode Draad
Maar die twee theaters in de Jodenbreestraat, had de programmering een Joodse rode draad?
Zowel van de Rembrandt Bioscope als van het Tip Top theater zijn uit de periode maart 1914 – maart 1927 nog gegevens over de weekprogrammering beschikbaar.
Het grootste deel van de producties die hun weg vinden naar zowel de Rembrandt Bioscope als het Tip Top Theater horen in de categorie drama. Maar ook komedie, melodrama en romatische films vinden hun weg. In 1925 is het genre Western belangrijk in het Tip Top.
Er is ook een duidelijk verschil in de programmering bij de theaters.
Het Rembrandt was gelieerd aan het Franse Pathé, Tip Top aan het Duits/Deense Nordisk. In het Rembrandt waren veel films te zien van Franse origine, in Tip Top niet veel Duitse of Deense films, maar wel – in 1915 – 40% Italiaanse films en 15% Amerikaanse films, en in 1926 15% Duitse en 70% Amerikaanse films.
De films die in beide theaters gedraaid waren, waren over het algemeen wel recente films.

Joodse thematiek
Films met een echt Joodse thematiek werden in beide theaters gedraaid. Eén film vond zijn weg naar beide theaters, Das Alte Gesetz, een Duitse film uit 1923.
Welcome Stranger/welkom vreemdeling was een Amerikaanse film uit 1924 en deze draaide in 1927 in Tip Top.
In totaal worden er in de gehele periode van het bestaan in de Tip Top 14 films gedraaid die als Joods kunnen worden aangemerkt. Dat is ook te zien in de titels van de films, zoals Der Shylock von Krakau, de gezegende vader, Jiskor / Kadish, Jetje uit het Ghetto, Dybuk en Jiddel mit d’fiddel.
Twee bijzondere films werden gedraaid met de Amerikaanse actrice Jetta Goudal. Jetta was geboren als Jetje Goudeket, dochter van een diamantslijper en werd gezien als “een van ons”.

Joodse identiteit
14 Joodse films in het totale aanbod is niet veel. Er komt nog wel wat meer kijken bij een Joodse identiteit. Daarom is het interessant om te kijken hoe het Tip Top Theater omging met de feestdagen, de tradities en de liefdadigheid, belangrijke onderdelen van de Joodse identiteit.
Dat is inderdaad terug te vinden. In 1925 was er veel aandacht voor het Loofhuttenfeest, in 1927 werd de Zonnestraal-collecte verplaatst naar vrijdag in plaats van tijdens de sjabbath.
Kroonenberg, de directeur, schonk in 1921 belangeloos een uitvoering aan de zieken van het Nederlands-Israëlitisch Ziekenhuis. In 1924 riep hij persoonlijk op om een familie te ondersteunen en in 1926 waren er optredens om de slachtoffers van de watersnoodramp van dat jaar te helpen.

Joodse artiesten
Naast bioscoop was het Tip Top ook een theater, met theaterproducties. Er traden veel Joodse artiesten op, hierbij Max Tak, Meyer Hamel, Isidor Zwaaf, Michiel Swaab, Beppie Mouton (Beppie Schaap), Stella Fontaine, Louis, Heintje, Henriëtte en Hakkie Davids, Sylvain Poons en anderen.

Hoewel de Joodse identiteit in het begin van de vorige eeuw minder belangrijk werd, droeg het Tip Top Theater op haar eigen manier wel bij aan het behoud van deze identiteit. Dit door films, door de artiesten die er optraden, door het Jiddisj waarmee de uitvoeringen werden verrijkt en door fundamentele waarden zoals de liefdadigheid. Het Tip Top Theater werd op 4 juni 1942 door de bezetter gesloten. Het werd nog als schuilplaats gebruikt door opgejaagde Joodse buurtgenoten, maar na de oorlog was er alleen nog een ruïne over. Deze ruïne werd in 1953 afgebroken.

bron:
www. wikipedia.nl,
communityjoodsmonument.nl,
Terwey, A., Broadway in de Amsterdamse Jodenbuurt, proefschrift (Amsterdam, 2013).
met dank aan A Terwey en M Gerner

Laatst bijgewerkt:
13 juni 2015

Tip Top Theater herinnering

De herinnering aan het Tip Top Theater van Annie Heshof uit 1912 stond in Ons Amsterdam uit 1996.

“Ah ja, het Tip Top Theater daar gingen we meest vrijdagsavond heen met een een groep meiden en jongens uit de buurt. Ik ben hier geboren in de Ridderstraat 84 jaar geleden tenminste over een maand word ik 84. Daar ging je heen het kostte een kwartje en tussen de films door en vooraf waren er optredens. Een kwartje voor de hele avond. Het was heel gezellig hoor.

Dat hoge gebouw ernaast was ook een bioscoop, de Rembrandtbioscoop maar daar kwamen we nooit. Nee de hele buurt ging naar Tip Top. Elke dag waren er voorstellingen, ’s middags ook. Af en toe zag je vrouwen die hadden een zakje aardappelen bij zich, die dachten, die gaan we gauw schillen want dan was er een hele leuke film en die duurde af en toe tot vijf uur en dan gingen ze met hun zakje weer naar huis.

Daar tegenover woonde Sara Beugeltas die vermoord is, ze was toen 8 jaar, die woonde pal tegenover de Tip Top. Een vrouw had tegen de agenten gezegd dat ze haar in de bananenloods op het Waterlooplein had gezien maar geen een geloofde haar. Die agenten zeiden we hebben alles nagekeken. toen kwam er zo’n helderziende en zei toch ligt ze hier. En ja hoor, ze lag helemaal boven, in een bananenkist. Dat was toen een toestand hier in de buurt, dat zal ik nooit vergeten. De hele buurt stond op stelten. Het meisje was door haar neef vermoord, verkracht en vermoord, ze woonde pal tegenover de Tip Top.

Daarnaast zat Jamin daar nam je even voor een paar stuivers snoepjes mee en dan ging je lekker zitten. Die aardige meisjes die ons naar ons plaats brachten , dat waren echt schatjes en zo leuk gekleed, die gaven we allemaal een snoepje want ja, een fooitje gaf je niet zoals nu want wij hadden niks maar we waren gelukkig. We hebben alle films gezien. En dan had je de optredens van al die oude artiesten heel leuk, die leven nou niet meer hoor. Je had veel Joodse mensen die er optraden maar ook christenen. Van alles was er, zingen, dansen, goochelen, van alles enig, geweldig was dat, dat vonden wij tenminste. Het Cocktail Trio was er vaak en dan Max Tak dat was ook een heel bekende hoor. Die was ook in Tuschinsky, maar ja daar ging je haast niet heen want dat was weer te duur, dat kostte twee kwartjes.

En op een woensdagmiddag als het rotweer was zei mijn moeder hier heb je 15 cent ga maar naar de Tip Top. Voor 15 cent kon je er ook in maar dan zat je alleen wat meer achteraan maar het was altijd gezellig. Later toen ik getrouwd was, ik was 24, ging ik niet zo vaak meer. In de oorlog hebben de Duitsers de Tip Top gebruikt als doorgangshuis voor de Joden net als de Hollandse Schouwburg.

Later in de hongerwinter zei ik tegen Joop dat was m’n buurvrouw, kom Joop hopze we gaan daarheen hout halen. En met nog meer vrouwen sloopten we, ja stiekum, die houten banken waar we vroeger zo gezellig op hadden gezeten. Ik zei wel eens tegen m’n man als ik ging vertellen goh ik heb jaren daar eigenlijk in gezeten en dan ga je het nog slopen ook. M’n man zei dat is een rotstreek van je. Maar ja wat moest je, je had geen kolen of niks, iedereen deed het.

De Tip Top was een verschrikkelijk gezellig theater tenminste dat vonden we maar heeft het veld moeten ruimen voor de metro en het Maupoleum.”

bron:
ons amsterdam 1996, herinnering Annie Heshof
Het Cocktail-Trio was een groep die bekend was in de 50er, 60er en 70er jaren. Waarschijnlijk werd een ander trio bedoeld in dit verhaal. Om het verhaal authentiek te houden is dit niet gewijzigd.

Laatste aanpassing:

15 jan 2015