Sarphatistraat

De Sarphatistraat ligt op de plaats van de tussen 1820 en 1840 verwijderde stadswallen. Tussen Frederiksplein en Leidseplein heeft deze straat de naam Weteringschans gekregen en tussen het Leidseplein en het Haarlemmerplein heet deze straat de Marnixstraat.
De Sarphatistraat is in 1870 vernoemd naar de arts Samuel Sarphati (1813-1866), die een sleutelrol heeft gespeeld in de uitbreiding en verfraaiing van Amsterdam. Hij droeg bij aan de totstandkoming van het Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein en het Amstelhotel aan het Professor Tulpplein. De Sarphatistraat heette voor 1870 de Schans. Op 14 augustus 1942 werd, op aandrang van de Duitse bezetters , bij besluit van burgemeester Edward Voûte een aantal Amsterdamse straatnamen veranderd. Het ging om straten die naar het Nederlandse koningshuis of naar Joden genoemd waren, de bezetter wilde deze namen niet in de stad hebben. Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 heette de straat daarom de Muiderschans.

Deutsche Zeitung in den Niederlanden, van 30.12.1941

Sarphatistraat 24 – Ortsgruppenheim
Nog voordat de naam van de straat veranderd was, werd hier het Ortsgruppenheim Amsterdam-Ost gevestigd. Deze Duitse instelling verleende technische hulp en ook, zoals te zien is, hulp bij winterkleding. Er waren er ca. 50 van dit soort instellingen in Nederland.

Sarphatistraat 24-26 – Huize Henriëtte
Na de oorlog, vanaf 19 april 1950, werd hier Huize Henriëtte geopend, een kinderdagverblijf dat vernoemd werd naar Henriëtte Pimentel, de directrice van de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg. Huize Henriëtte was hier zeker tot 1990 gevestigd. Tussen de Tweede Wereldoorlog en de vestiging van Huize Henriëtte was op dit adres bonthandel Bitterman gevestigd.

Muiderschans 28 – districtskantoor Landwacht
Een districtskantoor (Districtskantoor Oost) van de Landwacht, een Nederlandse paramilitaire organisatie die op 12 november 1943 door de Duitsers werd opgericht, was hier gevestigd.

souget
“Advertentie”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 19-10-1945. Geraadpleegd op Delpher op 25-08-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858273:mpeg21:a0019

Sarphatistraat 41 – S M Souget
In het kantoorgebouw op nummer 41 was gevestigd de firma S. M. Souget. De firma was gesticht door Salomon Matthijs Souget en zat oorspronkelijk op de Geldersekade. In de twintiger jaren werd het overgenomen door zijn neef Meijer Souget. Het was een assurantiebedrijf dat daar tot ver na de oorlog op de begane grond een bloeiende zaak had. Op de overige verdiepingen zaten diverse firmanten, zoals de diamantzaak Laboirie. In het souterrain en op de zolder woonden de conciërge Wiechman met zijn vrouw. Er was een kleine tuin achter het gebouw.

Sarphatistraat 41 43
Sarphatistraat 41 – 43, 2016

Gedurende de oorlog nam een ‘Verwalter’ de zaak over, na de oorlog bouwden Meijer Souget met diens compagnon, de heer Hans Andreson, de zaak weer op totdat er na een fusie met een grotere firma een nieuw assurantiebedrijf ontstond. De kleinzoon van S.M Souget, Max Léons, werkte na de oorlog in deze zaak totdat hij zelf de firma Léons stichtte. Het was oorspronkelijk een waardevol pand, maar na de dood van Meijer Souget in 1985 bracht het weinig op voor de erfgenamen omdat rond deze tijd de buurt ernstig verloederd was.

Sarphatistraat 43 – George Bloch
Op nummer 43 woonde de familie George Bloch, die een bakkerij in de Weesperstraat had. In 1942 trok de familie Souget, die uit Bussum kwamen, in bij de familie Bloch. Zij moesten op de zolder en in het souterrain hun onderdak vinden. De verbinding voor de dochters van Meijer Souget waarvan de oudste op een zolderkamer op no. 41 woonde, verliep ‘s avonds via de dakgoot, vier verdiepingen hoog! De familie Bloch heeft niet de oorlog overleefd, maar de familie Souget kwam er wel doorheen, zij het met het verlies van hun zoon Jaap. Lees verder Jaap Souget en Joachim “George” Bloch.

lironuSarphatistraat 47 – 55 – Lippman-Rosenthal
Dit pand was voor de oorlog de ‘Amsterdamse Bank’. In de oorlog maakte de bezetter er een namaak-filiaal van van de bank Lippman-Rosenthal. Deze firma had een heel goede naam onder de Joodse bevolking.
Alle Joodse gelden en effecten moesten hier worden ondergebracht vanaf augustus 1941 en alles van waarde van gedeporteerde Joden werd hier ook gedeponeerd, of via een dependance in Kamp Westerbork. De Joodse scholen die door de Duitsers werden ingesteld werden vanuit deze bank betaald, alsmede de Joodse Raad, Doorgangskamp Westerbork, Kamp Vught en de premie die men kreeg voor het verraden van ondergedoken Joden. Deze bank beheerde aan het eind van de oorlog ca. fl 400.000.000,– Joods vermogen. Gedurende de oorlog was Robert Heinrich Karl von Blaschke (17 juli 1898 – 14 juni 1978) de Verwalter (beheerder) van het bedrijf. Hij was een bij wet van 27 december 1937 tot Nederlander genaturaliseerde Duitser.

lirogedenkJoodse Raad
De geschiedenis oordeelt niet makkelijk over de Joodse Raad. Na de oorlog werd, met name door historicus dr. Loe de Jong, gesproken over collaboreren (samenwerken met de vijand) en “laakbaar” gedrag. Laakbaar betekent dat dit is af te keuren. Het is achteraf moeilijk om over deze mensen te oordelen. Ze zaten gevangen in een doortrapt systeem, waarbij de bezetter de suggestie wekte dat de medewerkers van de Joodse Raad iets konden betekenen, dat ze mensen konden redden en dat ze door smeken en pleiten maatregelen konden veranderen. Kortom, dat ze invloed konden uitoefenen. Tegelijk werd stap na stap de maatregelen tegen de Joden opgevoerd waardoor ze iedere keer weer binnen de veranderende situaties konden proberen nog wat te betekenen.
JoodscheraadIn vrijwel alle bezette landen en steden in Europa hadden de Duitsers een Joodse Raad ingesteld en de werkwijze was vergelijkbaar. De Amsterdamse Joodse Raad heeft weinig verzet gepleegd, alhoewel ze op een bepaald moment wel 17.000 (!) medewerkers hadden die van deportatie waren uitgesloten. Ook dat was een vorm van verzet. Maar wanneer ze actiever verzet hadden gepleegd was de keus die ze maakten ook een keus tegen hun eigen leven geweest. Ze zagen zichzelf als een buffer tussen de Joden en de Duitse bezetters, wanneer die buffer zou wegvallen kon er niemand meer voor de Joodse belangen opkomen. De verdeel- en heerspolitiek van de bezetter was uitermate goed georganiseerd.

Sarphatistraat 47-55 Noord-Europeesche Erts en Pyriet Maatschappij (NEEP)
Voor de oorlog was in dit pand ook de NEEP gevestigd. Dit bedrijf was van de Joodse zakenlui Max Bloch, Lippmann Bloch en Albert Bloch die afkomstig waren uit Breslau (toen Duitsland, nu Wroclaw in Polen). Het hoofdkantoor van het bedrijf was in Breslau gevestigd en vanaf 1929 was er een bijkantoor in Amsterdam. Toen Hitler in 1933 de macht overnam verplaatsten de broers Bloch het hoofdkantoor naar Amsterdam, waar men twee etages huurde van het pand op de Sarphatistraat.
De meeste personeelsleden kwamen mee uit Breslau. Al snel na de machtsovername door Hitler kwamen er smeekbedes binnen bij de Blochs waarbij men om geld vroeg om Duitsland te kunnen verlaten. De Blochs gingen helpen, met geld, maar ook met visa, paspoorten, landing permits en met hun contacten over de hele wereld.
Een en ander was mogelijk doordat de ertshandel veel geld opbracht. In 1937 was de omzet al fl 12.500.000,- . De smeekbedes kwamen eerst vooral uit de omgeving van Breslau, maar later ook vanuit Wenen en vanuit Amsterdam, waar de Blochs samenwerkten het het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen van A. Asscher en prof D. Cohen, een organisatie die gezien wordt als voorloper van de Joodse Raad, maar dat niet was. Ook waren de Blochs bereidt aan een vluchtelingenkamp in Drenthe, het latere Kamp Westerbork, mee te betalen.

Max Bloch, de oudste broer, had een slechte gezondheid. Een paar dagen nadat Hitler Polen binnenviel, overleed Max op de Sarphatistraat voor het kantoor van de NEEP aan een beroerte. Waarschijnlijk had hij zich veel opgewonden over de inval in Polen.
Eerder, in 1938. probeerden de broers Bloch zich te laten naturaliseren tot Nederlander, maar dit mislukte. Ze hadden een Liechtensteins paspoort en nadat de bezetting in Nederland begon konden ze in juni 1940 daardoor Nederland verlaten. Ze benoemden bij de NEEP een niet-Joodse directeur waardoor ze een door de bezetter aangestelde Verwalter kunnen voorkomen.

De hulp aan Joden ging door, tot ver in 1942. Na de oorlog kwam Albert vanuit New York terug en verhuisde het bedrijf naar De Lairessestraat. Het bedrijf bestaat nog, en is nu op het Gelderlandplein gevestigd. De broers Bloch hebben honderden mensen geholpen en het leven gered.

Sarphatistraat 79hs – familie Morpurgo
Op dit adres liggen Stolpersteinen voor de familie Morpurgo.

Sarphatistraat 88 – 90 – Batavier
Op 3 september 1874 werd de eerste steen gelegd door Simeon Batavier. Hij werd op 22 september 1861 in Amsterdam geboren.
De panden 88-90 waren in eigendom van de heer J. J. Batavier. Dat was Isaac Jacob Batavier, diamantslijper, geboren op 4 maart 1827 te Amsterdam. Hij was gehuwd met Klara Snijders (1822) en Simeon was de jongste zoon. Hij had de volgende broers en zussen: Esther (4 december 1851), Marcus (25 augustus 1853), Lina (14 mei 1855), Elsina (22 augustus 1857) en Jacob (14 juli 1859). Het gezin woonde eerder op de Jodenbreestraat 32.

Simeon werd commissionair in diamant en woonde op de Tulpstraat 12 en verhuisde op 30 april 1912 naar de Den Texstraat 12, waar hij inwoonde bij Aron Smit. Op 6 mei 1913 ging hij naar de Utrechtschestraat 57, wat indertijd een pension was. Daar overleed hij op 7 november 1913. Voor zover na te gaan was Simeon niet gehuwd.

Sarphatistraat 88h – Andries Bloch
Andries Bloch was een arts met een praktijk aan de Sarphatistraat 88hs. In 2010 werd bij de verbouwing van dit huis zijn archief ontdekt, in een holle ruimte achter de schouw. Dit archief is tentoongesteld geweest in het Joods Historisch Museum. Andries (Dré) werd geboren in Amsterdam op 28 juli 1895. Hij trouwde met Gezina Elte (Sientje) en in het archief zijn veel brieven aanwezig die dateren uit de verlovingstijd van Dre en Sientje. Ze trouwden op 23 maart 1923 in Scheveningen. Dré en Sientje kregen twee kinderen, op 12 december 1926 Klaartje Elisabeth en op 4 mei 1932 Meijer Hans. Klaartje werd vermoord in Auschwitz op 16 juli 1942. Sientje in Bergen-Belsen op 4 april 1945 en Dré en Meijer zaten in “Het Verloren Transport” en kwamen bij Tröbitz om op 24 april 1945. Meer over de familie Bloch via deze link.

Sarphatistraat 93 – eerste steen
Op 28 mei 1873 legde S. van J. S. C. jr de eerste steen van dit gebouw. Dit pand werd in 1923 hernummerd en had daarvoor het nummer 69. In 1875 woonde hier Samson Jacob Cohen (Amsterdam, 8 september 1818), diamantair, die als curator wordt genoemd in een faillissement. Hij woonde er met zijn vrouw Hester Gomper(t)s (Leiden, 6 september 1812 – Amsterdam, 8 oktober 1877) tot 1879, toen werd het pand verkocht tijdens een veiling in De Brakke Grond. De steenlegger was twee jaar oud en moet dus rond 1871 geboren zijn.

Hester en Samson hebben op verschillende plaatsen in de stad gewoond, onder meer op de Weesperstraat 47. In de gegevens uit die tijd is meer te lezen over hun kinderen. De oudste zoon heette Jacob Samson en werd op 17 juni 1843 in Rotterdam geboren. Daarna kreeg het gezin op 5 oktober 1844 een zoon Simon, die op 25 november 1844 overleed. Op 6 november 1845 werd er in Rotterdam wederom een Jacob Samson geboren, hij liet op 4 september 1874 zijn voornaam wijzigen in Jacob Moritz. Deze -toen nog- Jacob Samson had in 1873 een oudste zoon Samson, geboren in Amsterdam op 25 mei 1871 en dus twee jaar oud bij het leggen van de eerste steen, de Samson van de plaquette.
In het gezin van Samson Jacob werd verder op 1 juli 1852 een zoon Mozes Samson geboren, gevolgd door een dochter Annetta in mei 1854.

Op Sarphatistraat 93hs woonden in de oorlog Rosalie Weijl-Nieuwkerk (Amsterdam, 24 maart 1858 – Auschwitz, 11 februari 1944) en haar zoon Isidore Weijl (Amsterdam, 12 september 1897 – Sobibor, 21 mei 1943).

sarphati103Sarphatistraat 103hs – Rusthuis Glück
Op 103hs was aan het begin van de oorlog “Rusthuis Glück” gevestigd. Er waren meer rusthuizen in de stad en vanwege de verplichte verhuizing van Joodse Nederlanders naar Amsterdam zaten ze vaak overvol.
Malvine Glück uit Pressburg (Bratislava) was de pensionhoudster en naamgeefster. Zij is in Pressburg geboren op 6 november 1886, maar woonde al geruime tijd in Nederland. In 1932 schreef ze samen met E. Bramson-Brest het ‘Geïllustreerd Ritueel Kookboek met Dieetrecepten‘. Ze was chefkok van het Centraal Israëlitisch Ziekenhuis. Malvine werd in Auschwitz vermoord op 21 september 1942.
Het rusthuis werd leeggehaald en de bewoners zijn omgekomen (naast Malvine: David van der Sluis, Meppel, 21 september 1873 – Sobibor, 14 mei 1943; Rachel van der Sluis-de Jong, Amsterdam 1 januari 1893 – Sobibor 14 mei 1943; Rozette Paërl, Amsterdam, 10 juni 1894 – Auschwitz, 26 februari 1943; Rosa Elisabeth Groenewoud, Tilburg 14 oktober 1903 – Auschwitz, 24 juli 1942; Simcha Berisch Schnitzer, Chrzanow, 10 april 1906 – Auschwitz, 12 augustus 1942; Gizela Grajer Spiegel, Linze, 10 december 1907 – Auschwitz, 1 oktober 1942), Lion Schulman (Hilversum, 27 maart 1851 – Auschwitz, 19 februari 1943).
De foto is van het huidige pand Sarphatistraat 103. Sarphatistraat 103 is na de oorlog opnieuw opgebouwd, meteen in appartementen. In de oorlog was het helemaal leeggehaald, alle hout werd gebruikt en het pand was een bouwval geworden.

jacobcitroen
“Advertentie”. “Het nieuws van den dag : kleine courant”. Amsterdam, 26-10-1887. Geraadpleegd op Delpher op 25-08-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010087607:mpeg21:a0042

Sarphatistraat 103 – Citroen
Maar deze plek heeft meer Joodse geschiedenis. In 1887 was er de Nederlandsche Gouden Kettingenfabiek van Jacob B Citroen gevestigd. Dit bedrijf was opgericht in 1880, en in 1882 liet hij op dit adres zijn fabriek bouwen, ontworpen door architect IJ Bijvoets Gzn.
Het bedrijf was de enige in zijn soort en kreeg zelfs hoog bezoek, zoals deze tekst uit 1878 bewijst: De groothertog van Mecklenburg-Schwerin en zijn gemalin brachten Donderdag jl. een bezoek aan de Nederlandsche gouden kettingfabriek des heeren Jacob B. Citroen, in de Sarphatistraat. Met groote belangstelling namen de hooge bezoekers de werkzaamheden in deze inrichting, in Nederland eenig in haar soort, in oogenschouw en bij herhaling betuigden zij den heer Citroen hun bijzondere tevredenheid.
Jacob Citroen overleed in 1910.

Sarphatistraat 104 – Emma Kinderziekenhuis
Op dit adres was het Emma Kinderziekenhuis gevestigd. Het adres is regelmatig terug te vinden in overlijdensregisters, onder meer van Joodse kinderen die op Zeeburg begraven werden.

Sarphatistraat 122- Henriëtte Elte
Tientallen jaren verzorgde Henriëtte Elte vanaf dit adres voor de oorlog pianolessen.

Sarphatistraat 133 – M. Abrahamson jr.
Op dit adres woonde in 1941 M Abrahamson jr, bestuurslid van de Vereniging REOR.

Sarphatistraat 157-2 – pension?

De Sarphatistraat 157-2 kende zeer veel Joodse bewoners. Onderstaande zijn maar drie van hen.
Op dit adres woonden Eva Asser-Vet (Alkmaar, 28 juni 1870 – Sobibor, 28 mei 1943) en haar dochter Mathilda Asser (Amsterdam, 25 juli 1901 – Sobibor, 28 mei 1943) en zoon Israël Asser (Amsterdam, 23 juli 1906 – Sobibor, 7 mei 1943). Zij werden vermoord in Sobibor

bron:
archieven.nl,
blikopdewereld.nl,
volkskrant,
www.joodsamsterdam.nl, lemma Henriëtte Pimentel (geraadpleegd 19 juni 2015) .
www.wikipedia.nl, lemma Sarphatistraat (geraadpleegd 16 juni 2015) .
joodsmonument.nl, lemma rusthuis Glück (geraadpleegd 16 juni 2015) , lemma Andries Bloch (geraadpleegd 19 juni 2015) .
www.verzetsmuseum.org, lemma Amsterdam, straatnamen 1940-1945 (geraadpleegd 16 juni 2015).
Wallet, Bart, Zeeburg, Geschiedenis van een Joodse begraafplaats 1714 – 2014 (Amsterdam 2014) 164.
Slot, Eric, De man van de Tabakshandel in Ons Amsterdam, juli/augustus 2015 p 10.
www.de-eerste-steen.nl, lemma Sarphatistraat 88-90 (geraadpleegd 28 aug 2015)
met dank aan Channa Obstfeld (nummer 103)
met dank aan René Bennekers (nummer 41 en 43)
www.archivesportaleurope.net, lemma Nederlandsche Gouden Kettingenfabriek (geraadpleegd 25 aug 2016)
www.wiewaswie.nl, lemma Jacob B Citroen (geraadpleegd 25 aug 2016)
www.beeldbank.amsterdam.nl, lemma Ontwerp voor een woonhuis en fabriek voor Gouden Werken voor den heer Jacob B Citroen te Amsterdam (geraadpleegd 25 aug 2016)
“BINNENLAND AMSTERDAM (Jacob B Citroen), 5 December.”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 06-12-1878. Geraadpleegd op Delpher op 25-08-2016, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871988:mpeg21:a0002
Deutsche Zeitung in den Niederlanden, van 30.12.1941
De SS en Nederland, documenten uit SS-archieven 1935 – 1945, rapport Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie, bronnenpublicaties, documenten nr 2, Den Haag 1976.
“Advertentie Henriette Elte”. “Nieuw Israelietisch weekblad“. Amsterdam, 16-12-1932. Geraadpleegd op Delpher op 13-02-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874808:mpeg21:a0016
“„Huize Henriëtte” heropend”. “De Telegraaf“. Amsterdam, 20-04-1950. Geraadpleegd op Delpher op 13-02-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110584867:mpeg21:a0171
“Advertentie”. “De waarheid“. Amsterdam, 20-10-1947. Geraadpleegd op Delpher op 14-02-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010852120:mpeg21:a0053
“Advertentie Simeon Batavier”. “Algemeen Handelsblad“. Amsterdam, 16-06-1914. Geraadpleegd op Delpher op 25-05-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010651555:mpeg21:a0078
familie Batavier, Sarphatistraat 88-90 Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister 1853 – 1863.

Stadsarchief Amsterdam, overgenomen delen 1892 – 1920, Simeon Batavier.
“STADSNIEUWS Waarschuw de Landwacht”. “Het volk : dagblad voor de arbeiderspartij“. Amsterdam, 05-06-1944. Geraadpleegd op Delpher op 08-07-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011119041:mpeg21:a0049
hernummering Stadsarchief Amsterdam, woningkaart Sarphatistraat 93-1
“Advertentie Samuel Jacob Cohen”. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 07-08-1875. Geraadpleegd op Delpher op 01-08-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010099013:mpeg21:a0046
“Veiling van Vaste Goederen.”. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 04-01-1879. Geraadpleegd op Delpher op 01-08-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010265207:mpeg21:a0044
Stadsarchief Rotterdam, overlijden Simon Cohen (1844),
Stadsarchief Rotterdam, geboorte Jacob Samson Cohen

Illustraties:
m.u.v. Joodse Raad en Sarphatistraat 41 – 43 © joodsamsterdam.nl
Deutsche Zeitung in den Niederlanden, van 30.12.1941
Sarphatistraat 24, 41- 43 met dank aan Rene Bennekers
Sarphatistraat 88-90, Batavier © joodsamsterdam.nl, 25 mei 2017
Sarphatistraat 93  © joodsamsterdam.nl, 8 augustus 2018
Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister 1853 – 1863, Samson Jacob Cohen
Stolpersteinen familie Mopurgo © joodsamsterdam

laatst bijgewerkt:
10 augustus 2018